ColumnMax Pam

Liesbeth Koenen had iets tragisch, zoals alle onafhankelijke geesten iets tragisch hebben

Vorige week overleed taal- en wetenschapsjournalist(e) Liesbeth Koenen op 62-jarige leeftijd. Die ‘e’ achter journalist zet ik er tussen haakjes bij, omdat ik niet zeker weet of zij die op prijs zou hebben gesteld. Ze kon in die dingen heel streng zijn, maar ook is het goed mogelijk dat het verschil tussen journalist en journaliste haar geen bal kon schelen. Als het over taal ging, moest het volgens haar ook echt over taal gaan en bijvoorbeeld niet over zoiets onnozels als de spelling. Ik weet nog dat het Groot Dictee als televisieprogramma werd geïntroduceerd en dat zij iedereen opriep er vooral niet aan mee te doen.

Ze had iets tragisch, zoals alle onafhankelijke geesten iets tragisch hebben. Een tijdje ben ik heimelijk verliefd op haar geweest. Waar praatte je dan over? Over taal natuurlijk! Ze zat regelmatig aan in mijn radioprogramma De Tafel van Pam, dat ook nog een jaar op de televisie is uitgezonden door Net5. Dat was in de korte tijd dat werd gedacht dat je een ‘commerciële zender voor intellectuelen’ zou kunnen maken. Droomkoninkje. De jeugd weet het nog niet, maar het meeste in je leven mislukt of is uit een misverstand geboren. Zelfs bij de publieke omroep vind je weinig meer voor intellectuelen, een woord dat evenveel dédain ten deel is gevallen als ­elite of grachtengordel.

Boven een zeer lovende necrologie in NRC Handelsblad werd Liesbeth Koenen door Marc van Oostendorp ‘een sprankelende taalbewonderaar’ genoemd. Daarmee ben ik het volledig eens, alleen niet met zijn suggestie dat Koenen ‘een freelancer was in hart en nieren’ en dat ‘zij zich nooit exclusief wilde binden aan één bepaalde opdrachtgever’. Dat wilde ze best, maar de praktijk liep anders. De sprankelende taalbewonderaar eindigde niet als columnist van NRC Handelsblad, waar zij natuurlijk thuishoorde, maar als columnist van De Telegraaf. Ik leg zo uit waarom.

Onafhankelijkheid en rebelsheid gaan vaak samen en dat gold zeker voor Liesbeth Koenen. In 1999 richtte zij samen met een aantal journalisten de Freelancers Associatie (FLA) op. Ik heb haar toen leren kennen als een grande dame, die zich niet liet imponeren en die zich door niemand omver liet lullen. Met volle overgave voerde zij rechtszaken en het was vooral aan haar vasthoudendheid te danken dat de Perscombinatie aan freelancers 2,3 euro miljoen schadevergoeding moest uitkeren voor het zonder toestemming gebruiken van digitale rechten. De wraak liet niet lang op zich wachten. De toenmalige hoofdredacteur van de NRC – consequent door haar ‘onze leerling-hoofdredacteur’ genoemd – kieperde alle bij de FLA aangesloten freelancers uit zijn krant. Ook Liesbeth. Ze mocht af en toe nog wel eens een stukje schrijven voor de NRC, maar de zwerftocht van de ‘sprankelende taalbewonderaar’ is toen begonnen en nu dus, twintig jaar later, geëindigd bij De Telegraaf.

Die Telegraaf-columns, spiritueel als altijd, werden overigens gebundeld in Wat je zegt, gaat vanzelf. 67 opgewekte taalverhalen. Een typische Liesbeth Koenen-­titel: taal gebeurt zonder erbij na te denken, een mens moet zelfs in tijden van ziekte altijd opgewekt zijn, en het getal 67 is even goed als elk ander getal, zoals elke spelling even goed is als elke andere spelling. Taal is een natuurgebeuren, spelling is een willekeurige afspraak.

Dat in ieders leven de meeste dingen mislukken, blijkt ook uit het feit dat die digitale rechten van freelancers nog altijd niet goed gewaarborgd zijn. Liesbeth heeft nog net kunnen meemaken dat Alexander Klöpping ‘zijn kindje’ Blendle heeft verkocht onder het vuige argument dat Blendle niet meer is dan een soort kiosk. Hij deed dat zonder enige verantwoording af te leggen tegenover de freelancers, wier rechten hij jarenlang heeft gevandaliseerd. Klöpping doet er erg geheimzinnig over, maar het mag leien dat deze digitale ondernemer/scharrelaar voor Blendle niet meer heeft gekregen dan die symbolische 1 euro. Dat lijkt me nog veel te veel. Liesbeth kon zich daar, tot vlak voor haar dood, nog druk over maken.

Als ik een van haar boeken mag aanraden dan is het wel Het vermogen te verlangen (9 letters). Dat zijn gesprekken over taal en het menselijk brein, onder meer met Noam Chomsky, die haar tot de taalkunde bracht. Bijzonder grappig is het gesprek met Hugo Brandt Corstius, dat de kop meekreeg: ‘Een woord kan niet vies zijn.’ Dit alles naar aanleiding van een polemiek in deze krant tussen HBC en Jan Mulder over de vraag waarom neuken zo lekker en mooi kan zijn, maar het woord neuken toch erg vies. Corona bestond toen nog niet en van identiteitspolitiek had men nog nooit gehoord – dat waren nog eens tijden.

Liesbeth kon trouwens geweldig schrijven over gebarentaal. Dat corona de populariteit van gebarentaal heeft vergroot en toch nog iets heeft bijgedragen aan het menselijk geluk, zal haar postuum deugd doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden