Losers

Martin Bril voelt zich een vandaag een loser

Martin Bril

’Te koop!’ ‘Gluren bij de buren!’
‘Gluren bij de buren!’ ‘Te koop!’

Overal in de buurt wapperen de borden vrolijk en wanhopig aan de ramen. Zijn er, zo dichtbij, al mensen die hun vakantie hebben afgezegd? Die hun baan hebben verloren? Het moet haast wel. Het lijkt alsof de crisis met de dag dichterbij komt.

Vrienden die vergeefs solliciteren in een branche waar het een half jaar geleden nog normaal was als een dolle te jobhoppen. Jonge freelancers die ineens nergens meer aan de bak komen, kranten die bezuinigen, inkrimpen en verdwijnen.

Pensioenen die op de tocht staan, en ook nog een pak sneeuw onderweg vanuit het zuidoosten. Gelukkig is er ons goede oude vorstenhuis dat via de Guernsey-route de belastingen ontduikt. Dat strekt tot voorbeeld.

Februari.

Mijn maand is het niet. Ik heb er nooit iemand een goed woordje voor horen doen. Februari, niks aan. Maart, dan begint het. Aan de andere kant: onzin. Mijn eigen vrouw hield dit weekend nog een klein pleidooi voor februari: ‘De dagen worden langer, als je de zon even ziet, voel je dat hij aan kracht wint, er begint in het park van alles uit te lopen, voorzichtig, langzaam, je moet er oog voor hebben, maar het begint. ’s Ochtends hoor je de vogels weer. Maar verder is het erg koud ja. Trek dikke kleren aan.’

Zo is het.

Er is geen enkele reden tot ongerustheid. Ongerustheid? Onzin! Wij kunnen altijd rustig slapen. De premier houdt jarenlang een onderzoek naar Irak onder de pet, en zet dan ineens op een maandagmiddag de pet af en nu komt er een commissie die niets aan het licht zal brengen.

Hoewel; er komt altijd wel iets aan het licht, maar er verandert nooit wat, want wij willen niks veranderen. Zoals Nederland is, zo zal Nederland blijven. Wij zijn een volk van opportunisten, altijd geweest. De Toppers gaan Oost-Europa en de Balkan veroveren, en wij moedigen ze aan.

Is er niets te lachen?

Zeker wel, maar ik zie vandaag alleen maar duisternis. Dat heb je weleens. Tegenslag en ellende. Noest en altijd optimistisch slaan we dan de hand aan de ploeg en gaan we moedig voorwaarts. Wie valt staat op, dat is het mooie van vallen. Tegenslag maakt sterk, achter de einder is alles beter, ruk nu maar op.

Wij houden niet van losers, behalve op televisie, want daar heb je ze nodig, anders kan niemand winnen. Toch kijken we neer op de verliezers, zie ze daar dapper staan zwaaien met hun lullige bosje bloemen terwijl de winnaar word gehuldigd. Verliezen is besmettelijk. Met losers ga je niet om.

Ik voel mij een loser.
Hè hè, het hoge woord.

Ik moet zeggen: het is een wonderlijke ervaring en het valt ook nog helemaal niet mee. Ik sjok ermee door de koude, natte straten en vraag me af of de mensen wat aan me zien.

Misschien wel niets, misschien is het allemaal verbeelding. Misschien is er wel niemand in me geïnteresseerd, dat moet je ook niet uitsluiten. Een slecht humeur mag, het kan de beste overkomen, met het verkeerde been uit bed, dat werk, maar de hele dag huilen, dat is andere koek.

Dat is wanstaltig.

Gelukkig huil ik altijd kort en helpt het niets. Het lucht niet op, zoals ik altijd verwachtte, het schept geen helderheid. Tranen zijn zout en vertroebelen alleen maar de kijk op de dingen. Ik moet gewoon doen alsof er niets aan de hand is. Dan komt vanzelf alles goed. Dikke kleren aan, het verstand op nul. Niemand die de loser in mij ziet.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden