columnIonica Smeets

Laten we nadenken over hoe we wiskunde zo kunnen geven dat het een vak voor iedereen wordt

Toen Sylvana Simons pleitte voor het dekoloniseren van het schoolvak wiskunde, volgden er al snel een boel honende reacties. De Telegraaf plaatste grappen over rode en zwarte cijfers en GeenStijl schertste dat mensen die aan de Fibonaccidreef wonen zich moeten schamen.

Het is natuurlijk ook niet zo evident hoe je een vak als wiskunde zou kunnen dekoloniseren. De Fibonacci-getallen blijven domweg 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13... (en zo verder, waarbij je steeds de laatste twee getallen bij elkaar optelt om de volgende te krijgen), hoe je ze ook onderwijst. Maar wat je er wel bij zou kunnen vertellen, is dat deze reeks al eeuwen bekend was in India, toen de Italiaanse wiskundige Fibonacci hem nog eens beschreef.

De Indiase wiskundige C.K. Raju vecht voor het erkennen van de niet-westerse oorsprong van veel wiskundige ideeën en hij wordt vaak genoemd als het over het dekoloniseren van wiskunde gaat. Ik moest denken aan de mensen die verontwaardigd reageerden toen ze hoorden dat er in Nederland Arabische cijfers worden gebruikt. De oorsprong van ons getallenstelsel zou misschien wat beter onderwezen kunnen worden, net als de herkomst van concepten als algebra en algoritme.

Maar Raju is mij kwijt zodra hij begint te ageren tegen Einstein of ten strijde trekt tegen deductieve bewijzen. Is hij nou een crackpot, of snap ik gewoon niet wat hij schrijft? Want stiekem moet ik dan wel weer een beetje grinniken als hij Russell en Whitehead belachelijk maakt, die 368 pagina’s nodig hadden om te bewijzen dat 1 + 1 = 2.

Het is allemaal niet zo eenvoudig, en ik wist dus ook niet goed wat ik moest vinden van dat hele idee van dekolonisatie van de wiskunde. Maar toevallig was net vorige week Marina Joubert van de Universiteit Stellenbosch op bezoek in Nederland. Zij gaf onze studenten een gastcollege over hoe je in Zuid-Afrika over wetenschap communiceert, in een land dat nog lang niet is hersteld van de apartheid. Daarbij vertelde ze ook dat zij en haar collega’s nadenken over de manier waarop je exacte vakken kunt dekoloniseren.

Ze wees me op een interessant stuk van de (eveneens Zuid-Afrikaanse) wiskundeonderwijsexpert Karin Brodie, met als titel: ‘Ja, wiskunde kan worden gedekoloniseerd. Dit is hoe je ermee kunt beginnen.’ Brodie betoogt dat het hierbij niet gaat om de inhoud van de wiskunde, maar om hoe je het vak geeft op school. Ze wijst erop dat het merkwaardig is dat wiskundigen hun vak beschrijven als een spannend en creatief vak, terwijl de meeste scholieren dit heel anders zien. 

Veel scholieren denken dat wiskunde een set regels is die je moet volgen en dat alleen extreem slimme mensen die regels kunnen snappen. Terwijl wiskundigen het erover eens zijn dat in principe de meeste mensen de regels kunnen leren begrijpen. Brodie verwijst naar studies die laten zien dat het onterechte beeld van wiskunde als een vak voor genieën nu juist zwarte studenten (en trouwens ook vrouwen) afschrikt. Vervolgens pleit ze ervoor erover na te denken hoe we wiskunde zo kunnen geven dat het een vak voor iedereen wordt.

Dat lijken me zinvolle gedachten, niet alleen voor het wiskundecurriculum in Zuid-Afrika, maar overal ter wereld. Alleen is ‘dekoloniseren’ hiervoor misschien niet de handigste term.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden