Lezersbrieven over schooladvies

Lezersbrieven: ‘Ouders mee laten beslissen over schooladvies is dom en gevaarlijk’

Veel lezers reageren op het opiniestuk waarin Lisette Cleyndert bepleit om beter naar ouders te luisteren die vragen om een ambitieuzer schooladvies. Er zijn medestanders, maar er is ook kritiek: ‘Een advies moet gebaseerd zijn op feiten, niet op de druk van verbaal vaardige ouders’.

Leerlingen op een basisschool in Utrecht. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Verborgen agend

Oud-directeur in het basisonderwijs Gerard Bosman uit Weert noemt het betoog van Cleyndert ‘dom en gevaarlijk’:

‘Er is in onderwijsland veel te doen rond het schooladvies voor vervolgonderwijs. Het hoort een uitgebalanceerd, objectief advies te zijn, gebaseerd op de kennis van de school over de ontwikkeling van haar leerling. Als hulpmiddelen worden daarbij o.a. de leerlingvolgsystemen gebruikt, niet alleen het cognitieve, maar ook het sociaal-emotionele systeem, waarmee de leerling acht jaar lang gevolgd is.

‘En ja, misschien ook de eindtoets. Objectief, dus zich beperkend tot de feiten en niet beïnvloed door eigen gevoel, door vooroordelen, of door de maatschappelijke positie en het inkomen van de ouders. En dit allemaal zonder zich onder druk te laten zetten door verbaal vaardige en maatschappelijk geslaagde ouders. Te vaak heb ik goede, zeer betrokken leerkrachten zien afhaken, omdat ze niet tegen de druk van deze ouders op konden! Jammer voor het onderwijs en deze leerkrachten zelf, maar ook voor de leerlingen, die vaak ongelukkig worden omdat ze niet op de goede plaats terechtkomen (ondanks een uitgegeven vermogen aan bijlessen).

‘Ik wil ook graag een misverstand over toetsen wegnemen: toetsen dienen niet alleen om de vorderingen van de leerlingen te meten, maar zijn in de eerste plaats bedoeld om te ontdekken waar de hiaten bij de individuele leerlingen zitten, zodat je deze met een hulpprogramma kunt wegwerken. Als veel leerlingen dezelfde fouten maken, betekent dit dat er iets mis is gegaan bij de aanbieding van de leerstof door de leraar en dat hij hiermee aan de slag moet. In de eerste plaats dus een hulpmiddel waar de leerling en het onderwijs beter en effectiever van wordt.’

Ga uit van talent

Cleyndert raakt bij Anja Klootwijk (leerkracht en begeleider in het passend onderwijs) uit Krimpen aan de Lek, ‘een gevoelige snaar wanneer zij stelt dat het tijd is het hokjesdenken te verlaten en kinderen de kansen te geven die ze verdienen’:

‘Ook stelt Cleyndert dat er voor ambitieuzer schooladvies meer naar ouders geluisterd moet worden. Ik denk dat het de hoogste tijd is dat middelbare scholen en de onderwijsinspectie het roer omgooien en net als al jaren gebruikelijk is op basisscholen, meer uitgaan van talenten van leerlingen dan van tekortkomingen. Ik verfoei al jaren het systeem dat van mij, als leerkracht, verlangt dat ik leerlingen aan het eind van hun basisschool in één hokje stop. Ik sta volledig achter de zienswijze dat onderwijs alleen passend is als het de kansen van kinderen als uitgangspunt neemt.’

Al eerder geprobeerd?

Het betoog van Cleyndert deed Sjors Koppes uit Amsterdam denken aan de in 1993 geïntroduceerde basisvorming:

‘De oplossing volgens Cleyndert: kinderen beginnen gewoon op het niveau dat hen goeddunkt (of waar de ambities van de ouders liggen, lees: gymnasium). Als je het niet aankunt, zo redeneert zij, stroom je gewoon door naar havo of vmbo. Om elk sprankje talent optimaal te kunnen benutten moet per vak bekeken worden of je een gymnasiast bent of een vmbo’er. Schoolplanners die zeggen dat het onmogelijk is om alle kinderen op verschillende niveaus vakken te laten volgen, moeten gewoon af van hokjesdenken.

‘Dat schoolplanners geen oneindige hoeveelheden leraren of in te delen lesuren tot hun beschikking hebben, laat Cleyndert buiten beschouwing. Haar voorstel klinkt verdacht veel als de basisvorming die in 1993 is geïntroduceerd: alle leerlingen kregen de kans zich te bewijzen in alle vakken, vaak kregen leerlingen toetsen met een mavo-, havo- en een vwo-deel. Je best doen en bewijzen wat je kunt. In deze krant kon men in 1999 onder de kop ‘Basisvorming in onderwijs faalt ernstig’ (3 september 1999) lezen dat de prestaties van vwo’ers achteruit ging, en vmbo’ers vaker stopten met school.’

Niet afgerekend op zwakke kant

Ameling Algra (oud-docent wiskunde en oud-manager bij het College voor toetsen en examens voor leerlingen met een beperking) uit Almere trekt de stelling dat je zwakste punt je schoolloopbaan bepaalt in twijfel:

‘Bij de toelating tot het voortgezet onderwijs telt de totaalscore. Een zwak resultaat op rekenen kun je compenseren met een hoge score aan de talenkant. Aan je zwakke kant moet je werken, maar fataal wordt die niet. In het voortgezet onderwijs is het niet anders. Door de keuze van je vakkenpakket reduceer je het gewicht van je zwakke kant. Buitenlandse onderwijsmensen leg ik graag uit dat we in Nederland maar liefst acht smaken wiskunde hebben bij de toegang tot het hoger onderwijs, van helemaal niets tot een flink brok echte wiskunde. Zij kennen meestal maar twee opties: basiswiskunde voor iedereen, en verdieping voor de liefhebber.

‘En dan kun je in Nederland ook nog slagen met een vijf; van het beetje wiskunde dat verplicht is, hoef je minder dan de helft goed te hebben. Leerlingen moeten hun zwakke kant niet verwaarlozen, maar ze worden er niet op afgerekend.

‘Anders ligt het bij de kleine groep waar, door een beperking of beschadiging, een grote achterstand is aan de talen- of juist aan de rekenkant. Dat heet een kloof tussen de verbale en performale intelligentie. En wat blijkt? Wie door een beperking een taalachterstand heeft, en dat geldt internationaal, is in het verbale onderwijs kansloos, ook al is hij briljant in techniek. Maar andersom: wie een beschadiging heeft aan de rekenkant, ondervindt geen problemen in de schoolloopbaan. Gek genoeg zijn het alleen de ouders van leerlingen uit de tweede groep die voor hun kind uitzonderingen en ontheffingen claimen. Het onderwijs is zo een afspiegeling van de samenleving. Wie iets kan maken, eindigt lager in de pikorde dan wie een vlotte babbel heeft.’

Verantwoordelijkheid ligt bij ouders

Michael Vis uit Zoetermeer weet uit eigen ervaring hoe belangrijk de stem van ouders is:

‘We schrijven het jaar 1971. Ik woon in Laakkwartier in Den Haag, de gewone arbeidersbuurt in die tijd. Op mijn lagere school krijg ik het advies: lts. Op één leerling na, het zoontje van de moeder die in de ouderraad zit en een havo-advies heeft gekregen, gaan mijn klasgenoten allemaal naar de lts en mavo. Toen mijn vader op school kwam vertellen dat zijn zoon ‘gewoon’ naar de mavo zou gaan, werd er gesputterd. Toen hij aankondigde dat het de mavo in Mariahoeve zou worden, een betere wijk in Den Haag, zei de schoolleiding: ‘Wat verbeeldt u zich wel niet?’

‘Het is nu 2019. Nog even en ik hang mijn KLM uniform aan de wilgen. Na mavo, havo en vwo werd ik toegelaten op de hts, chemische techniek. Dat bleek net te hoog gegrepen. Ik ben steward geworden en heb bij KLM mijn carrière gemaakt. Inmiddels spreek ik Engels, Spaans, Duits, Frans en Chinees op HSK-2 niveau.

‘Dit alles bewijst mij dat vooringenomenheid en inschattingsfouten van alle tijden zijn. En dat dit de laaggeschoolde en laagbetaalde werknemers nog altijd vaak het hardste treffen. Hun kinderen moeten het hardst vechten voor hun plaats en vooruitgang in de maatschappij. Ik ben daarom groot voorstander van het geven van een stem aan de ouders in de schoolkeuze. Het zijn hun kinderen. Het is hun verantwoordelijkheid. De school is dienstleveraar aan de ouders en de kinderen. Daarmee heeft hun professionele kennis groot gewicht, maar mag het nooit de doorslag geven.’

Voorkom faalangst

Vmbo-docent H. Jellema-van de Kamp uit Haarlem verdedigt de terughoudendheid van docenten bij het geven van een schooladvies:

‘Cleyndert schrijft onder andere dat scholen risicomijdend gedrag vertonen, dat een enorme hoeveelheid talent wordt verspild en dat kinderen niet geneigd zijn om de hoge cijfers te halen en de extra vakken te doen die nodig zijn om door te stromen. Waar is het bewijs voor deze stelligheid? Ik heb als docent hele andere ervaringen.

‘Ik kan wel kort en duidelijk vertellen, waarom leerkrachten niet zo makkelijk meegaan in de ambitie van ouders als het gaat om een keuze voor vervolgonderwijs. Het is doorgaans zeer schadelijk voor een kind , al is het maar voor een kortere tijd, in een leersituatie terecht te komen, die te hoog gegrepen is. Veel ouders redeneren als volgt: ‘Laat mijn kind het maar proberen op het vwo. Als het niet gaat, kan het altijd nog naar de havo.’ Dit is een hele gevaarlijke redenering, want een kind gaat niet vrolijk en evenwichtig op een lager niveau verder. Een kind weet heel goed wat de ouders van hem verwachten. En als dat dan niet lukt, is dat voor een kind verschrikkelijk.

‘Vraag het maar aan docenten op vmbo-scholen. Daar komen de zogenaamde zij-instromers binnen. In de tweede of soms de derde klas, nadat ze het op een hoger niveau (soms zijn deze kinderen op het gymnasium begonnen!) niet redden. Deze leerlingen zijn heel erg moeilijk in gedrag, maar vooral ontoegankelijk voor kennisoverdracht. Die leerlingen willen dan helemaal niks meer. ‘Ik kom er niet meer bij’ hoor je nog al eens in de lerarenkamer van een vmbo. 

‘Van faalangst blijft iemand zijn hele verdere leven last van houden, terwijl een kind vleugels krijgt van een succeservaring. Dát is waarom docenten liever voorzichtig zijn. Natuurlijk kunnen docenten zich vergissen en een leerling en te laag inschatten, maar hun voorzichtigheid in geval van twijfel is zeer verantwoord.’

Columns & opinie over schooladvies:

Veel kinderen hebben wel talent voor het een, niet voor het ander. Onderwijs moet daarop inspelen, betoogt Lisette Cleyndert in dit opiniestuk.

Eerherstel van de Cito is verdedigbaar, maar blijf oog houden voor sociaal zwakke leerlingen, schrijft Sander van Walsum in het commentaar.

Laat kinderen zelf eerst een paar jaar lang ontdekken en tonen waar ze goed in zijn, bepleit Aleid Truijens in haar column.

De huidige sorteermachine bij de overgang naar het voortgezet onderwijs moet bij het grofvuil, betoogt onderwijswetenschapper Louise Elffers in dit opiniestuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden