ColumnJoost Zaat

Leve de dromende, tijdverspillende, aankomende dokters

null Beeld

Het werkt steeds minder goed, mijn handige inwendig aflopende tien minuten-wekkertje als ik aan het koken ben. Jarenlang getraind door duizenden spreekuren. Dat ritme van een praktijkdag mis ik als semi-pensionado enorm. Weliswaar weet je als huisarts niet wat de dag brengt. Maar wat er komt, komt in afgepaste tijdseenheden. Voor iemand die met het klimmen der jaren steeds meer tijd vermorst, is dat reuzehandig.

Toch geeft geen enkele scholier zo’n anti-lummel dagindeling op als motivatie bij de selectie voor de studie geneeskunde. Ook vertelt die niet dat dokter worden een eenvoudige manier is om ontroerende verhalen te horen. Voor relatief mensenschuwe mensen zoals ik is dat een groot voordeel. Ook die verhalen mis ik. Net als het ‘familiegevoel’ van een goed team.

Niet dat ik dat allemaal bijna een halve eeuw geleden bedacht. Ik had toen geen flauw idee waarom ik dokter wilde worden. Waren het de nog koloniale leesboekjes op de basisschool, vol met dokters en missionarissen? Of was het de gefnuikte ambitie van mijn moeder? Architect wilde ik worden. Toen ik eenmaal begreep dat je daarvoor veel wiskunde nodig had en mijn kettingrokende wiskundeleraar vond dat ik daar te dom voor was, gaf ik die ambitie snel op. Mijn droeve puberbrein wilde ik niet met psychologisch graven belasten. Voor rechten was ik niet kakkerig genoeg en hoewel ik de maatschappij wilde veranderen leek me politicologie of sociologie in het Havanna aan de Waal te opgewonden. Ik vond me zelf dus net slim genoeg om ‘geneeskunde’ te studeren.

Nu kom je daar niet meer mee weg, maar goddank hoefde ik toentertijd mijn keuze niet te motiveren. Hoewel het kabinet plannen maakt voor een loting, in plaats van het jaarlijkse selectiecircus bij studies met een numerus fixus, is er in ieder geval komend jaar nog een decentrale selectie. In de kerstlockdown bereiden scholieren zich dus voor op toetsen en coronaproof gesprekken. Bij tips die ze elkaar online geven, staat dat het er niet om gaat of je slaagt, maar dat ‘je beter bent dan de rest’.

Ook zij-instromers moeten hun keuze voor hun master motiveren. Die geven volgens onderzoekers dan motivaties op als ‘de interesse en respect die ik heb voor de patiënt als mens en het functioneren van het lichaam’ of ‘mijn affiniteit met de wetenschap is groter dan die van dopamine met zijn receptor’ of ‘mijn moeder stierf bijna en toen ik zag wat dokters deden wilde ik dokter worden.’ Bij beginnende studenten is dat niet veel anders. Respectabele motieven. Maar of die nu echt betere dokters opleveren dan mijn afstreeplijst? Wat patiënten volgens mij niet nodig hebben, zijn dokters die vanaf dag nul strijden wie er de beste of de slimste is. De zorg zou heel wat beter worden als haantjesgedrag en onderling gepik verdween.

Kom dus maar op met die loting. Dan hebben dromende, tijdverspillende, aankomende dokters na een nuttig werkleven evenveel kans als die aanstaande dopamine receptor-liefhebbers, op hun eigen ingebouwde wekkertje en op mooie verhalen en meestal dankbare patiënten.

Joost Zaat is huisarts.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden