Column Frank Kalshoven

Laten we de minister een handje helpen, hoe krijgen we alle volwassenen aan het werk?

Passen de principes en instituties uit het verleden nog wel bij de ontwikkelingen van nu en morgen?’ Minister Wouter Koolmees van Werkgelegenheid stelt deze vraag in een analyse van de toestand van de arbeidsmarkt in het FD van deze week. Het antwoord luidt ontkennend. De arbeidsmarkt verandert in hoog tempo, terwijl die principes en instituties gemaakt zijn voor een andere situatie. ‘We kunnen deze vragen niet langer voor ons uitschuiven’, vindt Koolmees.

Tot zover, zou ik denken, alles akkoord. Dus kom maar door met je schets hoe we de principes en de instituties op en rond de arbeidsmarkt moeten vormgeven, vanaf nu. Dan kunnen we het erover hebben. Maar de minister geeft niet thuis. Hij stelt de vragen, maar geeft geen antwoorden.

Laten we de minister – vastgeklonken in het keurslijf van het coalitieakkoord en de wurggreep van de ­polder – daarom helpen en hierover in alle vrijheid wat uitgangspunten benoemen. Wat willen we van de ­arbeidsmarkt? Wat is de gewenste uitkomst van dat systeem?

De gewenste uitkomst is: alle volwassenen in Nederland goed aan het werk. En ja, dat kunnen we best een beetje nuanceren, maar dat zijn dan de uitzonderingen op de regel, de afwijkingen van het principe.

Waarom is dit de gewenste uitkomst? Hier zijn drie groepen redenen voor: individuele, economische en maatschappelijke. Laten we kijken.

Voor een individu is werk belangrijk op verschillende dimensies: werk verschaft inkomen, werk geeft betekenis, werk geeft sociale contacten, werkt draagt bij aan geluk, werk draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling, werk draagt bij aan vitaliteit, werk draagt bij aan (economische) zelfstandigheid en dus vrijheid. Dit geldt niet voor al het werk in de volle breedte van deze opsomming uiteraard. Maar op het niveau van principes geldt: werk is goed voor het individu.

Voor de economie is werk onmisbaar. Werken ­betekent produceren; met het inkomen uit werk kan worden geconsumeerd. Hoe meer mensen werken, des te groter ons nationale inkomen, des te meer budget er beschikbaar is, niet alleen voor individuele consumptie, maar ook voor publieke consumptie van onderwijs, milieubeleid en defensie. Werk is goed voor de economie.

Voor de maatschappij is werk belangrijk omdat het bijdraagt aan sociale cohesie, aan ontmoetingen, en omdat allerlei maatschappelijke kwesties alleen opgelost kunnen worden met beschikbaar budget, dat wel eerst moet worden verdiend natuurlijk. Wordt er niet gewerkt in de samenleving? Dan zijn er ook geen budgetten voor maatschappelijk werk, inkomensverzekeringen, of hulp bij psychische nood. Werk is goed voor de maatschappij.

Vanuit dit perspectief bekeken, is de huidige uitkomst op de arbeidsmarkt onbevredigend. De meeste volwassenen werken, 8,3 miljoen mensen volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, alle (ook piepkleine) banen meegerekend. Maar miljoenen volwassenen werken ook niet. Een deel van de niet-werkende volwassenen volgt nog voltijdonderwijs, maar ook als we die buiten beschouwing laten resteren nog miljoenen niet-werkende volwassenen, deels met én deels zonder uitkering.

Deze uitkomst is van eigen makelij. De wet- en regelgeving op en rond de arbeidsmarkt veroorzaakt deze uitkomsten – en dat in een hoogconjunctuur. De officiële werkloosheid bevindt zich op een dieptepunt, maar de inactiviteit onder volwassenen blijft hoog.

Laten we doordenken op basis van het vandaag geformuleerde principe: alle volwassenen in Nederland goed aan het werk. Wat voor soort arbeidsmarktbeleid zou minister Koolmees moeten voeren om dat doel te realiseren? Volgende week verder.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.