Brieven Dit schrijven onze lezers

Leve de kinderlozen! En kosmopolitisch is niet: altijd en overal Engels gebruiken

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 3 augustus.

Beeld Hans Klaverdijk

Brief van de dag: geboortebeperking

George van Hal ziet geboortebeperking omwille van het ­klimaat niet zo zitten (Ten eerste, 1 augustus). Hij schrijft: ‘Neem alleen al het feit dat het juist onze kinderen zijn die straks de maatregelen moeten bedenken en uitvoeren om de gevolgen van klimaatverandering te beteugelen. Wie zegt dan dat een kind de eigen klimaat­impact niet dubbel en dwars kan goedmaken met zijn of haar prestaties?’

Als één mens de klimaatverandering kon stoppen, had Van Hal misschien gelijk. Maar om het tij te keren is de inzet van ­iedereen nodig. Tot nu toe kiest de mensheid als geheel vooral voor eigen belang op de korte termijn, en dat is al duizenden jaren zo. Een volgende generatie zou dan plotseling anders zijn? Lijkt me niet. Mensen blijven mensen.

De kinderen van de huidige ­generaties lijken in een rampzalige wereld terecht te komen. Dat moeten we niet willen. Ook daarom: leve de kinderlozen!

Jos KoningNijmegen

Taal op maat

Mirjam Schöttelndreiers irritatie over English only in de Amsterdamse horeca en winkels is meer dan terecht (O&D, 2 augustus). Kosmopolitisch is niet: altijd en overal Engels gebruiken, maar je overal zoveel mogelijk voegen naar de landstaal en -cultuur. Internationaal is niet Engelstalig maar meer­talig. Internationaal in Nederland is Nederlands gebruiken en waar nodig andere talen waaronder Engels. Taal op maat.

Goed dat buitenlanders in het ­Engels (en hopelijk ook in andere vreemde talen) worden geholpen, maar als je het Nederlands uitbant ten koste van het Engels, verliest Amsterdam zijn ziel en zijn leefbaarheid, voor Nederlanders én buitenlandse kosmopolieten .

English only-personeel is ergerniswekkend. Maar dat zal meestal zijn ­ingehuurd door onverschillige Nederlandse werkgevers die ‘de klant is koning’ verwarren met one size fits all.

Frens BakkerAmsterdam

Engels

De lifter die ik middels Blablacar meenam naar Frankrijk wilde dolgraag ­Nederlands praten, al waren onze ­eerdere contacten per telefoon in het Engels geweest. Hij vertelde me hoe vervelend het was dat alle Nederlanders bij het horen van het minste ­accent van zijn kant overgingen op ­Engels. Zo kon hij deze prachtige taal toch nooit goed leren. Dus: lang niet alle toeristen en buitenlandse werknemers vinden het fijn in het Engels geholpen te worden.

Annelies JacobsenDordrecht

Binnenpretjes

Het betoog van Mirjam Schöttelndreier is mij uit het hart gegrepen. Als Amsterdammer maak ik regelmatig mee dat zelf een bestelling van twee bier of een witte wijn niet wordt begrepen. Hoe moeilijk is het verschil met beer en wine?

In een wat chagrijnige bui ben ik een keer gaan shoppen in het centrum en heb mij voorgenomen mij tot mijn eigen taal te beperken. Verbijsterend in hoeveel grote zaken er louter Engels wordt gesproken. Maar je kan er ook je voordeel mee doen en binnenpretjes hebben. ‘Sorry sir, you can only take five items.’ O, dat wist ik niet, maar ik hang ze zo weer terug. Een hoofd vol vraagtekens achterlatend. Ik kon doen wat ik wilde.

Jos KuijsAmsterdam

Gesprek onder vier ogen

Op straat zie ik steeds meer mensen telefoneren via Skype (beeldtelefonie). Je hoort én ziet elkaar. Op deze wijze voer je een gesprek onder vier ogen. Klaarblijkelijk maakt de wederzijdse toevoeging van de non-verbale expressie het telefoongesprek persoonlijker, wellicht ook plezieriger. Met een boerka op wordt de gelijkwaardigheid van dit persoonlijk contact doorbroken. Een eenzijdig recht op andermans non-verbale expressie, zoals schaamte, vreugde en boosheid, getuigt zeker niet van betrokkenheid bij de ander. Het maakt het samen leven nog moeilijker.

Karel LabbertéLeiden

Pragmatisch

Het veelbesproken verbod op ­gezichtsbedekkende kleding (Voor­pagina en Commentaar, 1 augustus) brengt mij weer even terug naar Kenia in 2010, waar ik voor Teacher4teachers als coach deelnam aan de school leaders course in Kwale, ten zuiden van Mombasa. De schoolleiders, evenveel mannen als vrouwen, druppelden binnen en twee van hen vielen op. Niet alleen vanwege hun nikab, maar vooral door hun spontane actie deze, eenmaal binnen, met een brede grijns over het hoofd te gooien.

Een verplichting was dat geenszins. Dat ik hun blijde gezichtsuitdrukking kon waarnemen, maakte het contact voor mij aanzienlijk gemakkelijker. Dus stapte ik naar hun toe. ‘Ik zag dat je buiten een nikab draagt’, zei ik ­belangstellend tegen Fatuma. ‘Klopt, dat maakt het voor mij een stuk veiliger in de matatu’s. In die overvolle busjes zitten ze anders voortdurend aan je.’

Nieuwsgierig keek ik naar Tamasha. Zij was een stuk jonger en ik meende bij haar een ondeugende blik te ontwaren. ‘O, voor mij is het heel simpel. Ik draag hem omdat mijn familie dan niet kan zien wat ik doe.’ Twee heel pragmatische redenen voor het dragen van gezichtsbedekkende kleding. Van dwang, onderdrukking of een ­religieuze behoefte was geen sprake.

Ruud MusmanAmsterdam

Gordijnenverbod

Naar aanleiding van het boerkaverbod dacht ik: zou een gordijnenverbod wellicht ook een goed plan zijn? Er is dan meer zicht op wat zich binnenshuis afspeelt. Misstanden kunnen eerder gesignaleerd worden. Mensen die niets te verbergen hebben, zullen met dit verbod neem ik aan geen problemen hebben.

Theo MaassenEindhoven

Beeld Hans Klaverdijk

Raar landje

Wat zijn we toch een raar landje. In ­dezelfde week waarin wij een lans breken voor mannen die uitdagend met hun blote kont over straat mogen gaan om zich al wiebelend te tonen aan een ieder die kijken wil, verbieden wij vrouwen die zich welbewust zodanig kleden dat hun aantrekkelijkheid voor die ieder verborgen blijft. Weinig consequent lijkt mij zo. Of zou er iets anders achter steken?

Ruud SchneiderSpijkernisse

Snoek

In mijn jeugd woonde ik in Elburg. Er stroomde een beek met helder water door het stadje, je kon tot op de bodem kijken. Op een dag ontdekte mijn oudere buurjongen, hij zal misschien ook een jaar of 11 zijn geweest, net als het gebeten meisje (Commentaar, 1 augustus), een verdwaalde snoek in de beek. Er was een trapje naar de beek, een wasplaats, en daar stond Kees − zo heette de jongen − klaar om de snoek te pakken. Hij wilde zijn moeder verrassen met de grote vis. Maar wat gebeurde er: de snoek beet hem in zijn duim. Kees liet niet zomaar los en slingerde de snoek met zijn duim op de kant. Hij heeft met een bloedende duim trots de vis bij zijn moeder op het aanrecht gelegd.

Ineke RemijnseEdam

Heineken

Er is nogal wat ophef over de entree van Budweiser op de Nederlandse markt (Ten eerste, 1 augustus en ­column Peter Giesen, 2 augustus). Opvallend lijkt de sponsoring van Ajax door Budweiser, terwijl de Johan Cruijff Arena door Heineken wordt gesponsord. Ik vroeg Freddy Heineken een keer waarom hij geen sporters of clubs sponsorde. Zijn korte antwoord was helder: ‘Heineken kan niet verliezen.’

Kees de Ruiter, oud-voorzitter Jumping ­Amsterdam

Pillendraaiers

Daar lees ik het weer. Een eenslag­tabletteermachine wordt een pillendraaier genoemd (Ten Eerste, 2 augustus). Pillen worden in de apotheek niet met behulp van tabletteermachines gemaakt, maar op een tweetal pillenplanken. Op de een worden ze op maat afgesneden en op de andere tot kogeltjes (pillen) gedraaid. Of beter gezegd: werden gedraaid, want pillendraaien behoort al tientallen jaren, op een ­enkele industriële uitzondering na, tot de farmaceutische folklore. Noem niet alle soorten van orale toediening van medicijnen pillen. De toedieningsvormen die met ­behulp van een tabletteermachine worden gemaakt heten tabletten (tabulae compressae).Voorzie je deze tabletten van een suikerlaag, dan worden ze dragees genoemd.

Gerhard ElferinkRhenen

Opeengepakt

Twee foto’s in de krant van 31 juli, opeengepakte toeristen in een sluis bij Loosdrecht; opeengepakte varkens in een stal, bevestigen een gedachte die al langer aan mij knaagt: we zijn met te veel – en we zijn niet goed snik.

Joost van LingenZeist

Halsbandparkiet

Of een halsbandparkiet (Psittacula krameri) een vervelend beestje is (Stekel, 31 juli), laat ik in het midden, maar het is een papegaaiachtige en geen zangvogel en hij produceert dus geen gezang. Een grasparkiet (Melopsittacus undulatus) is een heel andere papegaaiachtige, half zo groot als een halsbandparkiet, en komt als broedvogel in Nederland (nog) niet in het wild voor.

Frank RijckaertDoetinchem

Imperiale maten

Peter de Waard (De kwestie, 31 juli) maakt zich zorgen dat Groot-Brittannië weer overgaat tot oude imperiale lengtematen. Hij vertaalt de mijl, furlong, yards en feet heel ­continentaal in meters, terwijl het zo simpel is, want 3 barleycoins zijn gelijk aan 1 inch, 12 inches zijn 1 foot, 3 feet zijn 1 yard. 1760 yards zijn 1 standaard mijl, 1 mile is 8 furlongs, 1 furlong is 10 gunter’s chains, 1 gunter’s chain is 11 vadems, 1 vadem is 15 shekkels, 100 vadems zijn 1 cable, 10 cables zijn 1 zeemijl en 1 zeemijl is 6080 feet. 1 foot is 3 hands, 1 hand is 2 sticks, 1 stick is 2 inches. 3 inches zijn 1 palm, 1 palm is 4 digits, 3 digits zijn 1 nail. 4 nails zijn 1 span, 2 spans zijn 1 cubit, 1 cubit is 3 shatments. 5 shatment zijn 1 pace, 2 paces zijn 1 step, 4 steps zijn 1 rope, 5 ropes zijn 1 rampsden’s chain, 50 rampsden’s chains zijn 1 romeinse mijl.

Nu weten we dat 1 romeinse mijl gelijk is aan 60.000 inches, terwijl 1 standaard mijl gelijk is aan 63.360 inches. 1 inch is 6 picas, 1 picas is 12 points, 1 point is 20 twips, 6 points zijn 1 line of 1 poppyseed, en nu is de cirkel weer rond, want 4 poppyseeds zijn 1 barleycoin.

Kortom, tegen zo’n eenvoudig meetsysteem kan niks op, wordt tijd dat wij in continentaal Europa dit gaan overnemen.

Piet PostArnhem

Rookvrije stations

ProRail streeft naar volledig rookvrije stations. De steeds maar verder gaande bestrijding van het roken doet mij af en toe denken aan een woedende column van Kees Fens uit mei 2005 in deze krant. De slot­zinnen van deze column, die hij schreef na het herzien van de rookfilm Casablanca, luidden: ‘Ik vervloek de beeldenstormers die die cultuur van rituelen kapot hebben gemaakt en een van de glorieuze verschijningen van de mens, de ­sigarettenroker, tot uitschot hebben gemaakt: daar staat hij naast een schandpaal op het station, op de stoep van zijn kantoor in de regen, thuis achter het schuurtje, één keer op een avond.’

Frank van den InghLeiden

Rode Leger

In het artikel ‘Oorlogsheld marcheert niet voor PiS’ (Ten eerste, 1 augustus) wordt beweerd dat het Rode Leger de opstandelingen in Warschau weigerde te helpen ‘uit strategische overwegingen’. Dat is niet waar. De opstand was zonder coördinatie met de Sovjet-Unie ­ondernomen. De opstandelingen werden ingezogen in de binnenlandse machtsstrijd in Polen die anti-Sovjet van aard was. Stalin stelde in zijn schrijven aan de Poolse leider Mikołajczyk: ‘Deze actie is een slecht overwogen avontuur dat massaal slachtoffers als gevolg had.’ Het Rode Leger streed samen met het Poolse volk tegen de Duitse Wehrmacht. Alleen al bij de bevrijding van de Poolse hoofdstad verloren meer dan 166 duizend Sovjet-militairen hun leven. Dat mag nooit vergeten worden.

Angelica Kriger, perssecretaris Russische ambassade

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden