Column Arthur van Amerongen

Los van de alibaba-markt is Loulé gelukkig heel saai – en dat is maar goed ook

Ik erger me mateloos wanneer Nederlanders Loulé uitspreken als hoezee. Het streepje geeft de klemtoon aan en dient niet als accent aigu. Loulé moet daarom als tourette zonder tte worden uitgesproken: Loelè.

Het veronachtzamen van de spellingregels kan verschrikkelijke gevolgen hebben in Portugal, bijvoorbeeld wanneer een keurige dame een bolo de cocô ­bestelt in een patisserie. Dan krijgt ze een cake van stront en geen cake van kokos. 

Zeg cóco, geen cocô.

Men zal mij nu wel weer verwijten dat ik een taalfascist ben, terwijl ik mijzelf als een ietwat saaie ­spellingbewaarder beschouw.

Laatst kreeg ik de wind van voren toen ik had ­geschreven dat die stomme Nederlandse kaaskoppen met hun stinkende sleurhutten, fluorescerende Crocs en bespottelijke driekwartbroeken mijn geliefde Olhão bekverkrachten tot Ohjajoh, Oliejajoo en Aloha, terwijl het gewoon Oljauw is. De tilde (~) geeft namelijk aan dat de letter a als neusklank moet worden uitgesproken. Hoe moeilijk kan het zijn?

Ach, het is precies wat de apostel Matthëus schreef in zijn evangelie: geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren.

Foto Gabriël Kousbroek

Ik heb een zwak voor Loulé en bezoek het feeërieke stadje altijd even als ik naar de Ikea ben geweest. Tot voor kort moest ik voor mijn Zweedse handdoekjes, beddengoed en de overheerlijke gehaktballetjes naar Sevilla of Lissabon, maar nu is de Algarve eindelijk hoog opgestoten in de vaart der volkeren.

Na het winkelen nuttig ik een kopje koffie op de schitterende Avenida van Loulé, waar de grandeur van het voormalige wereldrijk Portugal nog voelbaar is. Vervolgens bezoek ik de oriëntaalse markthal, het pronkstuk van de stad, ook al is het hartstikke nep. De suikertaart stamt uit het einde van de 19de eeuw en toen waren de Moorse bezetters allang gevlucht.

Ik waan me bij die markt in de Efteling. Elk ­moment kan de fakir voorbij komen vliegen op zijn tapijtje. De associatie met het pretpark stemt mij verdrietig, want wat was het leven toch mooi, overzichtelijk en onschuldig in de vroege jaren zestig.

Ik vrees dat die attractie in Kaatsheuvel inmiddels wel gesloten is, omdat het een staaltje van culturele toe-eigening is en vooral kwetsend naar mohammedaanse mensen toe. Nou, dat was echt niet de bedoeling van Anton Pieck.

Los van de alibaba-markt is Loulé gelukkig heel saai. En dat is maar goed ook, want anders zou ik er niet komen. 

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.