Leren van Hongaarse premier Orbán, het kan

De Hongaarse premier Orbán staat bekend als boeman van de EU, maar zijn invloed is groot en hij gaat het debat niet uit de weg.

De Hongaarse premier Viktor Orbán arriveert voor een toespraak in het Europees Parlement. Beeld Hollandse Hoogte

Na jarenlang de Europese waarden en allerlei EU-instellingen te hebben uitgedaagd, was de Hongaarse premier Viktor Orbán vorige week zelf doelwit van hevige Europese kritiek. Aanleiding was de nieuwe Hongaarse universiteitswet, die de door George Soros opgerichte Centraal Europese Universiteit onevenredig zou raken, daarnaast een anti-Brussel-consultatie met de bevolking en een aanstaande onvriendelijke NGO-wet. Het staat vast dat Orbáns autoritaire tendensen, propaganda en hypocrisie moeten worden bestreden. Maar alleen maar een veroordeling van zijn regime gaat voorbij aan de belangrijke lessen die Europese leiders kunnen trekken uit Orbáns gedrag.

De eerste les is dat - zoals Orbán zelf aangeeft - de EU een speelveld met regels is, waarbij lidstaten en instellingen met elkaar in conflict kunnen komen. Dat is normaal. Het staat buiten kijf dat het intimideren en beperken van de oppositie in eigen land afkeurenswaardig is. Maar Hongarije heeft na het uittesten van Europese regels bijna altijd een compromis met de Europese Commissie willen vinden. Twee belangrijke zaken (waaronder wijzigingen in het Constitutioneel Hof) belandden uiteindelijk bij het Europese gerechtshof, waarna een juridische oplossing volgde.

Dat dit geen bevredigende oplossing heeft gebracht voor velen ligt aan het feit dat de EU juridisch gezien nog altijd voornamelijk een marktproject is: Orbán legt hiermee dus de ware aard van de EU bloot.

Michiel Luining.

De tweede les is dat meer vertrouwen van de burger in het Europese project geholpen is met vertrouwen in nationale politici en het gevoel dat deze hen in Brussel daadwerkelijk vertegenwoordigen. De kritiek, terecht of niet, op uiteenlopende acties van Orbán en de verwijzing naar hun 'anti-Europese' karakter, is een gift voor de Hongaarse premier en bovendien makkelijk te pareren. De Europese waarden zijn namelijk niet zo eenduidig gedefinieerd. Met elke politieke strijd presenteert Orbán zich als nationaal politicus die opkomt voor de belangen van zijn land. Hij geeft de Hongaren een gevoel van trots en de impressie een 'nieuwe' lidstaat te zijn die meedoet aan het debat in de EU.

Nationale EU-leiders dienen, kortom, het Europese politieke debat volledig aan te gaan. De EU kan niet meer als technocratisch marktproject terzijde worden geschoven. De grootste kritiek op onze politici is dat ze maar een beetje aanrommelen in Brussel en zich niet uitspreken over de EU. Orbán daarentegen spreekt zich wel degelijk uit maar krijgt vervolgens de kritiek dat hij de EU aanvalt.

Toch stelt de premier in veel van zijn toespraken dat Hongarije bij Europa hoort en dat Hongaren per referendum hebben gekozen voor EU-lidmaatschap. De feiten zijn dat momenteel 70 procent van de Hongaren het EU-lidmaatschap steunt. De extreemrechtse partij Jobbik heeft inmiddels haar EU-uittredingspositie laten vallen en doet zelfs voorstellen voor een 'loonunie'. Orbán zelf zet in op meer Europese defensie en EU-uitbreiding. In dat opzicht is de Hongaarse politiek ironisch genoeg meer 'pro-Europees' dan de Nederlandse politiek te noemen.

Beeld afp

Toegegeven, de Hongaarse premier voert de nationalistische retoriek tot het uiterste cynisme door. Verscheidene acties hebben hem geïsoleerd gemaakt in de Europese politiek. Toch wordt een belangrijk punt over het hoofd gezien: als kleine lidstaat kun je blijkbaar wel degelijk de Europese agenda beïnvloeden. Orbán bepleitte herhaaldelijk voor het goed functioneren van Schengen, voor asielaanvraag buiten de Europese grenzen en het aangaan van relaties met derde landen op het gebied van migratie; een positie die nu in de EU voor een groot deel gemeengoed is.

De derde les is dat behalve over Europa te spreken, nationale politici ook in dialoog moeten gaan met de burgers over de EU. Orbán wordt bekritiseerd om zijn anti-Brusselconsultatie, inmiddels zijn vierde nationale raadpleging, en het klopt dat de 'Stop Brussel'-campagne doordrenkt is met misleidende propaganda. Een adequatere formulering zou zijn geweest dat er bepaalde Europese beleidsdiscussies spelen in plaats van dat Brussel ze door de strot van Hongarije wil duwen.

Feit blijft echter dat Orbán zijn Brusselse agenda, met zijn positie op het gebied van migratie, belastingharmonisatie en Energie Unie, 'communiceert' naar het Hongaarse volk. In dit verband legt hij de nadruk op de status quo en een EU van sterke lidstaten (een positie die deels overeenkomt met de Nederlandse positie). De propagandamachine daargelaten, de les is dat Orbán de EU-agenda bevolkingsbreed politiseert in plaats van dat hij zelf wordt overvallen door een nationaal referendum en vervolgens lange tijd het politieke debat omtrent de EU vermijdt. Iets wat vorig jaar in Nederland gebeurde.

Bovengenoemde drie lessen zouden de Europese politiek ten goede kunnen komen: zowel gelet op het vertrouwen in nationale politici als het idee van de Europese Unie als een project dat ons toebehoort, dat kan worden bekritiseerd en de politieke strijd waard is.

Michiel Luining is historicus en verbonden aan Instituut Clingendael.

Lees ook

Hongaarse premier Orbán belooft omstreden universiteitswet aan te passen

Orbán mag dan wel weinig geacht zijn in Brussel, elders in Europa kan hij op steun en sympathie rekenen, stelt columnist Sheila Sitalsing. Hongarije, Europa's eigen Turkije. (+)

Orbán probeert af te rekenen met haarden van verzet door wetgeving aan te passen. Alles onder het motto 'Laten we Brussel stoppen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.