Column Aleid Truijens

Leeshaat is een verworven afkeer. Daar is iets tegen te doen

Ik word er enorm treurig van. Dat wat ik het liefste doe, en wat mij veel plezier en geluk heeft gebracht – ik heb het, echt waar, over lezen – aangeprezen te zien als iets dat goed voor je is. Heilzaam, zoals wortels knagen of gezondheidssandalen.

Maar als lezen alleen maar gezond was, zou het niet zo’n genot zijn. Een lezer is een voyeur. Door te lezen kom je erachter wat er in de hoofden van anderen speelt. Je ziet hun verborgen gedachten en gevoelens, ook de meest genante, hun onappetijtelijke verlangens, hun nobele of grimmige motieven. Je hoeft al die verschrikkelijke of geweldige levens niet zelf te leven om ze mee te maken. Boeken hebben voor mij de wereld geopend. Zelfs voor de stelling van Fermat, de eenzaamheid van priemgetallen en de elektriseermachine van Wimshurst , dingen die mij geen zier interesseerden, hebben romans mijn belangstelling gewekt.

Maar het helpt niet om dit steeds maar te vertellen aan mensen die meer lezen dan strikt noodzakelijk tijdverspilling vinden. Je voelt je een lachwekkende zeloot. Alsof je de kwaliteiten van je allerliefsten aanprijst voor een gezelschap dat je uitlacht of gapend de telefoons trekt.

Toch was ik blij met twee goede, troostrijke analyses op één dag, in mijn eigen krant, over de crisis in de universitaire neerlandistiek, en het gebrek aan leescultuur op de pabo’s en basisscholen. De eerste versie van deze column kon de prullenbak in, want een betere illustratie dan kinderboekenschrijver Janneke Schotveld geeft van het onthutsende gebrek van aandacht voor kinderliteratuur op de pabo, is niet denkbaar.

Hoe is het toch mogelijk dat Nederlandse kinderen de grootste leeshaters van de wereld zijn? Slechts 20 procent van de 10-jarigen houdt volgens het internationale PIRL-onderzoek van lezen en de helft leest nooit voor zijn plezier. Hoe hebben we dat laten gebeuren? Wie weinig leest, gaat steeds slechter lezen. Wie veel leest, wordt er beter in en gaat het leuker vinden. De scheiding tussen ‘technisch’ en ‘vrij’ lezen is dodelijk voor het lezen.

De analyse dat Nederlands op de middelbare school een instrumenteel, ondersteunend vak is geworden, waarbij je leert samenvatten en tekstverklaren, klopt. Een doodsaai vak, dat vrijwel niemand wil gaan studeren. De commissie die dat vaststelt, met daarin de uitstekende hoogleraren letterkunde Yra van Dijk en Lotte Jensen, lanceert een hoopgevend reddingsplan waarin het vak moet gaan over de taal zelf en de literatuur. Dan slaat misschien de vonk weer eens over.

Voordat deze mooie ideeën de lange mars door de instituties hebben afgelegd zou het onderwijs zelf hulp kunnen inroepen. Het mag in Nederland droevig gesteld zijn met de leescultuur op school, wij zijn gek genoeg óók het land dat er alles aan doet. Wij hebben de Kinderboekenweek, Nederland leest, de onvermoeibare Stichting Lezen, goed voorziene bibliotheken – overal staan vakkundige mensen klaar om leerkrachten de weg te wijzen.

Kinderen hebben niet van nature een afkeer van verhalen en van communiceren. Ze zijn er dol op. Het beste antidotum zijn nog altijd de schrijvers zelf. Nodig eens een schrijver uit op school, via de Schrijverscentrale, die leerlingen verleidt met grappen en enthousiasme. Of een ‘schoolschrijver’ die schrijfgeheimen onthult, of een dichter van de School der Poëzie. Zij zijn in staat om elk kind, ook degenen van wie niemand het verwacht, verhalen en gedichten laten schrijven en lezen. Leeshaat is een verworven afkeer. Daar is iets tegen te doen. Dan maar een zeloot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden