Opinie

Leren zonder feiten is een gevaarlijke illusie

De visie van het Platform Onderwijs 2032 is doordrenkt van economisch nutsdenken en gaat voorbij aan belangrijke wetenschappelijke inzichten.

Openbare basisschool Overvecht in Utrecht. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Hoe leren mensen? En hoe zou het onderwijs er uit moeten zien als je hier rekening mee houdt? En zijn de taken die aan het onderwijs worden opgelegd wel uitvoerbaar, gezien deze wetenschap? Het voorlopige document van het Platform Onderwijs 2032 gaat voorbij aan belangrijke inzichten uit de psychologie en neurowetenschappen.

Mensen leren continu. Ook voor ze naar school gaan, ook buiten school en lang nadat ze van school af zijn. Al onze ervaringen en (lichamelijke) mogelijkheden helpen ons te leren en zo een model van de wereld te maken: zo zit de wereld in elkaar, en zo moet je ermee omgaan. Dit model is startpunt van verder leren. Dat gebeurt zowel onbewust en terloops, als zeer bewust en met inspanning. Omdat we zo sociaal ingesteld zijn, wordt ons model van de wereld vooral gevormd door de mensen om ons heen.

Feitenkennis is niet meer nodig, stelt de commissie. Inzichten uit de psychologie bestrijden dat. Voor het model dat we van de wereld creëren en waarmee we de wereld tegemoet treden, is feitenkennis een essentieel ingrediënt.

Leesvaardigheid

Feitenkennis is bijvoorbeeld belangrijker voor het kunnen lezen dan goede technische leesvaardigheid. In een Amerikaans experiment bleek dat het begrip van teksten vooral werd bepaald door de ervaringen met het onderwerp en nauwelijks door de leesvaardigheid. Niet alleen voor het leesbegrip is achtergrondkennis van essentieel belang, parate achtergrondkennis stelt ons in staat om met de wereld om te gaan.

Die interactie loopt groot gevaar wanneer 'topografische, historische en natuurwetenschappelijke feitenkennis kan worden geschrapt', zoals het advies nu voorstelt. We leren vanuit ons model en als dit een leeg model is, zullen we ook weinig leren.

Het visiestuk 2032 lijkt het onderwijs vooral rond praktische toepasbaarheid van stof te willen inrichten. Hier is een stevige voetnoot bij te plaatsen. Praktische stof moet ook altijd tot doel hebben om het algemene principe dat erachter schuilgaat duidelijk te maken. Braziliaanse straatkinderen kunnen fantastisch hoofdrekenen als het gaat om geldtransacties, maar op school blijkt rekenen helemaal niet goed te gaan.

Andersom is het net zo; wiskundige regels en rekenalgoritmes blind toepassen om glorieus op de Cito te scoren, maar er geen praktisch nut uit te kunnen halen, heeft even weinig zin. Het gaat er steeds om een algemeen principe te leren en de praktische situaties te leren herkennen waarin die kennis toe te passen is.

Een nieuwe wereld

Het leren van een tweede taal vanaf groep 1 heeft uiteenlopende reacties opgeleverd. De cognitieve psychologie geeft krachtige argumenten voor het vroeg aanbieden van een tweede taal. Niet vanwege het economische nut van Engels als tweede taal, en de concurrentiepositie in de toekomst, zoals het Platform Onderwijs 2032 het advies motiveert. Leerpsychologisch is het wezenlijker dat een vreemde taal het model van de wereld verrijkt en net zoals artistieke vakken een nieuwe wereld opent voor kinderen.

Dat is ook van belang om 'vaardig, waardig en aardig' te kunnen zijn. De filosofe Martha Nussbaum ijvert ervoor om de geesteswetenschappen, waaronder taal, op school hoger op de agenda te zetten om zo de andere werelden voor kinderen te openen. Dit helpt hen om zich te verdiepen in andere standpunten, culturen en ermee in conversatie te gaan.

Dit is in overeenstemming met het cognitief psychologische idee dat een rijker model van de (internationale) wereld je in staat stelt om je die wereld eigen te maken. Overigens geldt dat voor vrijwel iedere tweede taal en niet alleen Engels. Wij beweren dat het leren van EEN tweede taal op vroege leeftijd positieve effecten heeft op latere leeftijd (en daarvoor bestaan goede bewijzen).

Tot slot de rol van de leerkracht versus de rol van de iPad. Voorzitter van het Platform, Paul Schnabel, zegt tegen RTL Nieuws op 1 oktober: 'Dus als je zegt: kids moeten goed Engels leren uitspreken, dan is het niet noodzakelijk dat de juf dat kan. Zo'n apparaat kan je dan prima corrigeren. Dat helpt natuurlijk. Die ontwikkelingen zijn fantastisch, dat daar hulp bij kan worden geboden. De juf is dan wel begeleidend, maar hoeft niet per definitie zelf een native speaker te zijn.' Ook het Platform Onderwijs 2032 ziet het belang van de docent afnemen door de inzet van ict.

Hier kunnen we kort over zijn. Het hebben van een goede docent is en blijft essentieel, juist vanwege de grote rol van sociaal leren bij het vormen van ons model van de wereld. Dat geldt voor vreemde talen en al het andere leren. Ict kan de docent goed ondersteunen, maar nooit compenseren voor het gebrek aan een goede docent. Mensen leren van nature nu eenmaal het meest van mensen.

Jurjen van der Helden en Harold Bekkering schreven het boek 'De lerende mens', dat begin november verschijnt bij Boom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.