Commentaar Burgerschapsonderwijs

Leefregels die de huisvrede waarborgen hebben we in Nederland eerder te weinig dan te veel

In Nederland hebben we eerder te weinig dan te veel burgerschapsonderwijs.

Minister president Mark Rutte woont een les burgerschapsonderwijs bij op Openbare Basisschool De Kameleon. Beeld ANP

In landen met een centralistische traditie is burgerschap een vanzelfsprekend onderdeel van het onderwijs, en weten de betrokken instanties doorgaans ook wat daaronder moet worden verstaan: burgers vertrouwd maken met de waarden van een samenleving.

Maar in Nederland, dat centraal gezag van oudsher wantrouwt, is het altijd een heikel thema geweest. Er is met burgerschap in het onderwijs geëxperimenteerd tijdens de Bataafse Republiek (toen de Nederlanders tot ‘nationaal denkende’ burgers moesten worden opgevoed), en na de Tweede Wereldoorlog, toen burgerschap werd aangeprezen als het panacee tegen de partijstrijd die Nederland in 1940 fataal zou zijn geworden.

Steeds gaf elke maatschappelijke zuil of stroming echter een eigen invulling aan ‘burgerschap’. En steeds werden pogingen om tot een algemeen verbindende definitie te komen, gepareerd met een verwijzing naar Grondwetsartikel 23 − waarin de vrijheid van onderwijs is vastgelegd. Ook pogingen van het huidige kabinet om burgerschap − sinds 2006 een verplicht onderdeel van het onderwijs − wat minder vrijblijvend te maken dan het nu is, stuiten op weerwerk van christelijke onderwijsorganisaties, die vrezen daarmee de eigen autonomie te verliezen.

Die, enigszins rituele, zorg lijkt voorbarig − al was het maar omdat een kabinet met twee christelijke partijen artikel 23 altijd zal ontzien. Meer in het algemeen is de Nederlandse politiek zeer terughoudend met het bedrijven van staatspedagogiek. Zodanig dat de VN Nederland op de vingers heeft getikt omdat het scholieren onvoldoende zou doordringen van het belang van democratische vorming en mensenrechten. Burgerschap betekent volgens de terughoudende definitie van Nederlandse coalitiekabinetten: het bijbrengen van spelregels in een samenleving die vergaand is gefragmenteerd en geïndividualiseerd.

Het bijzonder onderwijs geeft uitdrukking aan het vermogen om min of meer vreedzaam met uiteenlopende gezindten onder één dak te leven. Die positie zou goed verenigbaar moeten zijn met leefregels die de huisvrede waarborgen. Met burgerschapsonderwijs dus. Daarvan hebben we in Nederland eerder te weinig dan te veel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden