Column Peter Middendorp

Ligt het aan mij, of wemelt het in romans ineens van de moeilijke piemels?

Misschien komt het wel door mijn leeftijd, bijna 48, maar mij is in elk geval opgevallen hoeveel hoofdpersonen van romans er de laatste tijd worden uitgerust met moeilijke piemels, of hoe zeg je dat, problematische geslachtsdelen.

Ludwig Smit uit Otmars zonen van Peter Buwalda lijdt aan ‘ejaculatio praecox’, oftewel voortijdige zaadlozing. Florent-Claude Labrouste uit Serotonine, de laatste roman van Michel Houellebecq, is getroffen door impotentie. En in De ziekte van Weimar van Kees ’t Hart, net verschenen, slaat de ziekte in de titel onder andere op de ‘praecox’ waaronder ook de hoofdpersoon van dit boek gebukt gaat.

Toen Otmars zonen verscheen, was ’t Hart bijna klaar met De ziekte van Weimar. Hij baalde wel even toen hij vernam dat Buwalda hem net voor was geweest. In een interview in de Volkskrant riep hij kort geleden: ‘Ik dacht verdomme, Buwalda ook!’ Om even later iets berustends te proberen: ‘Great minds think alike, zullen we maar zeggen.’

Het is misschien wel een mooi beeld bij het debat over ‘toxic masculinity’ en #MeToo. Ontroerend ook wel, op een bepaalde manier, als je het voor de geest haalt. Houellebecq, Buwalda, ’t Hart, grote mannen, serieuze schrijvers die, in kamers vol boeken, peinzen over hoe ze het definiërende lichaamsdeel van hun protagonisten onklaar zullen maken. Is onvruchtbaarheid wat? Zal ik hem een kleintje geven? A.F.Th. van der Heijden heeft zich de impotentie al toegeëigend, maar is de micropenis al vergeven?

Albert Egberts, het belangrijke personage van Van der Heijden, heeft tijdens de penetratie van een vriendin met zijn vinger de sensatie dat hij klem zit met die vinger. De impotentie die het gevolg is van deze sensatie, strekt zich niet uit over één boekje van Van der Heijden, maar over diens gehele cyclus De tandeloze tijd, een eindeloze reeks romans, zodat het voor generaties Nederlandse schrijvers onmogelijk is gemaakt om nog met een impotente hoofdpersoon te komen aanzetten.

Ik vroeg me af of er meer voorbeelden bestonden en besloot een paar boekenwurmen te mailen, misschien kon ik een inventarisatie maken. Maar Coen Peppelenbos van het literaire weblog Tzum schreef: ‘Ik zit al enkele dagen met jouw moeilijke piemels in mijn hoofd, maar er schiet me niets te binnen.’ En Buwalda kende een boek van Hrabal, Zwaarbewaakte treinen, waarin ‘praecox’ een beperkte rol speelt.

In De hemelse tafel (2016) van Donald Ray Pollock, een wonderlijk ruige en liefdevolle roman, gaat enige tijd een intense, fysieke dreiging uit van ene Jasper Cone. Hij heeft een penis als twee honkbalknuppels. Als hij opgewonden raakt, verliest hij het bewustzijn. Zijn moeder krijst dat de duivel aan hem hangt. Als Jasper alleen is, slaat hij zijn lul weleens met een hamer. Toch is het uiteindelijk deze Jasper die een helpende hand uitsteekt als het in het boek aankomt op vriendschap en loyaliteit.

Een moeilijke penis, wil Pollock ons waarschijnlijk zeggen, betekent niet altijd verdriet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden