Opinie Slavernijgeschiedenis

‘Laten we niet langer alleen stilstaan bij de slavernijgeschiedenis, maar ook bij de periode die hierop volgde’

Er komt steeds meer aandacht voor de slavernijgeschiedenis. Maar de periode daarna, waarin contractarbeiders uit Brits-Indië, zoals de voorouders van Shantie Singh, werden geronseld voor de plantages in Suriname, blijft onderbelicht. Hindoestaanse vrouwen van nu kunnen leren van de spirit van hun overgrootmoeders.

Dansers van Bollywood dansschool Ghoenhgroe ki Pukar (‘Roep van de dansbelletjes’) op het Milan Festival in het Haagse Zuiderpark. Beeld Foto Joost van den Broek / de Volkskrant

Ik ontmoet Kavita tijdens het Milanfestival in Den Haag, waar de specifieke cultuur en migratiegeschiedenis vanuit India naar Suriname naar Nederland wordt gevierd. Ze is de dertig gepasseerd, ongetrouwd, bouwt haar eigen huis op een stuk grond in Suriname van haar eigen verdiende geld en in haar vrije tijd trekt ze graag de jungle in.

Kavita is een vrije geest met een zacht hart en voor niemand bang. Tradities volgt ze alleen als ze passen bij haar spirit, verhalen vertelt ze na als ze haar hart raken. Verder heeft ze lak aan wat mensen over haar zeggen, de familie, de gemeenschap, het ‘collectief’. Die haar vertellen dat ze echt moet gaan trouwen op deze leeftijd, zich moet gaan settelen, zich meer ingetogen moet gedragen.

In mijn hoofd noem ik haar Dolle Kavita, in navolging van de Dolle ­Mina’s. In haar herken ik namelijk de spirit van mijn overgrootmoeders. Die bijzondere eerste generatie Hindoestanen: de vrouwen die 145 jaar geleden van Brits-Indië (huidige India) de overtocht per boot naar Suriname maakten. De vrouwen die keihard moesten werken om een bestaan op te bouwen in een vreemd land. Het leven was alles behalve gemakkelijk voor hen. Maar het waren ook vrouwen die streden voor zichzelf, hun eigenheid, hun zelfstandigheid. Zij probeerden afscheid te nemen van schadelijke tradities en verstikkende verhalen.

Afgelopen weekend herdachten we op 1 juli de slavernijgeschiedenis en vierden we de afschaffing ervan in 1863. Inmiddels 155 jaar geleden. Toch betekende deze markering niet een volledig einde. Mijn familie kwam als gevolg van de afschaffing van de slavernij naar Suriname.

In 1873, 10 jaar na de officiële afschaffing van de slavernij, stapten honderden Hindoestanen in een boot om een maandenlange reis te maken naar Suriname. Hier wachtte een leven als contractarbeider op de Nederlandse plantages, dat niet altijd veel beter was dan dat van de voormalige slaven. Van 1873 tot 1912 kwamen 34.000 Hindoestanen op deze manier terecht in Suriname. En hun nakomelingen jaren later in Nederland toen Suriname in 1975 onafhankelijk werd.

De reis naar Suriname

Na de afschaffing van de slavernij in Suriname in 1863 bleven nog steeds werkkrachten nodig voor de plantages. Er werd door de Nederlands regering ver buiten de landgrenzen gezocht naar mensen die verlokt konden worden om wat geld te verdienen in Suriname. Deze werkers werden geronseld in Brits-Indië – India was toen nog een kolonie van de Britten – , en zij werden contractarbeiders genoemd.

Na een lange en uitputtende reis per schip kwamen de vrouwen als contractarbeidsters aan in Suriname. De vrouwen werden zwaar onderbetaald. Ze werkten door tijdens zwangerschappen en gingen na de bevalling snel weer aan de slag, voordat ze werden opgepakt wegens werkweigering. Vrouwelijke contractarbeiders waren schaars. Risico’s op seksuele intimidatie of mishandeling lagen steeds op de loer. Huwelijken werden vooral gesloten uit strategie: het betekende een grotere kans om te overleven. Liefde was een luxe.

Maar juist die schaarsheid gaf ook macht. De vrouwen hadden de mannen voor het uitkiezen. Ook bracht de combinatie van zelfstandig je eigen geld verdienen en ver weg zijn van het moederland de vrijheid om je leven zelf vorm te geven. Vrouwen zongen, soms zelfs in een vrouwenband, discussieerden in het openbaar, konden meerdere relaties/huwelijken hebben zonder in onmin te raken bij de groep. Het waren ‘Dolle Mina’s avant la lettre’. In deze turbulente, chaotische migratieperiode was de status van een gescheiden vrouw dezelfde als van een jonge maagd. Maar ook schadelijke kanten van tradities vervaagden met het nieuwe land in beeld. Denk aan het kastenstelsel, dat eigenlijk op het schip al bijna niet meer bestond omdat iedereen dezelfde ellende meemaakte.

Terugkeer naar conservatisme

De generaties vrouwen daarna kregen het moeilijker. Er begon een collectief te ontstaan – een gemeenschap waarin het individu, en al helemaal het vrouwelijke individu, bijna geen stem meer had. Beelden over hoe mannen en vrouwen zich behoorden te gedragen, gebaseerd op bepaalde interpretaties van de zo zorgvuldig bewaarde verhalen, kregen een rigide karakter.

Opeens werden de vrouwen geacht de eer van de familie hoog te houden. Sociale controle werd onderdeel van het dagelijks leven, onder het motto ‘wat zullen de mensen wel niet zeggen’. De vrouwen kregen vele kinderen. Het werd de nieuwe norm voor vrouwen om binnen te blijven. Scholing voor dochters werd onbelangrijk geacht.

Een belangrijk machtsmiddel raakten de vrouwen kwijt: hun inkomsten. Maar zij werkten niet minder hard. Voor het runnen van een gezin met tien kinderen, het beplanten van grote rijstvelden en manieren verzinnen om genoeg geld te verdienen hadden zij capaciteiten die menig directeur van nu niet zou misstaan.

Migratie naar Nederland

Van India naar Suriname hield de reis niet op. Bij een deel van de vrouwen in de volgende generaties begon het in de jaren zeventig weer te kriebelen. Gedreven door de onrustige politieke situatie in Suriname, een hang naar avontuur en de hoop op een mooie toekomt lonkte een klein landje overzee.

Er is ontegenzeggelijk veel verbeterd door de jaren heen voor de vrouwen van nu. Maar niet iedereen kon zich ontworstelen aan het oordeel van de gemeenschap, aan het mantra ‘manai ka boli’ (wat zullen de mensen zeggen), met uitsluiting, onderdrukking of erger nog als risico van dit permanente oordelen. Waarin meisjes en vrouwen vaak aan het kortste eind trokken.

Maar net als toen strijden er ook in 2018 Hindoestaanse vrouwen om deze patronen te doorbreken. In het lef van de vrouwen van nu om reuring te veroorzaken, de positie van vrouwen te verbeteren, rigide patronen te doorbreken, herken ik de spirit en de vechtlust van de vrouwen van 145 jaar geleden.

Op hun manier waren zij ‘Dolle Kavita’s’, die het pad hebben geëffend voor de ‘Kavita’s’ van 2018. Reuring is nodig. De eerste vrouwen hebben jaren geleden al veel schadelijke tradities zoals het kastenstelsel letterlijk overboord gezet.

Laten we dit jaar, terwijl we stilstaan bij 145 jaar migratiegeschiedenis, ook de huidige schadelijke kanten van tradities vaarwel zeggen, zodat alleen de waardevolle kanten overblijven.

Shantie Singh is schrijver en bestuurskundige.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden