EssayLinkse samenwerking

Linkse partijen, neem een voorbeeld aan de Sardientjes en ga eindelijk fuseren

Beeld Rhonald Blommestijn

De beweging van de ‘Sardientjes’ in Italië laat zien dat links gebaat is bij een fusie, zegt politiek onderzoeker Peter Kanne. Dus waar wachten jullie op, GroenLinks en PvdA?

Linkse samenwerking, kent u die uitdrukking? In 2006 lieten Wouter Bos (PvdA), Jan Marijnissen (SP) en Femke Halsema (GroenLinks) zich gezamenlijk fotograferen bij een kopje koffie, om de suggestie te wekken dat ze er serieus over nadachten. In werkelijkheid meende zowel Bos als Marijnissen het wel alleen af te kunnen.

In 2012 herhaalde deze fictieve paringsdans zich, nu met Job Cohen, Emile Roemer en Jolande Sap als danspartners. Diederik Samsom – de opvolger van Cohen – zei later over de toenaderingspogingen: ‘Net als samenwerking heel dichtbij is, gebeurt er iets waardoor het toch weer niet doorgaat. Bijvoorbeeld een verkiezingsuitslag.’

Kennelijk blijven de drie linkse partijen ieder voor zich dromen van een klinkende verkiezingswinst, anders valt lastig te verklaren dat er van samenwerking nooit iets is gekomen. Maar hoe realistisch is dat scenario?

In de verkiezingsjaren 2006, 2010 en 2012 konden PvdA en SP nog de illusie koesteren mee te doen om de winst, maar in 2017 was daar geen sprake van. GroenLinks leek onder Jesse Klaver aardig mee te doen, maar uiteindelijk was de strijd om het premierschap een strijd tussen rechts en populistisch rechts.

De laatste keer dat de PvdA de grootste partij van Nederland werd bij de Tweede Kamerverkiezingen, was in 1998: PvdA, SP en GroenLinks haalden samen 40 procent van de stemmen. In 2017 was dat nog geen kwart en op dit moment staan ze samen op 27 procent in de peiling van I&O Research.

Als we ervan uitgaan dat noch GroenLinks, noch PvdA, noch SP de grootste wordt bij volgende verkiezingen, en dus buitenspel staat bij de formatie (of hooguit mag aanschuiven om een VVD-CDA-kabinet aan een meerderheid te helpen), wat is dan het vooruitzicht?

Sardientjesbeweging

Het kan interessant zijn een blik op Italië te werpen. Daar staat de rechts-populistische Lega op zo’n 40 procent in de peilingen. Samen met de Vijfsterrenbeweging vormde Lega begin 2018 een regering. Maar daar stapte ze na anderhalf jaar alweer uit, in de verwachting de grootste partij te kunnen worden bij nieuwe verkiezingen. De kans daarop was reëel, maar verrassend genoeg ging de Vijfsterrenbeweging een coalitie aan met aartsrivaal PD, de sociaal-democraten. Een verloren slag voor Lega-leider Matteo Salvini, maar geen verloren oorlog. Lega won de afgelopen twee jaar elf van de dertien regioverkiezingen.

Salvini dacht de PD-Vijfsterrenregering de nekslag te kunnen toebrengen door eind januari ook in de regio Emilia-Romagna te winnen. Maar opnieuw gebeurde er iets verrassends: linkse kiezers kwamen na een Facebookactie spontaan samen om hun afkeer van het rechts-populisme te tonen. Op een plein samengeperst als sardines in een blik.

De boodschap van de Sardientjes-beweging aan links Italië: stap over de onderlinge verschillen en ruzies heen en spreek je met één stem uit tegen de rechts-populisten. Het werkte, voor het moment: de sociaal-democraten wonnen met 51 procent van de stemmen, Lega bleef steken op 44 procent.

Links momentum

Kan dit ook in Nederland? Ook hier is het rechts-populisme de afgelopen decennia een blijvertje gebleken. Samen zijn PVV en Forum momenteel goed voor zo’n 30 zetels. In 2021 kan het zomaar wéér een strijd tussen rechts en populistisch rechts worden. En dat terwijl er voor veel belangrijke beleidsthema’s ‘links momentum’ is.

De urgentie van de klimaatcatastrofe, die door een ruime meerderheid wordt gevoeld. De zorgelijke staat van de publieke sector met personeelstekorten in de zorg, het onderwijs en bij de politie. Het gebrek aan betaalbare woningen. De groeiende kloof tussen arm en rijk. Kiezers ondervinden deze problemen aan den lijve en vragen zich af hoe die mogelijk zijn in een welvarend land als Nederland.

De weerzin tegen het neoliberalisme neemt toe. De steun voor de ‘participatiesamenleving’, zo die er al was, vervluchtigt. De gedachte dat mensen vooral zelf hun problemen moeten oplossen en zo min mogelijk op de overheid terugvallen, is op haar retour. Mensen willen dat de overheid de regie neemt, maar die laat het op vele terreinen afweten. De ontevredenheid met het kabinet-Rutte III nam de afgelopen maanden flink toe.

Een ideale voedingsbodem voor linkse politiek, zou je zeggen. Maar GroenLinks, PvdA of SP profiteert er electoraal nauwelijks van. Klaver, Asscher en Marijnissen zeggen samen te werken, maar op cruciale momenten gaan ze voor eigen succes.

Beeld Rhonald Blommestijn

Linkse fusiepartij

Het zou wel kunnen, maar dan moet het echt anders. Begin dit jaar herhaalde ik bij I&O Research een experiment waaruit blijkt dat het samengaan van GroenLinks en PvdA meer stemmen zou opleveren dan de partijen nu samen halen.

Waar GroenLinks en PvdA nu opgeteld op 31 zetels staan, zouden dat er – als ze gezamenlijk de verkiezingen in zouden gaan – 40 kunnen worden. Deze nieuwe linkse partij zou de grootste kunnen worden en daarmee initiatiefnemer voor een nieuwe regering, en zo haar stempel kunnen drukken op het beleid (ook al zal de partij nog steeds moeten samenwerken met rechtse partijen).

Van de huidige GroenLinks- en PvdA-kiezers zou ruim 80 procent voor de nieuwe partij kiezen. Ook ruim een kwart van de huidige D66-kiezers en eenvijfde van de SP-, PvdD- en twijfelende kiezers zou meegaan.

Een fusiepartij van GroenLinks, PvdA én SP zou niet meer maar minder stemmen krijgen: 37 zetels. Veel van de GroenLinks- en D66-kiezers haken in dat geval af en van de huidige SP-kiezers gaat slechts 58 procent mee.

Als op rechts ook PVV en Forum zouden fuseren, zou de nieuwe rechts-populistische partij 28 zetels kunnen halen, waarmee ze ongeveer even groot zou worden als de VVD en het scenario uit 2017 zich herhaalt. Maar als dat gebeurt én PvdA en GroenLinks zijn gefuseerd, dan zou de nieuwe linkse partij zelfs 42 zetels kunnen halen.

Waarom zouden GroenLinks en PvdA niet samengaan? Als ik het hierover heb met mensen die stemmen op de ene of de andere partij, krijg ik steevast meewarige blikken. De cultuurverschillen tussen die partijen!

Alsof er geen cultuurverschillen waren tussen de communisten en de christen-radicalen van de PPR, die nota bene voortkwamen uit de KVP en in 1990 samengingen in GroenLinks. Alsof er geen cultuurverschillen waren tussen katholieken en antirevolutionairen, die in 1980 samengingen in het CDA. Toch twee redelijk succesvolle fusiepartijen.

De grote vraagstukken van deze tijd

De vraag is: gaat het hier om onoverkomelijke cultuurverschillen? Of gaat het om waar deze partijen met Nederland naartoe willen?

Als we kijken naar wat – ook volgens de kiezers – de grote vraagstukken van deze tijd zijn, dan zijn de verschillen tussen kiezers van GroenLinks en PvdA klein: klimaatverandering, vluchtelingenproblematiek, internationale veiligheid, eerlijke verdeling van inkomen en bezit, de zorg en een fatsoenlijke omgang met elkaar.

Voor GroenLinks-kiezers geeft het klimaat de doorslag, voor PvdA-kiezers is dat een eerlijke inkomensverdeling. Maar grofweg dezelfde drie issues krijgen prioriteit: inkomensverdeling, klimaat en gezondheidszorg.

Ook over welke kant het op moet met deze onderwerpen denken de kiezers in grote lijnen hetzelfde. Dat geldt eveneens voor de partijen zelf, bleek bij de Europese parlementsverkiezingen van vorig jaar, waar GroenLinks en PvdA voor de Stemwijzer exact dezelfde antwoorden op alle zestig stellingen inleverden.

SP en haar kiezers zijn wél anders en het zou een brug te ver zijn om die partij mee te nemen in een fusie. Over sociaal-economische onderwerpen denken SP-kiezers het meest ‘hard links’. Soms met GroenLinks-kiezers als nummer twee, dan weer met PvdA-kiezers direct achter zich. SP-kiezers willen bijvoorbeeld inkomens het sterkst nivelleren en de AOW-leeftijd terugbrengen naar 65 jaar.

Als het gaat om sociaal-culturele kwesties (immigratie, integratie, tradities, EU en buitenlandpolitiek) zijn de verschillen groter en wezenlijker. SP-kiezers denken behoudender dan GroenLinks-kiezers. PvdA-kiezers zitten ertussenin, maar dichter bij GroenLinks- dan bij de SP-kiezers.

Zo vindt driekwart van de SP-kiezers dat ‘moslims zich volledig moeten aanpassen aan de Nederlandse manier van leven’. Onder GroenLinks- en PvdA-kiezers is circa de helft het daarmee eens.

Ook in kwesties rond traditie en nationale identiteit staan SP-kiezers ver af van GroenLinks- en PvdA-kiezers. Zo wil de helft van de SP-kiezers dat Zwarte Piet zwart blijft, terwijl dat onder GroenLinks- en PvdA-kiezers respectievelijk slechts 15 en 30 procent is.

Met de Europese Unie zijn SP-kiezers beduidend minder tevreden dan GroenLinks- en PvdA-kiezers. Weliswaar wil 70 procent van de SP-kiezers in de EU blijven, maar onder GroenLinks- en PvdA-kiezers is dat ruim 90 procent.

Ten slotte het klimaat. Alle drie de kiezersgroepen maken zich hierover meer dan gemiddeld zorgen, maar GroenLinks- en PvdA-kiezers nog meer dan SP-kiezers. Dit heeft in belangrijke mate te maken met geld: SP-kiezers hebben een lager inkomen dan GroenLinksers en PvdA’ers. 60 procent van de SP-kiezers zegt dat ze het zich financieel niet kunnen veroorloven om duurzamer te leven. Bij GroenLinks- en PvdA-kiezers ligt dat rond de 30 procent.

Een partij voor arm en rijk, jong en oud

Een linkse fusiepartij heeft dus de meeste kans van slagen als de SP niet meedoet. Dit zal de vraag oproepen: wordt zo’n linkse fusiepartij dan geen elitepartij? Een terechte vraag, maar het valt mee. Een fusiepartij van GroenLinks en PvdA spreekt hogeropgeleiden meer aan dan lageropgeleiden, maar het inkomensprofiel laat een heel gemiddeld beeld zien.

De helft van de kiezers zal hogeropgeleid zijn, maar is dat erg? In het onderzoek van I&O Research staat de linkse fusiepartij omschreven als een partij die qua programma sterk lijkt op dat van het huidige GroenLinks en de huidige PvdA. ‘Eerlijk delen, schone energie, een sterk Europa en menselijke zorg zijn enkele speerpunten.’ Links-progressieve politiek, dus. En naarmate mensen hoger opgeleid zijn, zijn ze daar vaker voorstander van. Linkse politiek wil ook zeggen: de zwaarste schouders dragen de zwaarste lasten. Deze hogeropgeleiden – en ten dele mensen met hogere inkomens – zijn bereid in te leveren voor mensen die het minder goed hebben.

Een belangrijk voordeel van de nieuwe linkse partij is bovendien dat zij voor jong en oud aantrekkelijk wordt. Nu is het GroenLinks-electoraat het jongst van alle partijen, terwijl op de PvdA vooral 50-plussers stemmen. Een fusiepartij van GroenLinks en PvdA zou jong én oud een thuis bieden.

Voortrekkerspartij

Als GroenLinks en PvdA iets willen met dit land, kunnen ze dat niet alleen. Deze partijen zijn het aan hun idealen en kiezers verplicht samen een vuist te maken. Van partijen die rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, (internationale) solidariteit en een duurzame wereld nastreven, mag je verwachten dat ze het beleid niet willen overlaten aan rechts. Ook vanuit democratisch oogpunt is het belangrijk dat bij volgende verkiezingen álle relevante stromingen meedingen naar de macht.

Om electoraal succesvol te zijn, zou de nieuwe linkse partij ernaar moeten streven een links-progressieve voortrekkerspartij te zijn, met gevoel voor realisme en verantwoordelijkheid. Geen tegenpartij, maar een constructieve partij waarin sociale rechtvaardigheid en het tegengaan van klimaatverandering de speerpunten zijn. Hiermee zou het een van de drie sterke politieke bewegingen van Nederland zijn, in plaats van het samenraapsel dat links nu is.

Peter Kanne is politiek onderzoeker bij I&O Research. Hij schreef deze bijdrage op persoonlijke titel.

Experiment 

De resultaten uit het experiment dat wordt beschreven in dit artikel zijn gebaseerd op een representatieve onlinepeiling onder 2.221 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Dit onderzoek is van 10 tot en met 14 januari uitgevoerd door I&O Research. Het heeft als doel globaal te tonen wat de electorale dynamiek kan zijn als partijen fuseren. De uitkomsten geven de virtuele situatie van dat moment weer en zijn geen voorspelling voor komende verkiezingen. In de vraagstelling is geen rekening gehouden met wie de lijsttrekker van de diverse (fusie)partijen zou zijn. Respondenten kregen de verhoudingen in de peilingen van dat moment te zien en een beknopte beschrijving van de programmapunten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden