Column Laura van der Haar

Laura van der Haar ontdekte het goorste beest ter wereld

Bij toeval ontdekte ik het goorste beest ooit. Niet de naakte molrat en ook niet meneer Dutroux, die zijn vast goorder maar die zag ik nog nooit live. Er knalde een vogel tegen de motorkap en dat was duidelijk zíjn schuld, ik stond namelijk gewoon stil. Het was een kauwtje, een gewond kauwtje bovendien, want er kleefden twee vliegen onder zijn vleugel.

Vliegen zijn er als de kippen bij als het ‘open’ vlees betreft, vertelde een forensisch entomoloog mij ooit. ‘Bij een wondje op je been bijvoorbeeld. Dan willen ze binnendringen, om eitjes te leggen.’ Dat zei de man die insecten bestudeerde om misdaden op te lossen en hij had het gewoon over de bromvlieg, onze groenmetallic huis-tuin-en-keukenvlieg. Niet te verwarren met de strontvlieg oftewel drekvlieg, die ondanks zijn naam toch echt minder goor is; het enige wat strontvliegen met stront te maken hebben is dat ze graag seksen naast een mestvlaai, om daar hun eitjes in te dumpen. Ja oké ook best goor.

Naja goed, ik bracht mijn gewonde kauwtje inclusief bromvliegen naar de vogelopvang. Iedereen blij. Tot er deze week weer een vogeltje misvloog. Pok, zei het bruine merelkoppie tegen de ruit van het bosrestaurant. Pokkie was met haar stippelbuikje omhoog in de zandstenen put ernaast terechtgekomen en iep-iepte daar hartverscheurend. Ik moest mijn boulderskills inschakelen om ondersteboven in die put te kunnen hangen en mijn gêne uitschakelen vanwege mijn meehangende rokje, maar het lukte.

Voorzichtig droeg ik het beestje richting veiligheid: een kartonnen doos met handdoek. Dat wist ik nog uit mijn volkstuintjestijd, waarin roodborstjes zich als lemmings tegen de ruit bleven werpen. Die duizelige dökkels moest je warm en donker opbergen, dan waren ze na een uurtje wel weer de man. Maar niet Pokkie. Zij knakte haar nekje en stierf in mijn handen. En een hart voelen stoppen schept toch een band, dus ik wilde haar een fijne rustplaats geven. Diep in de struiklaag legde ik Pokkie daarom naast een molshoop, streek d’r vleugeltjes glad en ontdekte daaronder ineens ook een dikke vlieg!

Tuurlijk bestaat toeval, maar niet als het om vadsige vliegen onder vogelvleugels gaat, sorry. Ik googelde het fenomeen en ontdekte zo de luisvlieg. Luisvliegen zijn net gevleugelde spinnen die met dikke klauwachtige pootjes keihard door vacht of verenkleed van hun prooi rennen: herten, vogels en soms ook baarden. Ja mensenbaarden. Met hun steeksnuit zuigen ze dan bloed uit hun gastheer, waarbij hun harige achterlijf helemaal opzwelt. Door die grijpklauwtjes krijg je ze bovendien amper nog weg. Gadverdamme evolutie, please, moest u nou per se op dit soort gore wezens uitkomen? Eén ding waar ik in het licht van hun bestaan wel dankbaar voor ben, is dat u mij relatief baardloos hebt uitgerold. Echt supertof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.