EssayHerdenken

Laten we juist dit jaar écht herdenken, zonder televisie

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Nu we op 4 mei noodgedwongen thuisblijven, is dit hét moment om de twee minuten stilte wat bewuster te beleven, betoogt Maurits de Bruijn. Niet als toeschouwer, maar als actieve deelnemer. 

De Dam is al wekenlang ontdaan van mensen en rumoer, alsof het plein zich voorbereidt op de Nationale Herdenking. Op 4 mei zal de stilte alleen door de taptoe en een toespraak van de koning worden doorbroken.

Dit jaar vieren we 75 jaar vrijheid en gedenken we de verschrikkingen waaraan 75 jaar geleden een einde kwam. De Nationale Dodenherdenking had dit jaar een groots evenement moeten worden, maar in plaats daarvan zitten we thuis. Dat hoeft helemaal niet erg te zijn. Deze bijzondere omstandigheden bieden juist de mogelijkheid om de wijze waarop we herdenken tegen het licht te houden.

Nu we geen monument kunnen bezoeken, zullen nog meer mensen de ceremonie op de Dam via de televisie of online bekijken. Toch wil ik u oproepen dat niet te doen. Laten we juist dit jaar de tv of tablet uitzetten, de laptop dichtklappen, en dit moment aangrijpen om niet toeschouwer maar actieve deelnemer te zijn. Want het gevaar lonkt dat we maandagavond tussen de afwas en de koffie in de oorlog herdenken, zonder daadwerkelijk stil te staan bij de verhalen van de slachtoffers.

Discussie is er al sinds de eerste ceremonies, maar die richtte zich niet zozeer op hoe, maar op wie we herdenken. In 1947, vlak na de oorlog, werden alleen Nederlandse militairen, zeelieden, verzetsstrijders en geallieerde militairen herdacht. Ja, u leest het goed: de Joodse slachtoffers, Roma en Sinti, homoseksuelen en burgerslachtoffers behoorden daar niet toe. Voor hen werd pas in de jaren zestig ruimte gemaakt, na protest van nabestaanden.

Inmiddels zijn aan de herdenking vele groeperingen, oorlogen en tijdvakken toegevoegd. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei definieert het als volgt: ‘Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.’

De huidige richtlijnen zijn het resultaat van de nodige inclusie, van compromissen en van pogingen de herdenking te actualiseren. Nadeel is dat het zo een veralgemeniseerde massa is geworden waarmee we ons moeilijk kunnen verbinden.

De 4 mei-herdenkingen hebben twee belangrijke functies. Ze stellen overlevenden en nabestaanden in staat te rouwen en vormen een jaarlijks terugkerend ankerpunt voor educatie en bewustwording over de Holocaust en de oorlogen die sindsdien hebben plaatsgevonden.

Wat betreft dat laatste is er nog veel ruimte voor verbetering. In 2018 voerde historicus Marc van Berkel een onderzoek uit onder ruim 1500 scholieren in het voortgezet onderwijs. Eenderde van de ondervraagden wist niet wat het begrip ‘Holocaust’ inhoudt, en meer dan de helft kende de term ‘antisemitisme’ niet. Toch gaf 86 procent van diezelfde groep aan tijdens de Dodenherdenking twee minuten stilte in acht te hebben genomen.

De vorm is dus belangrijker geworden dan de inhoud. We weten wat we moeten doen, maar we weten lang niet allemaal waarom we het doen. Het gaat om een serie handelingen die al jaren op dezelfde manier wordt uitgevoerd, terwijl de lading van de ceremonie bij veel jongeren niet blijkt binnen te komen. En juist zij zijn degenen die de herdenking mee de toekomst in moeten nemen.

De mensen die ikzelf sinds mijn vroege jeugd op 4 mei herdenk, hebben een gezicht. Het zijn de ouders en twee zusjes van mijn moeder. Zij werden in 1943, een maand nadat mijn moeder was geboren, door de nazi’s opgepakt, naar Sobibór gedeporteerd en daar vermoord. De herdenkingen die we als gezin bijwoonden, en waarbij mijn broers en ik bloemen legden, waren een manier om stil te staan bij onze familiegeschiedenis, om het verdriet te markeren en eer te betuigen.

Elk jaar op 4 mei liep mijn geboortedorp uit, mensen van alle leeftijden dromden samen, sommigen met bloemen in hun handen, anderen hielden geen bloemen maar elkaar vast. Iedereen toog naar het plaatselijke monument, alle aanwezigen konden elkaar in de ogen kijken. Bij kleinschaligere bijeenkomsten is het makkelijker om actief deel te nemen, het plein voor het monument op het dorpsplein werd niet door duizenden, maar door een paar honderd mensen bezocht, de drempel om een bloem te leggen was laag.

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Een paar jaar geleden woonde ik de herdenking op de Dam bij. Ik was onder de indruk van de menigte en van die herkenbare, iconische plek. Maar de ceremonie kon ik alleen zien via de enorme schermen die verderop stonden, mijn moeder moest haar best doen iets te verstaan. Ik realiseerde me hoe ver weg de intimiteit van de herdenkingen uit mijn jeugd was. Niet alleen de ceremonie, maar ook het gevoel bleef die avond op afstand.

De dranghekken op de Dam vormen een duidelijke scheidslijn tussen de mensen die deelnemen aan de ceremonie en hen die niet meer dan toeschouwer zijn. Wanneer de ceremonie thuis wordt bekeken, neemt die afstand nog eens toe en is actief deelnemen uitgesloten.

In het persbericht waarmee het Nationaal Comité 4 en 5 mei de maatregelen van dit jaar aankondigde, stond dat de herdenking dit jaar ‘zonder publiek’ zou plaatsvinden. Maar bij een geslaagde herdenking voelt niemand zich publiek, is iedereen deelnemer.

Voor ons gezin fungeerde het plaatselijke monument als een graf voor onze grafloze familieleden, we bezochten ieder jaar een echo van de begrafenis van mijn grootouders en hun twee dochters. Al is rouwen op 4 mei lang niet voor iedere Nederlander vanzelfsprekend, de jaarlijkse herdenking bestaat net als een begrafenis uit een reeks mettertijd gestolde riten. De taptoe, de stilte en het leggen van de bloemen leggen zijn vergelijkbaar met het condoleren, het bidden en het afscheid.

Op begrafenissen klinkt vaak het woord ‘gecondoleerd’, een manier om steun te betuigen zonder al te veel te zeggen, of al te lang na te denken over wat steun op dat moment echt betekent. Dat is wat de twee minuten stilte zijn geworden. We zwijgen allemaal, omdat we weten dat het hoort, maar wat voelen we daadwerkelijk op dat moment? Wat doen we om ons te verbinden met de namen die op de oorlogsmonumenten zijn uitgehouwen? Hoe moeten we dat doen als een directe band met degenen die we herdenken ontbreekt?

Laten we dit jaar de stroeve vorm waarin de Nationale Dodenherdenking is gegoten proberen te doorbreken door zelf te bepalen wie we gedenken en welke verhalen we aan onze kinderen vertellen, en zo zelf invulling te geven aan de twee minuten stilte.

Een van de gruwelijke gevolgen van de Holocaust is de anonimisering van de vele slachtoffers. Complete families en gemeenschappen werden vermoord, soms bleven er nauwelijks generatiegenoten, nabestaanden of getuigen over die hun verhalen konden doorvertellen. Het was het ultieme doel van de nazi’s: de groepen die tot hun doelwit behoorden vernietigen en ieder spoor van hen uitwissen. Een manier om daartegen in te gaan, is een van de geschiedenissen van de slachtoffers eruit te lichten en persoonlijk te herdenken.

Mocht u niet weten aan wie u kunt denken tijdens de twee minuten stilte, dan kunt u op zoek gaan naar verhalen van slachtoffers. Die worden bijvoorbeeld verspreid op het Twitteraccount Auschwitz Memorial, dat is gekoppeld aan het museum van het voormalige concentratiekamp Auschwitz-Birkenau en inmiddels een miljoen volgers heeft. Dagelijks verschijnen daar portretten en beschrijvingen van Holocaustslachtoffers en -overlevenden, zoals Klara Engelsman. Zij is de oudste Nederlandse die bij de Holocaust om het leven kwam, op 102-jarige leeftijd werd ze in Auschwitz vermoord.

Een blik op het Twitteraccount biedt de mogelijkheid iemand uit te kiezen om op 4 mei te gedenken. Een lokalere manier om zelf de verbinding met Holocaustslachtoffers of slachtoffers van andere oorlogen te zoeken, is door de eigen stamboom in te duiken of uit te zoeken wat zich in oorlogstijd in uw buurt, dorp, stad of provincie afspeelde. Dat kan bijvoorbeeld op de database van inmijnbuurt.org. Er zijn verschillende publicaties waarin lokale Holocaustgeschiedenissen worden uitgelicht, zoals Oud-West in de Oorlog, dat dit jaar in Amsterdam Oud-West wordt verspreid. Er zijn veel publicaties te vinden over de lokale gevolgen van de Tweede Wereldoorlog: Oorlog in de lucht – Den Haag 1940-1945, Kroniek van een Jodenvervolging te AssenRepresailles in Friesland 1940-45. 

Deze specifieke verhalen nodigen uit tot een actievere rol bij het herdenken. Denk aan één mens, aan zijn lot, afkomst, omstandigheden, bekijk zijn foto, spreek zijn naam uit: houd hem of haar in gedachten alsof u elkaar hebt gekend. Voer uw eigen rituelen uit, steek een kaars aan, zorg ervoor dat uw huis er die dag anders uitziet dan op andere dagen.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft Nederlanders opgeroepen de taptoe vanuit huis mee te spelen. Zo heeft op dat moment niemand de tv, de radio of internet nodig om te weten wanneer de twee minuten stilte aanbreken. Het enige wat we dan nodig hebben, is een stukje verleden dat we helpen het heden in te dragen.

Deze week verscheen Ook mijn Holocaust, het boek waarin Maurits de Bruijn onderzoekt hoe het oorlogsverleden van zijn moeder van invloed is op zijn leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden