Column Derk Jan Eppink

Lezen we in het boek van Bob Woodward over Trump historische waarheden of onderlinge afrekeningen?

Derk Jan Eppink

Toen Donald Trump in 2012 een gooi naar het presidentschap overwoog, was hij geen conservatief, geen Republikein, noch religieus. De term ‘populist’ sprak hij uit als ‘popularist’ en 80 procent van zijn donaties ging naar Democraten. Hoe werd Trump in 2016 toch president? En hoe was zijn eerste jaar in het Witte Huis? Die vragen beantwoordt Bob Woodward, journalist met hoog aanzien, in zijn meest recente boek: Fear.

Er zijn al veel boeken geschreven over Trump. Vaak te snel, met een mengsel van feiten en fictie. Soms door ex-medewerkers om zichzelf vrij te pleiten of met anderen af te rekenen. Woodward garandeert professionele journalistiek. Hij schreef vier boeken over het presidentschap van George W. Bush en twee over de Obama-jaren. Vlak voor de verkiezingen 2016 stelde Woodward de vraag: ‘Als Trump wint, wat hebben we dan over het hoofd gezien?’ Die vraag klonk toen louter theoretisch.

Het raadsel van Trump is zijn chaotische, onvoorspelbare en gewaagde stijl enerzijds tegenover anderzijds de realisering van belangrijke onderdelen van zijn ‘Trump Agenda’. Het handelsbeleid is radicaal omgegooid, ‘achterstallige huur’ opgehaald bij militaire bondgenoten, belastingverlaging en deregulering doorgevoerd. In het meest recente kwartaal was de economische groei 4,2 procent, daalde de werkloosheid naar een historisch dieptepunt en stegen besteedbare inkomens voor het eerst sinds 2009.

Woodward geeft een soms vermakelijk beeld van het besluitvormingsproces. Bush kon terugvallen op medewerkers van zijn vader; Obama op staf van Clinton. Trump stuitte op wantrouwen van het Republikeins establishment en maakte de fout het ‘transitieteam’ te verwaarlozen. Het team rekende niet op de overwinning. Dus waarom al dat werk? Op de verkiezingsavond had Trump niets.

Waarop een warrige sollicitatieprocedure begon waarbij Trump vooral lette op uiterlijkheden. Als nationale veiligheidsadviseur wees Trump ex-ambassadeur bij de VN, John Bolton, eerst af. Hij houdt niet van borstelachtige snorren. Daarna sprak hij met gepensioneerd generaal H.R. McMaster die verscheen in pak. Trump zag hem als ‘bierverkoper’. McMaster kreeg de baan in de tweede ronde toen hij verscheen in militair uniform. Daarna ‘klikte’ het niet tussen de twee. McMaster ‘doceerde’ te veel. Uiteindelijk werd het toch ‘de snor’. Trump selecteert ‘op gevoel’. Wie te dicht bij de zon in de ‘oval office’ komt, loopt afbrandrisico. Behalve ‘eerste dochter’ Ivanka en echtgenoot Jared Kushner die een ‘aparte silo’ vormen.

In het Witte Huis woedt altijd richtingenstrijd. Zie het handelsbeleid. De ‘protectionistische’ Peter Navarro versus economisch adviseur Gary Cohn, Democraat en vermeend leider van de ‘Wall Street Wing’ in de ‘West Wing’. Bureaucratie fungeert als piepschuim. Niet voor Trump. Hij laat de ambtelijke guerrilla rustig voortwoekeren om vervolgens te beslissen wat hij altijd al vond: Nafta schrappen, het klimaatakkoord van Parijs verscheuren, het Iran-akkoord opzeggen, China aanpakken, Poetin ontmoeten. Hij besluit op ‘instinct’.

Trump is stijlmatig zijn eigen ergste vijand. Vooral op Twitter. Adviseurs richtten een ‘Twitter commissie’ op om Trump te beteugelen. Onmogelijk. ‘Het is mijn megafoon’, zei hij met 54,4 miljoen volgers. Hij tweet vroeg en voedt de ochtendprogramma’s op kabeltelevisie. Veel tweets richten schade aan door feitelijke fouten of onnodige ruzies. ‘Spontane’ persconferenties zijn levensgevaarlijk, met Charlottesville als dieptepunt. Zijn economische agenda trekt kiezers; zijn stijl stoot velen af.

Fear bestrijkt het eerste ‘Trump jaar’. Woodward meldt weinig over de vijandige houding van de federale bureaucratie, nog geleid door Obama-getrouwen. Ongekend veel perslekken. In Trumps wereld speelt de openlijke oorlog met gevestigde media een hoofdrol. Woodward laat het onderbelicht. Zijn boek is grotendeels gebaseerd op vier hoofdbronnen die werden ontslagen of vertrokken: strateeg Steve Bannon, topeconoom Gary Cohn, topambtenaar Rob Porter en kabinetschef Reince Priebus. Vertelden zij historische waarheden, of overheersen onderlinge afrekeningen?

Voor een eindoordeel van Trump is het te vroeg. Zijn ‘Meltdown’ bleek prematuur; onderschatting de grootste fout van zijn opponenten. Woodward is insider in Washington DC maar outsider buiten de bubbel waar een grote massa opstandig kiezersvolk woont. Hopelijk verschijnt voor de presidentsverkiezingen van 2020 weer een Woodward.

Derk Jan Eppink is senior fellow bij het London Policy Center in New York.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden