Column Eva Hoeke

Lekker gesprek in Amsterdamse broodjeszaak over familieruzies

Beeld Valentina Vos

De vrouw die in de Amsterdamse broodjeszaak naast me zat, wees op een foto in De Telegraaf van André Hazes jr. en zei: ‘Dat vind ik nou zo zónde, dat die jongen mot heb met zijn moeder en zijn zus. Het schijnt dat 45 procent van de mensen ruzie heb met ze familie, wist je dat? Dat was laatst voor televisie. En dan denk ik bij me eige: moet dat nou zo? Dat kleine tijdje dat je op de wereld bent.’

Buiten was het bitter koud, de mensen ademden wolkjes en binnen knikte ik instemmend, want ik zie natuurlijk óók liever dat Dré en Roxeanne en Rachel samen Kerst vieren, daar kom ik rond voor uit. ‘Nou heb ik toevallig ook ruzie met mijn zuster’, vervolgde de vrouw terwijl ze een zakdoek uit haar tas haalde. ‘Al twintig jaar. Ik schijn tegen haar gezegd te hebben dat ze een slet is. Nou, dat kan ik me níét voorstellen, dat ik dat uit mijn mond heb gekregen.’

Ze snoot terwijl de uitbater, een bedaarde man in een wijnrode sloof, een kop thee voor haar neerzette. Er lag een klein, rond koekje naast dat meteen in haar mond verdween. ‘Nou moet ik morgen te cremeren’, vervolgde ze met volle mond, ‘want mijn oom is overleden. Was ik gek mee, met mijn oom. Maar daar zal mijn zus dan ook wel zijn. Want ik was vorige week bij mijn tante en toen zegt ze: ‘Je raadt nooit van wie ik een kaartje heb gekregen.’ Ze had hem al in haar handen.’

Abrupt draaide ze zich om: ‘Zeg Jan, heb je niet een ander koekje? Een speculaasje? Of zo’n likkoekie?’

‘Maar is dat niet een mooie gelegenheid om het goed te maken?’, trok ik de vrouw terug het gesprek in, want nu wilde ik weten hoe het afliep ook.

Ze schudde haar hoofd: ‘Mijn vader en mijn broer hebben destijds met haar gepraat en toen heeft ze gezegd dat ze mijn vriendin nooit meer zal worden. Dat heeft ze gezegd. En toen zei mijn vader tegen mij, dat vond ik wel verdrietig hoor, die zei: ‘Ik hou véél meer van jou als van je hele zuster.’’

Ze keek me aan, een tikje triomfantelijk, alsof zij er ook niks aan kon doen.

‘Maar’, hield ik vol, ‘misschien is ze daar juist verdrietig om.’

‘Nee, want daar zat ze helemaal niet bij, dat-ie dat zei. Het was van huis uit al zo. Als we vroeger moest afwassen, ging zij altijd naar het toilet. Kwam ze d’r vanaf, was ik alweer klaar. Snap je? Zulke dingen.’

Mijn bestelling kwam nu ook ter tafel, een witte kadet met oude kaas op een dubbelgebouwen servetje met een augurkje ernaast. Heel even dacht ik dat ze die ook in haar mond zou stoppen, maar in plaats daarvan boog ze zich naar me toe, ernstig ineens. ‘Maar weet je wat nou zo moeilijk is? Vorig jaar is haar man overleden. Ze kwamen terug van vakantie, hij voelde zijn eige niet lekker, ging naar de dokter en acht weken later was hij dood. He-le-maal verkankerd. Erg hoor. Maar toen heb ik wél een rouwkaart van d’r gekregen. Je mag gerust weten: daar heb ik best een paar tranen om gelaten, want mijn zwager was een doodgoeie jongen. En toch ben ik niet naar zijn begrafenis geweest. Want ik vind: bij leven niet, dan bij dood ook niet. Zo zit ik nou eenmaal in elkaar. Maar zonde vind ik het wel.’

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.