Column Stephan Sanders

Laten we wel wezen: Baudet hoort niet bij de conservatieven, maar bij de revolutionairen

Iedereen die de straat opgaat om te roepen dat iemand dood moet, en daarmee niet zichzelf bedoelt, zal vervolgd worden. Oproepen tot de dood van een ander is geen ‘mening’, maar een geweldsdaad. Dat vond ik lang geleden toen het om Salman Rushdie ging, en dat blijf ik vinden nu Thierry Baudet het beoogde doelwit is.

Het vreselijke van de mevrouw die het in een Amsterdamse anti­racismedemonstratie riep, is dat deze moordoproep ook nog eens verpakt werd als ‘ludiek’. Grappig, met een fluitje en zo. Alsof je ‘spelenderwijs’ iemand dood kan wensen, al giechelend. Het ludieke was lang geleden het speeltje van de provo, maar dreigen met moord hoorde daar niet bij.

Beetje jennen, sarren, de macht uitdagen, en als het echt niet anders kon, werd president-moordenaar Johnson een molenaar. In beide gevallen geen oproep tot moord.

Maar het ironische is allang in rechtse – wat heet, extreem-rechtse – handen overgegaan. Juist in kringen waar men in codetaal of openlijk pleit voor een ‘blank nationalisme’ en een etnisch zo homogeen mogelijke staat, kent men het double entendre, de tweede boodschap. Er is een lijstje aan politieke kopstukken uit de westerse wereld te maken die weten hoe het moet, en Baudet hoort bij hen. Moeten die dan ‘deaud’? Ik neem dit woord over van GeenStijl, en ik moet dat niet doen, want ludiek rechts heeft onder ­andere de moord op het woord op haar geweten. ‘Deaud’ is precies het gemelijke waar ik een hekel aan heb.

Dood is al erg genoeg.

Het is bijzonder om mee te maken in één leven – namelijk het mijne – dat het overwicht van links-progressief doorslaat naar rechts-conservatief. Maar laten we wel wezen: Baudet hoort niet bij de conservatieven, maar bij de revolutionairen. Alles moet op z’n kop. Oude taboes zullen sneuvelen, zoals het taboe op ras, het ‘eigene’ en het stamverband. Keer op keer maakt Baudet hier toespelingen op, de voorbeelden zijn bekend en ik ga ze niet nog eens opsommen.

Het taboe op het ‘eigene’ noemt hij om de haverklap, via het vierde klas Grieks van de oikofobie.

De discussie of Baudet naïef is of doelbewust het gedachtengoed van alternatief rechts oproept, is niet zo interessant. Ik ken noch het ‘eigenste’ van Baudet, noch zijn ‘wezen’ – dat hoeft ook niet – maar constateer dat iedere keer hetzelfde effect wordt bewerkstelligd. Alle medeborealen in Europa en Amerika, zoals Steve Bannon, spitsen hun oren, en vangen de herkenningstune op. Misschien is Baudet zo iemand die ‘voorbij het taboe’ van ras en de Shoah wil denken; misschien is hij de inspirerende mentor die een jonge generatie wil laten kennismaken met de ideeën over blanke dominantie die inmiddels terecht in een kwaad daglicht staan.

Dat zoiets enigszins heimelijk moet gebeuren, tekent het slechte geweten.

Het heeft niet verhinderd dat Baudet onderhand salonfähig is, ook binnen de ‘spraakmakende elite’ die hij zegt te willen bestrijden. Terecht merkte Arnout Brouwers in deze krant op dat het Baudet niet gaat om een aanval op de elite, maar om een afrekening binnen die elite en een herschikking van die kring.

Ik merk dat op de volgende manier. Ik ken zegge en schrijve maar een of twee mensen die Geert Wilders goed kennen of gekend hebben. Maar Baudet is een goede bekende van veel van mijn vrienden en kennissen. Daar zijn redenen voor: Baudet is flamboyant en een intellec­tuele durfal. Wie Rutte verweet dat-ie ‘geen visie’ had, krijgt in de boreale overwinningsspeech van Baudet dat goedje met sloten tegelijk toegediend.

Voor sommigen moet dat verfrissend werken. Maar Baudet manifesteert zich in eerste instantie als politicus, en niet als schrijver. Max Pam ziet raakvlakken met Mulisch en Reve, maar gelukkig kon je op die twee nooit stemmen voor de Tweede Kamer.

Baudet heeft dus veel goodwill in intellectuele kring. Hij krijgt het voordeel van de twijfel, ook al vanwege de vele, persoonlijke verbintenissen. Dat is prachtig, want vriendschap hoort vóór de politiek te gaan. Maar het is ook versluierend: al die vrienden en kennissen hebben persoonlijk in Baudet geïnvesteerd, en daarmee ook in hun eigen reputatie.

Want wie gelooft nu echt dat het Baudet om de pulsvisserij gaat, en dat ‘het boreale’ alleen maar bijvangst is?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden