ColumnAleid Truijens

Laten we eens beginnen met lezen

Geen kleedjes vol afgeragd speelgoed en verwassen rompertjes, met hoopvolle kindergezichten erboven. Geen bibberig blokfluitspel of snerpend viooltje, geen grabbelton met afgekloven plastic dieren waarvan ooit veel is gehouden. Dat missen we allemaal, op deze besmette Koningsdag. Zelfs geen uit volle borst gezongen Wilhelmus in mijn weinig orangistische straat, waar maar één vlag wappert.

Misschien vinden leerkrachten, schoolbestuurders en ouders deze week een gaatje om De staat van het onderwijs te lezen, de digitale turf waarin de Onderwijsinspectie de stand van zaken in ons onderwijs peilt, aan de hand van onderzoeksresultaten. De editie-2020 kwam afgelopen week uit; er was, begrijpelijk, weinig aandacht voor. Toch is het de moeite van het lezen waard.

Inspecteur-generaal Monique Vogelzang verontschuldigt zich in haar inleiding al bij voorbaat: dit is ‘niet het moment om het gesprek te voeren’ over de inhoud van het rapport. Het staat vol met tabellen en grafieken, ik kan er uren op turen. Net als die van het RIVM zijn ze deprimerend, al kiert ook hier soms de hoop. De kwaliteit van ons onderwijs gaat achteruit. Het lerarentekort is niet het enige probleem, en op den duur zelfs niet het ergste.

Om eens wat te noemen. Er zijn, in alle sectoren, meer scholen van onvoldoende kwaliteit of zelfs ‘zeer zwak’ dan vorig jaar. De inspectie vindt 38 basisscholen zeer zwak, en dan moet je het bont maken. De kinderen leren daar veel te weinig en houden daar hun hele leven last van: je doet maar één keer de basisschool.

Nog steeds zijn de verschillen tussen scholen groot; kinderen met een bevoorrechte sociale achtergrond halen betere resultaten dan even slimme kinderen op scholen met veel kwetsbare leerlingen. De kansenongelijkheid is niet afgenomen.

Aan het eind van de basisschool hebben veel kinderen het ‘streefniveau’ voor taal en rekenen niet gehaald; bij taalverzorging haalt 60 procent dat niveau, bij rekenen slechts 47. Eerder dit jaar bleek uit het internationale PISA-onderzoek (PISA) dat in 2018 een kwart van de 15-jarigen niet goed kon lezen. In 2003 was dat nog 11 procent. Ook met wiskunde en natuurwetenschappen kachelen we achteruit; we doen het internationaal bezien slechter dan vóór 2015.

Zijn er geen lichtpunten? Als je goed zoekt wel. Meisjes doen het steeds beter: ze studeren sneller, beter en halen hogere niveaus dan jongens en ze verlaten minder vaak de school zonder startkwalificatie. Pech voor de jongens. Maar meisjes vinden moeilijker dan jongens een baan en krijgen een lager uurloon.

Nog zo’n dooie mus. Het onderwijsniveau van niet-westerse migrantenkinderen stijgt, ondanks dat nieuwkomers nog altijd op een te laag niveau instromen. Maar helaas, deze groep studenten vindt vaker dan leeftijdgenoten geen werk na hun studie. En hé, het opleidingsniveau stijgt: steeds meer leerlingen halen een havo- of vwo-diploma. Maar als het niveau van de leerprestaties tegelijk daalt, is het de vraag of we daarmee blij moeten zijn.

Laten we nou eens beginnen met lezen. Dat een kwart van de jongeren een krantenbericht, werkinstructie of overheidsbrief niet begrijpt, is onacceptabel. Het onderwijs staat nu toch in de rampenstand; een goed moment om prioriteiten te verleggen: meer uren lezen, een effectievere leesmethode, meer aandacht voor kinderboeken, dat helpt geheid. Als leeshaat en leerachterstand virulent worden, is de maatschappelijke ramp groot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden