ColumnMerel van Vroonhoven

Leerpuntje voor mijn les beeldende vorming: zorg altijd voor genoeg Cif

Nu mijn eerste stageperiode erop zit, is het tijd voor het schrijven van mijn ‘portfolio’. Ik ken het van vriendinnen, die bouwkunde studeerden of op de kunstacademie zaten. Heel anders was mijn studie geofysica. Daar kreeg ik vooral tentamens, over dikke boeken met natuurkundige theorieën en een eindeloze hoeveelheid formules. Nu mag ook ik een portfolio maken.

Helaas wordt mijn aanvankelijke portfolio-enthousiasme met de dag minder. Het is allemaal zo veel werk. Zijn het de overenthousiaste vakdocenten van de pabo, die vanuit een soort vakfetisjisme, eis op eis stapelen? Of is het de toenemende complexiteit en breedte van het vak van basisschoolleraar? Wat zich dan weer bij de opleiding vertaalt in bergen boeken die je moet lezen en een tsunami aan opdrachten, verslagen, reflecties en evaluaties? Ik weet het niet, maar thuis op onze eettafel liggen inmiddels stapels boeken, papieren en formulieren. Mijn laptop maakt overuren. Overal staan lege of halflege koppen thee, bordjes met etensresten. De huiskamer is mijn werkkamer geworden. Soms tot ergernis van mijn dierbare gezin. ‘Ik wil ook weer eens aan tafel kunnen zitten, mam.’

Vandaag wil ik mijn schrijfwerk voor beeldende vorming afronden, om het dan snel aan mijn portfolio toe te voegen. Er wordt weleens meesmuilend gedaan over het ‘vis kleien’ dat je zou moeten doen op de pabo. Maar het geven van een goede les beeldende vorming is helemaal niet zo makkelijk als het lijkt. Het vraagt heel goede organisatorische, pedagogische en didactische vaardigheden. Ook al omdat er niet veel standaard lesmethoden voorhanden zijn. Ik denk terug aan mijn les, anderhalve maand geleden.

Het was sinterklaastijd. Ik had al een tijdje mijn hoofd gebroken over wat de kinderen in de les zouden moeten gaan maken. Geen met crêpepapier versierde kartonnen stoomboten vol met zwarte pieten, dat was wel duidelijk. Maar wat dan wel? Op Pinterest vond ik iemand die Mondriaan Pieten met zijn klas had gemaakt. Piet Mondriaan als inspiratie voor Mondriaan Piet, wat een goed idee! De abstracte stijl van Mondriaan, met primaire kleuren en zwarte, strakke lijnen, zou vast ook tot de verbeelding van mijn groep 7 spreken.

In de les gaan de kinderen ijverig aan de slag. Met tongen uit de mond wordt in doodse stilte enthousiast gekleurd, geknipt en getekend. Het uur vliegt voorbij. Na afloop ruimen we samen op. Spullen in de kast, tekeningen van tafel. Opeens gilt Aisha: ‘Oh Juf, kom snel! Kijk op de tafels.’ Ik kijk en zie tot mijn schrik dat op alle 26 tafeltjes in zwarte stift een afdruk van Mondriaan Piet staat. Ik besef direct dat ik per ongeluk de ‘permanente’ stiften heb uitgedeeld. Aisha beseft het ook en zegt: ‘Oei, oei, Juf. Als meester Jos dat ziet, wordt hij vast heel boos.’

‘Oei, oei’, denk ik ook. Vertelde schooldirecteur Jos niet onlangs dat ze nieuw schoolmeubilair hadden? Wat nu? Ik vraag Aisha op zoek te gaan naar een fles Cif. De kinderen poetsen of hun leven ervan af hangt. Net als de laatste streep is verwijderd, gaat de deur open. Het is meester Jos. ‘Zo Juf Merel’, zegt hij streng. ‘Jij weet zeker wel wat je als leerpunt van deze les in je portfolio moet opschrijven?’

‘Geen permanente stiften gebruiken bij een tekenles?’, antwoord ik schuldbewust.

‘Nee hoor, gewoon zorgen voor altijd voldoende Cif op school.’

Elfde aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden