Loondispensatie is eigenlijk een soort lentekriebels

Het spel en de knikkers

Foto De Volkskrant

Dikke kans dat u al afhaakt bij de woorden ‘loonkostensubsidie’ en ‘loondispensatie’. Daarom zeg ik: lentekriebels. En: aardbeien met slagroom. Niet dat die lentekriebels en aardbeien er iets mee te maken hebben, maar dit onderwerp is te belangrijk om bij af te haken vanwege een paar lelijke woorden.

Wat is er aan de hand? Nederland kent, internationaal vergeleken, een hoog wettelijk minimumloon. Dit klinkt sympathiek, en zo is het ook bedoeld, maar het heeft als onbedoeld nadeel dat wie dat niet kan terugverdienen voor een werkgever, werkloos thuis op de bank belandt.

Het is nog erger. Wie het minimumloon niet kan verdienen, staat te boek als ‘arbeidsgehandicapt’. Zou Nederland het minimumloon verhogen, dan kwamen er dus ‘arbeidsgehandicapten’ bij, mensen die nu ’s ochtends fluitend naar hun werk gaan. En zou Nederland het verlagen, dan daalde het aantal ‘arbeidsgehandicapten’. We leven in een gekke wereld, die we zelf hebben gemaakt.

Om die wereld weer enigszins leefbaar te krijgen zijn al lang twee systemen in omloop. Die twee lelijke woorden dus. Bij loonkostensubsidie krijgt de ‘arbeidsgehandicapte’ van de werkgever een loon conform de cao (veelal boven het minimumloon). Om de werkgever te compenseren voor wat hij ‘te veel betaalt’ krijgt de werkgever subsidie uit de schatkist. Deze loonkostensubsidie wordt toegepast in de Participatiewet.

Minimumloon

Bij loondispensatie krijgt de werkgever ontheffing van het minimumloon. De werkgever betaalt de werknemer een loon overeenkomstig diens bijdrage aan de productie. Deze bijdrage wordt door een aparte instantie vastgesteld. De overheid betaalt een aanvulling aan de werknemer tot aan het minimumloon. Loondispensatie wordt gebruikt voor jonge arbeidsgehandicapten in de Wajong.

Staatssecretaris Tamara van Ark (VVD) van Sociale Zaken stuurde de Kamer deze week een brief waarin ze haar voornemen toelichtte om, conform de afspraken uit het regeerakkoord, voortaan voor alle ‘arbeidsgehandicapten’ over te stappen op het systeem van loondispensatie. Dat kwam haar van betrokkenen op boze woorden te staan. Toch heeft zij het gelijk aan haar zijde.

Het doel, schrijft Van Ark, moet zijn dat zoveel mogelijk ‘arbeidsgehandicapten’ werk krijgen. Dat lijkt me akkoord. En gegeven dat doel moet de overheid het werkgevers – o, heerlijke paradox – zo makkelijk mogelijk maken om onder dat goedbedoelde minimumloon uit te komen. Loondispensatie is voor werkgevers eenduidiger en makkelijker uitvoerbaar dan loonkostensubsidie.

Ja maar, klonk het, dan gaan ‘arbeidsgehandicapten’ die nu een cao-loon krijgen en pensioenpremie afdragen, er toch op achteruit? Want bij loondispensatie krijgen ze het minimumloon, wat meestal minder is dan het cao-loon. Toch is dit redelijk. Ten eerste blijven ‘bestaande gevallen’ ongemoeid. En wat belangrijker is: het is toch mataglap om mensen die het minimumloon niet kunnen verdienen ook nog eens extra te betalen? Dat is wel leuk voor de enkeling die zo’n positie verwerft, maar brengt het doel – veel werk voor de doelgroep – verder weg.

Ja maar, klonk het, de huidige werkgevers die ‘arbeidsgehandicapten’ in dienst hebben zijn juist blij met loonkostensubsidie. Dat kan wezen, maar om het doel te bereiken moet de overheid juist die andere werkgevers tot actie aanzetten.

Ja maar, klonk het, het is toch sneu voor betrokkenen dat ze voor de aanvulling van hun lage loon tot het minimumloon naar de sociale dienst moeten? Noem dat dan ook geen sociale dienst meer, en stort dat geld op de rekening onder de noemer ‘werkbonus’ (wat het is) in plaats van uitkering (wat het niet is).

Loondispensatie is dus eigenlijk een soort lentekriebels.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl

Meer over