Column Peter Buwalda

Lijkt me heel pijnlijk, als je totaal onverwacht te lezen krijgt dat je er als een malloot bijloopt

Hopelijk leest hij het niet.

Warmer dan na de WK-finale heb ik het zelden gehad, zelfs niet op mijn kameel richting de piramide van Cheops, slof-slof door de Sahara, want toen stond er een briesje. Dit was nota bene Amsterdam-Noord, we zaten op het bankje voor pizzeria Kebec, te wachten op twee Napolitana’s die in de steenoven lagen. Lekker in de shade, dacht ik, zij wel, je zou bijna willen ruilen, zo bloody heet was het toen er aan de overkant van de straat een sportman arriveerde.

De jongen betrad het omheinde trapveldje waar we op uitkeken, een Cruijff-court, maar helaas niet van de Foundation, gewoon een ‘court’ dus, balen, maar we deden het ermee.

‘Check die tas’, zei Jet.

Inderdaad, de sporttas die de jongen meetorste was gigantisch, denk aan de joekels die ze op Wimbledon hebben, en die volgens mij stampvol bananen zitten. Nadal, Serena, Djokovic ik zie ze altijd een banaan eten.

Dit was een voetballer. Hij zette zijn reuzentas naast het doel en verruilde zijn badslippers voor een paar flashy kicksen.

‘Bel jij 112?’, vroeg ik. Wat namelijk meteen opviel, was de rest van zijn outfit, tiptop, zeker weten maar misschien een beetje warm. Hij had aan: witte voetbalsokken, een halflange zwarte sportbroek, een zwart voetbalshirt. Fair enough, je kunt niet in je blote kont naar de court. Maar ónder die modieus-lange sportbroek droeg hij een zwarte legging, zo eentje als Romario aantrok wanneer PSV in de sneeuw moest voetballen. En óver zijn voetbalshirt had hij een pikzwart trainingsjack aan, tot bovenaan dicht-geritst, de kraag omgeslagen tegen zijn kin.

‘Misschien heeft hij een waan’, barstte ik in zweten uit, ‘en denkt hij dat het vriest.’ Ik zag eens iemand een broodmes in de lucht steken, legde ik uit, omdat hij dacht dat de zon van abrikozenjam was, het komt allemaal voor.

Maar nee, de voetballer leek ons eerder een beetje ijdel, dat zag je aan de rode zweetband in zijn haar, dat halflang was en in een verzorgd knotje op zijn hoofd zat. Maar je zag het ook aan de kleine hanige pasjes waarmee hij sprintjes begon te trekken. En aan hoe hij steeds even om zich heen keek.

‘Wat doet-ie?’, vroeg Jet.

‘Hij warmt zijn spieren op.’ Hoewel er nog geen medespeler te bekennen was, en zelfs geen bal, voerde de jongen de aloude voetballersmoves uit: knie, alsof je in een emmer stront staat, hoog optrekken en uitzwaaien, zijwaarts dribbelend heupjes losdraaien, fantoomkoppen en erna nonchalant doorsjokken het hele arsenaal, wetende dat de meisjes kijken.

Die meisjes waren wij. Jammer, misschien. ‘Hij solliciteert naar een column’, giechelde het echte meisje. Maar dat vond haar gevoelige vriendinnetje ‘zielig’. ‘Misschien leest hij de Volkskrant’, zei ik, ‘en dan herkent hij zichzelf. Lijkt me heel pijnlijk, als je totaal onverwacht te lezen krijgt dat je er als een malloot bijloopt.’

‘Tja’, vond Jet.

Nee, het leek me erg sneu voor het voetbalhaantje, dat nu nog in vrede rond trippelde alsof hij Ronaldo was, of Mbappé. Het hele WK lang had hij watertandend naar die mannen gekeken, zijn voetbalspulletjes op een knaapje in zijn slaapkamer. Kijk, er kwam godzijdank een mattie aangefietst, met een bal. ‘Die heeft bijna niks aan’, zei Jet ‘dat is leuk voor je stukje.’

‘Nee’, zei ik, ‘nee zo ben ik niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.