Opinie

Laten we het poldermodel niet op het gezin toepassen

Veel migranten in Nederland komen uit wij-gerichte families en Nederlandse families zijn vooral op het 'ik' gericht. Laten we niet doen alsof één manier van opvoeden de juiste is.

Robin van Persie met zijn dochtertje. Beeld anp

Wat een heerlijk boek van Roué Verveer, wat een fijn herkenbaar artikel van Sheila Sitaling en wat een vermakelijke reacties van gepijnigde ouders die het allerbeste met hun kind voorhebben, door het poldermodel op het gezinsleven toe te passen. Want in Nederland vindt men dat iedereen gelijk is aan elkaar en dat alles overlegd moet worden. Autoriteit en hiërarchie zijn woorden met een vieze bijsmaak. Ook denken Nederlanders dat er maar één waarheid kan zijn, waarmee alle ruimte voor diversiteit, zoals in opvoedstijlen, in de kiem wordt gesmoord.

De discussie gaat dus steeds over Surinaams opvoeden of Nederlands opvoeden, en het één zou beter zijn dan het ander of juist niet. De wijze van opvoeding is echter niet zozeer geworteld in de cultuur van het land van herkomst, maar is eerder een gevolg van de wijze waarop families functioneren. Eva Jinek zei in haar programma tegen Roué Verveer: 'Jouw Surinaamse opvoeding lijkt op mijn Tsjechische.' Deze herkenning komt doordat Tsjechische families net als de Surinaamse vooral georganiseerd zijn rondom het wij.

Ik of wij

In de wereld zijn grofweg twee soorten families te onderscheiden. Het ik-gerichte systeem, waarbij het individu centraal staat en het wij-gerichte systeem waarbij het belang van de groep voorop staat.

Geografisch gezien kun je stellen dat families in de westerse samenlevingen vooral eigenschappen van het ik-gerichte systeem in zich dragen. Families in de overige landen zijn vooral georganiseerd volgens het wij-gerichte systeem. Maar er is geen harde grens te trekken; in de meeste families kun je elementen van beide organisatievormen herkennen.

Veel migranten in Nederland komen uit wij-gerichte families en Nederlandse families zijn vooral op het ik-gericht, en deze verschillen leiden in de samenleving, in buurten en op scholen tot groot onbegrip over elkaar. Zo vinden Nederlanders vaak dat allochtone ouders weinig betrokken zijn bij hun kinderen op school, terwijl dat gegeven geworteld is in het feit dat ze het gezag eenvoudig overdragen aan een ander. Zo werkt dat ook in hun familie.

Beeld anp

Zorg dragen

In wij-gerichte families zijn belangrijke thema's: in acht nemen van autoriteit, relationele afhankelijkheid en vormgeven aan familiecontinuïteit. Er zijn rituelen en gezagsstructuren die ervoor zorgen dat volkomen helder is hoe grootfamilies over drie of vier generaties met elkaar omgaan. Het voortbestaan van de familie staat voorop, daarop is iedereen toegerust. Dus als er in de familie een calamiteit is, als er iemand overlijdt of iemand verliest z'n baan, dan zie je dat alle huishoudens binnen no time van samenstelling veranderen, omdat iedereen ineens voor elkaars kinderen gaat zorgen. Men steunt elkaar financieel, praktisch en emotioneel.

In een wij-cultuur ontleen je als kind je kracht en identiteit aan de bijdrage die je levert aan het systeem en dus niet aan je persoonlijke prestaties. Kinderen worden vaak opgevoed door meerdere verzorgers, zoals moeders, tantes, ooms, grootouders en oudere broers en zussen. Kinderen slapen bij elkaar en zorgen voor elkaar. Ze hebben een economische functie en dragen de zorg, later ook financieel, voor hun ouders en andere familieleden. Het kind wordt al jong betrokken bij activiteiten van volwassenen. De baby gaat meestal overal mee naartoe terwijl de moeder gewoon doorgaat met haar eigen bezigheden. Het belangrijkste doel van de opvoeding is dat het kind dienstbaar wordt aan het voortbestaan van de familie.

Autonomie

In een ik-gericht systeem staan individuele onafhankelijkheid, autonomie, zelfbeschik¬kingsrecht, zelfvervulling en privacy voorop. Autonomie wordt belangrijker gevonden voor geestelijk welzijn dan sociale verantwoordelijkheid en verbondenheid. Kinderen worden opgevoed vanuit dat autonomie-denken. Daarbij wordt verondersteld dat het mogelijk is om afgescheiden te zijn van de ander. Het is de bedoeling dat ouders en kind elkaar in de adolescentiefase, na een zeer liefdevolle en uiterst zorgvuldige opvoeding, loslaten. De ouder-kindrelatie staat centraal. Ouders zijn de enigen die beslissingen mogen nemen over het kind. Het kind wordt al heel jong gestimuleerd om zelf een mening te vormen en zelf beslissingen te nemen. Het kind hoeft zich niet per definitie aan te passen aan zijn omgeving, maar de omgeving wordt aan het kind aangepast. Het kind wordt beschermd tegen messen, stopcontacten en andere gevaren die op de loer liggen. Een kind wordt niet meegenomen naar grote-mensen activiteiten, maar volwassenen proberen zoveel mogelijk mee te doen aan de kinderactiviteiten. Het belangrijkste doel van de opvoeding is dat het individuele kind gelukkig wordt.

Kijk eens naar de ik- en wij- elementen in je eigen familie en die van je buren, zonder gelijk een oordeel te vellen. Je hoeft elkaar niet af te wijzen, maar misschien kun je je eigen opvoedstijl en die van de ander beter gaan begrijpen en kun je zien dat er in beide elementen zitten die werkzaam zijn. Laten we van elkaar leren in plaats van elkaar te veroordelen.

Kitlyn Tjin A Djie en Irene Zwaan zijn auteurs van 'Beschermjassen op school, aandacht voor verschil in het onderwijs' (Assen, van Gorcum 2015)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.