ColumnFloortje Smit

Leuk die Barbie, maar had die vrouw toch een geinig minilabje gegeven, of wat reageerbuisjes als accessoire

null Beeld

Hoogleraar Sarah Gilbert uit Oxford heeft iets bereikt waar meisjes wereldwijd stiekem van dromen. Ik bedoel niet dat ze aan het hoofd stond van het team dat het Astra­Zenica-vaccin ontwikkelde. Ook niet dat ze daarvoor geridderd werd. Nee, Gilbert werd een Barbie.

‘Erg vreemd’, vond ze het aanvankelijk, dat er een Barbie naar haar beeld werd gemaakt. Maar ze hoopt ‘dat het meisjes zal inspireren om een beroep voor zichzelf te visualiseren waar ze niet meteen aan denken, zoals vaccin-ontwikkelaar’.

Zo hoort speelgoedfabrikant Mattel dat graag. Barbie is al lang niet meer het leeghoofdige blonde poppetje dat volgens wetenschappelijk onderzoek in werkelijkheid niet zou kunnen staan omdat ze door het gewicht van haar borsten voortdurend naar voren zou tuimelen. Ze is er in allerlei kleuren, soorten en maten. Ze is astronaut, of filmregisseur, of brandweervrouw. Beyoncé heeft een eigen Barbie, en Amelia Earhart en Rosa Parks.

De terechte klacht dat er te weinig interessante vrouwelijke rolmodellen waren, heeft de afgelopen jaren geleid tot een revolutie in de popcultuur. Met tuttige, zorgzame typetjes hoef je als bedrijf niet meer aan te komen. Er zijn inmiddels al meer films over ‘krachtige, onafhankelijke’ Disneyprinsessen dan over tuttige, zingende Sneeuwwitjes. Historisch belangrijke vrouwen figureren prominent in boeken (Bedtijdverhalen voor Rebelse Meisjes bijvoorbeeld) en televisieseries (The Who Was? Show). Gelukkig. Je zou het jongens ook gunnen, zo’n uitvoerig besproken, actieve zoektocht naar meer diverse rolmodellen, mannen die mogen huilen bijvoorbeeld, of praten over hun emoties, maar dit terzijde.

‘Barbie erkent dat alle frontlinie-medewerkers enorme offers hebben gebracht. (…) We willen hun prestaties voor het voetlicht brengen door hun verhalen te delen’, aldus Mattel. ’Om een nieuwe generatie te inspireren net als deze helden te zijn en iets terug te geven.’

Die van Gilbert, saai gekleed in donkerblauw pak en witte blouse, is eerlijk gezegd de minst inspirerende van de in totaal zes covidgerelateerde Barbies die zijn gemaakt. Had die vrouw toch een geinig ­minilabje gegeven, of wat reageerbuisjes als accessoire. Leuker is die van Kirby White, die in Australië het tekort aan doktersjassen verhielp – die heeft een geinige lila overjas aan, met vlinders erop. Die van Amy O’Sullivan, die de eerste covidpatiënt in New York verzorgde, is helemaal supercool, met een mondmasker, haar blauwe ‘scrubs’, en haar tattoo’s.

Daar wil je wel mee spelen, als kind van de Covid-generatie.

Er is alleen één ding, iets dat een beetje ondersneeuwt in de wereldwijde berichtgeving over deze Barbies. Ze zijn niet te koop. De speelgoedfabrikant heeft ze in een oplage van één laten maken als bedankje voor deze zorghelden. En voor een persbericht natuurlijk, met een leuke foto erbij. Het is maar de vraag hoeveel kinderen deze rolmodellen daadwerkelijk gaan zien en hun verhalen horen. Maar mocht je als ouder, helemaal geïnspireerd, hierdoor een gewone ­dokter-Barbie voor het kroost kopen, dan wordt er een percentage overgemaakt naar een stichting.

Fideel natuurlijk. Maar eerlijk: hebben de ‘zorghelden’ Mattel nodig om ze als rolmodel neer te zetten, of maakt de speelgoedfabrikant ook gewoon slim gebruik van het ‘zorghelden’-sentiment?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden