Links was er toch voor het gewone volk?

Waar komt de alom voelbare afkeer bij die vermaledijde ‘gewone Nederlander’ van de PvdA vandaan?

In zijn analyse van de gemeenteraadsverkiezingen stelt Thomas von der Dunk (Opinie, 26 maart) dat het verlies van de PvdA (en de SP) is gelegen in het tekortschieten op de drie traditionele, ideologische pijlers van links en het gebrek aan samenwerking op links.

Lodewijk Asscher van de PvdA tijdens de uitslagenavond in Amsterdam na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen. Beeld ANP

Om met Arnout Brouwers te spreken: deze analyse getuigt van intellectuele luiheid. De luiheid zit hem in het wat traditioneel altijd als links heeft gegolden als goed te bestempelen en alles wat van (nieuw) rechts komt als slecht, dat dus bestreden dient te worden. Bij voorkeur door de opvattingen van (nieuw) rechts in verband te brengen met het nationaal-socialisme en fascisme. Daar kán je het immers niet mee eens zijn.

Von der Dunk lijkt daarin nog het meest op die kardinalen en bisschoppen die denken dat als je nu maar vasthoudt aan de leer, de volgelingen vanzelf weer terugkomen.

Maar de werkelijk relevante vraag na alweer een nieuwe verkiezings­nederlaag van de PvdA, waar ik – godbetert – weer op heb gestemd, is ­natuurlijk: waar is het volk? Waar komt de alom voelbare afkeer bij die vermaledijde ‘gewone Nederlander’ van de PvdA vandaan? Als ‘het volk’ iets anders wil dan ‘de traditionele volkspartijen’ hebben we per definitie een probleem. Voor links geldt dat nog scherper, want als het volk niet meer wil wat links wil, wat is de legitimatie van links dan nog? Links was er toch voor het volk, voor de gewone man en voor de minder bedeelde?

Te lang hebben we gemeend dat links deze tegenstellingen wel kan overbruggen. Bij mij is er na deze nieuwe nederlaag van de PvdA de overtuiging dat we die gedachte moeten laten varen: onderken dat die tegenstellingen niet te overbruggen zijn en aanvaard dat er op links twee stromingen zijn. Die gedachte is op zich niet nieuw: we hebben de lijn links-liberaal-intellectueel-progressief, op dit moment vertegenwoordigd door GroenLinks, PvdA en D66 en we hebben de lijn links-gewone-man-conservatief, op zijn best vertegenwoordigd door de SP.

Het nieuwe aan deze gedachte – en daarmee de winst – is dat de huidige, krampachtige houding van de linkse partijen om die twee stromingen binnen hun partij te vriend te houden, in de praktijk leidt tot het naar beneden halen van links als geheel omdat ze, terecht, hypocrisie wordt verweten. Dat betekent dus dat genoemde partijen GroenLinks, PvdA en D66 nieuw elan kunnen halen uit het onverbloemd doorvoeren van progressieve partijstandpunten en door de samenwerking aan te gaan.

Zo kunnen zij winst boeken bij de linkse CDA- en VVD-aanhang. Anderzijds moet de SP zich in het geheel niet schamen voor een meer populistische koers en daarbij concessies mag – wat zeg ik: móét – doen om te luisteren naar wat het volk wil en daarbij winst kan boeken onder de aanhang van álle rechtse partijen die naar de stem van het volk hengelen. Laat de SP dit liggen, al dan niet om ideologische redenen, dan blijft ook zij veroordeeld tot de marge en is het slechts wachten tot er een nieuwe links-populistische partij in het gat springt, een die lak heeft aan wat ­bakfietslinks van haar vindt.

Jan Willem Aartsen, Utrecht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.