Opinie Protesteren

Lili en Howick leerden ons: protesteren heeft wél zin

De zaak Lili en Howick laat zien dat politieke beslissingen niet altijd een fait accompli zijn, betoogt publicist en oud-PvdA-Kamerlid Myrthe Hilkens. Daar mogen wij burgers best wat moed uit putten om vaker van ons te laten horen.

Beeld Joren Joshua

Regels zijn regels, procedures zijn procedures en bovendien had de Raad van State gesproken. Lili en Howick, de twee Nederlandse kinderen die maar geen ‘echte’ Nederlander mochten worden, konden conform bovenstaande logica dus zonder pardon op een vliegtuig gezet worden, met ieder een enkeltje Armenië. ‘Soms moet je hard zijn’, nietwaar? In het regeerakkoord hadden de coalitiepartijen het bovendien nou eenmaal zo afgesproken. De kinderen moesten weg.

En toch liep het anders.

Een door de samenleving zelf georganiseerd referendum, luid en duidelijk hoorbaar tot op het Binnenhof, veroorzaakte op de valreep een geheel andere afloop. Van rechts tot links Nederland, van progressief tot conservatief; in de dagen tussen de omstreden uitspraak van de Raad en de geplande uitzetting op zaterdag 8 september klonk een steeds eensgezinder ‘tot hier en niet verder’. Hoe kon het gebeuren dat een besluit dat in Den Haag vaststond, door de rest van Nederland teniet kon worden gedaan?

In de week dat de geplande uitzetting van Lili en Howick het nieuws domineerde, verzuchtte Koningshuisdeskundige Marc van der Linden dat ook hij stemde op een partij die een hard asielbeleid voorstaat, maar dat er wat hem betreft een grens zat aan die hardheid. Lili en Howick moesten blijven, en bij die conclusie leek de voltallige studio van RTL Boulevard zich aan te sluiten. Op sociale media gebruikten mensen als Eric Corton, Peter R. de Vries en de bekende tv-stylist Fred van Leer hun stem om staatssecretaris Harbers tot barmhartigheid te motiveren. En aan de vooravond van de uitzetting was het niemand minder dan Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond, die zei zich niet alleen te schamen voor wat onze regering op het punt stond te doen, maar zelfs een ethisch appel deed op ‘alle mensen in de keten’: ‘Laat van je horen, want dit kan niet en mag niet in  Nederland.’ Een oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid van nota bene de baas van de Politiebond; in Nederland Polderland zeer ongebruikelijk.

En toen diezelfde politie de volgende dag een opsporingsbericht de wereld in stuurde, Lili en Howick bleken ook al ongehoorzaam stiekem weggelopen, met daarin het verzoek aan Nederlandse burgers naar de twee kinderen uit te zien, reageerde Twitter nog ongehoorzamer. Onder de hashtag ‘ik werk niet mee’ regende het verzet. Niet veel later kwam het nieuws: Lili en Howick mogen toch blijven. En zo gebeurde er iets heel bijzonders: burgerlijk verzet droeg bij aan een politieke oplossing. Regels bleken toch geen regels.

Wat zegt de zaak Lily en Howick over ons huidige politieke bestel? En welke lessen kunnen we leren van het succesvolle verzet tegen de uitzetting van deze twee kinderen?

In Nieuwsuur schoof de voormalige Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer die zaterdagavond aan om op het welhaast filmische scenario te reflecteren. Ons politiek systeem functioneert niet goed meer, concludeerde hij. Een eendimensionale politiek van regeerakkoorden uitvoeren, zonder tussentijds de legitimatie van beleid nog maatschappelijk te toetsen, dat resulteert niet in een levendige democratie, aldus Brenninkmeijer. Voor precies die democratie was het ‘fantastisch’ dat vooral burgers zich nu zo luid en duidelijk hadden laten horen.

Stevige partijdiscipline

Ook ik heb me, als bestuursvoorzitter van De Goede Zaak, ingezet voor Lili en Howick. En ik deel de mening van de voormalige Nationale Ombudsman. Door de krappe marges in de Tweede Kamer - het kabinet Rutte III leunt op een meerderheid van exact één zetel - moeten politici zich onderwerpen aan een vaak stevige partijdiscipline. Het verschil tussen politiek succes of politiek mislukken, tussen een wet die het wel of niet haalt, bungelt in het ergste geval aan maar één volksvertegenwoordiger. Het leidt tot een politiek van je zin krijgen in plaats van een politiek van gelijk hebben. Het leidt tot: afspraak is afspraak, het staat nu eenmaal in het regeerakkoord. Ook al bestaat er nauwelijks een mens dat enthousiast is over de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting, vooralsnog lijkt premier Rutte vastbesloten door te zetten.

Dat deze praktijk bij een deel van de kiezers resulteert in een zekere moedeloosheid, een gevoel van ‘wat de heren in Den Haag willen gebeurt toch wel’, is invoelbaar. Protesteren heeft geen zin. De politiek? dat is een fait accompli. Maar wat de zaak Lili en Howick heeft laten zien, is dat in verzet komen wel degelijk tot succes kan leiden. Via de route die ik buitenparlementair oppositie voeren noem, werd wel degelijk beweging veroorzaakt, zelfs in een zaak die alle contouren van een fait accompli had. En er zijn meer voorbeelden van burgerinitiatieven die resultaat opleverden.

Twee jaar geleden schudden columnist en voetbalcommentator Hugo Borst en onderzoeker Carin Gaemers het politieke landschap op met hun manifest en campagne Scherp op Ouderenzorg. Het tweetal putte uit eigen ervaring: ze hadden beiden moeders die niet de zorg kregen die ze verdienden. Borst en Gaemers lieten zien dat buitenparlementair activisme gekoppeld aan parlementaire inzet wel degelijk verschil kan maken. Meer dan honderdduizend Nederlanders tekenden het manifest en Borst en Gaemers kregen voor elkaar wat geen enkele politieke partij wist af te dwingen: structureel meer geld voor de ouderenzorg. Dat deden ze door uiterst effectief te communiceren in talkshows en via andere platforms. Maar ook door alle partijen aan te spreken op hun wil iets te veranderen aan de ouderenzorg. ‘Hun onpartijdigheid en onbevangenheid in het benaderen van politici bepaalden hun politieke succes’, valt te lezen in het juryrapport van de Machiavelliprijs, die voor het jaar 2016 aan hen werd toegekend. ‘Een mooi plan maken is één ding, daar goed over communiceren is een kwaliteit apart.’

In de campagne voor Lili en Howick besloten verschillende partijen – lobby’s, activisten, kinderrechtenspecialisten en advocatuur – de handen in elkaar te slaan. In een overzichtelijk aantal groepsapps werd er constructief samengewerkt en overleg gepleegd. Meewerkende en welwillende contacten uit de Haagse ‘binnenlijn’ hielden ons op de hoogte van de inzet, of het gebrek daaraan, van coalitiepartijen. Eilanden werden tot samenwerkingsverbanden gesmeed. In antwoord op de politieke onwrikbaarheid mobiliseerden kleine groepen mensen zoveel mogelijk weer andere kleine groepen mensen om vooral binnen D66 en de ChristenUnie – het CDA was al opgegeven – de druk op te voeren. Letterlijk van de vroege ochtend tot diep in de nacht werd door mensen alles op alles gezet om de politieke situatie te helpen destabiliseren. Alles vreedzaam, maar niet alles volgens de impliciete regels die horen bij het Poldermodel. Niet alleen een stille lobby achter gesloten deuren, maar ook niet-aflatende Twitter-en Facebookberichten en oproepen aan de bevolking om vooral in verzet te komen. Mail, bel, app of sms de woordvoerders van de coalitiepartijen, was de boodschap.

Maak lawaai.

Haagse beeldregisseurs

Terwijl Nederland eendrachtig werd over nota bene een asielzaak, leek de politiek een dag voor uitzetting nog steeds onvermurwbaar. De advocaat van Lili en Howick, Flip Schüller, probeerde op vrijdag nog op grond van nieuwe feiten uit Armenië uitzetting te voorkomen. Niets leek te baten. En toen, terwijl een grote groep Nederlanders wachtte op het vonnis van de rechter, plaatste Minister Hugo de Jonge een vrolijke foto van zichzelf en de premier bij een optreden van zangeres Anouk op Twitter. Foutje van de Haagse beeldregisseurs, zoals eerder op die dag de woorden van onze premier - ‘soms moet je hard zijn’ ook al de contouren van een inschattingsfout kregen. Toevalligheden en onvoorziene wendingen markeerden de laatste 24 uur. Maar omdat de samenwerking er wel was, werd op elke onverwachte ontwikkeling wél heel snel en telkens in goede overeenstemming, accuraat gereageerd.

Dat de coalitie het zover heeft laten komen, dat blijft wonderlijk. Maar dat zoveel mensen in beweging kwamen is niets minder dan hoopgevend.

De zaak Lili en Howick biedt weliswaar geen blauwdruk voor succesvol protesteren. Waarschijnlijk gaan dezelfde middelen niet helpen om die andere 400 kinderen, die in eenzelfde situatie zitten en bescherming nodig hebben, hier te houden.

Maar wat de actie van Borst en Gaemers en ook de inzet voor Lili en Howick wel hebben aangetoond, is dat in beweging komen, campagne voeren en daarbij van buitenaf de aansluiting zoeken met de politiek, de invloed van kiezers weer relevant maakt.

Vraag om barmhartigheid

Na Lili en Howick klonk er in de Haagse wandelgangen de roep aan diegenen die zich inzetten voor de kinderen, om nu weer verder te gaan in stilte. Het polderen weer uit de mottenballen te halen. Een roep die in het licht van deze coalitie en haar inzet voor de Kinderpardonkinderen - nihil - stoelt op de valse premisse dat stilte effectiever is dan lawaai. Want ook in stilte vroegen mensen om barmhartigheid bij Harbers, maar die diplomatie resulteerde in niets. En iedereen was het erover eens dat ouderen betere zorg verdienen, toch was er de herrie van Borst en Gaemers voor nodig om een stilstaand water weer te laten stromen.

Bovendien: als de progressieve agenda, zeker ten aanzien van complexe vraagstukken als asiel en migratie, te vaak op fluistertoon van de zeepkist klinkt, dan is het op langere termijn niet bevreemdend dat juist die progressieve agenda aan draagvlak verliest. Natuurlijk is het goed dat mensenrechtenorganisaties proberen achter de coulissen te lobbyen. En het is logisch dat een lobbyist in zijn achterhoofd meeneemt wie hij in het Haagse de volgende keer weer nodig heeft en wie hij dus niet al te boos wil maken. Maar de politieke realiteit is dat noch rechtse, noch linkse partijen hun vingers willen snijden aan het thema vluchtelingen en migratie. De een fluit alleen nog het deuntje van hard, harder, hardst, de ander fluit bij voorkeur niet al te hoorbaar terug, want ‘er valt electoraal niks te winnen, alleen te verliezen’. Wie goed heeft opgelet tijdens de commotie omtrent Lili en Howick, heeft gezien dat slechts een politieke partij uit progressieve hoek een partijleider aan het woord liet over deze schrijnende zaak. De andere partijen hielden het bij de fractiewoordvoerders. Dat is een signaal dat dit thema stemmen van buitenaf nodig heeft. U zoekt draagvlak? We helpen u aan draagvlak. Simpelweg door de zwijgende meerderheid in een pratende, twitterende en demonstrerende meerderheid te veranderen. Want je zou door alle commotie haast vergeten dat de meerderheid van de Nederlanders een humaan asielbeleid  wel degelijk belangrijk vindt. Politieke beslissingen hoeven kortom geen fait accompli te zijn. En dat zou de burger ook een beetje moed moeten geven. Dividendbelasting, anyone

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.