Opinie Democratie

Laten we de democratie niet onder curatele stellen

Hopelijk herstelt de Hoge Raad het machtsevenwicht door het bevel van het gerechtshof weg te strepen.

De Nederlandse overheid moet meer doen om de CO2-uitstoot terug te brengen. Het Gerechtshof in Den Haag heeft Urgenda in het gelijk gesteld in een hoger beroep dat was aangespannen door de staat.

De klimaatrevolutie van Urgenda die deze week zijn tweede klinkende overwinning boekte, staat haaks op de Franse Revolutie. In de Franse Revolutie golden de rechters als het grote kwaad. Dat waren aristocraten die uit eigen belang de volkswil zaten te frustreren. Veel van wat tegenwoordig onder de trias politica wordt verstaan, is toen bedacht om onverkozen rechters stevig aan de democratische ketting te leggen.

In de klimaatrevolutie moet juist de volkswil het ontgelden. De politiek zit vol mensen die uit eigenbelang nalaten om de aarde te redden. Dat vraagt om een ‘revolutie met recht’ en een ‘democratie die onder curatele moet worden gesteld’. Vooralsnog lijkt dat goed te lukken. Het gerechtshof hing de klimaatafspraken in een opgerekt mensenrechtenverdrag en dan is de race wel zo’n beetje gelopen. Het beroep van de staat op de machtenscheiding ging bij het hof compleet van tafel, ‘reeds omdat sprake is van een schending van mensenrechten door de staat waardoor maatregelen zijn geboden’.

Gek genoeg wordt achteraf door klimaatrevolutionairen gedaan alsof er eigenlijk niets bijzonders is gebeurd. De rechter heeft de staat slechts gehouden aan afspraken die hij zelf heeft gemaakt. Niets meer, niets minder – gewoon doorlopen dus. Dat klinkt als de bestorming van de Bastille achteraf verkopen als het aanbieden van een petitie, en dat is het ook. De uitspraak van afgelopen week is wel degelijk revolutionair en dus rijst de vraag: willen wij onze democratie onder curatele stellen?

Het staatsrechtelijk revolutionaire is niet het principe, maar de schaal van deze uitspraak. De wereld van de (internationale) politiek zit vol met beloftes, toezeggingen, akkoorden en andere diplomatieke smeermiddelen. Van mooie millenniumdoelen voor de hele wereld tot de Navo-norm om 2 procent van het bbp aan defensie te besteden en een verdrag waarin staat dat het hoger onderwijs op termijn kosteloos moet worden.

Van oudsher deed de rechter hier alleen wat mee als het om duidelijke rechten ging. Sinds enige tijd komt het af en toe voor dat internationale beleidsdoelstellingen via de nationale rechter worden afgedwongen. Telkens ging dat om redelijk specifieke problemen: vrouwen die werden uitgesloten van de kieslijsten van de SGP en kleine cafés waar toch weer mocht worden gerookt. Hier wordt de deurwaarder op de klimaatverandering afgestuurd omdat de democratie faalt. Dat is echt revolutionaire andere koek, waarvan niemand weet waar het eindigt.

Het grootste bezwaar tegen een rechter die de democratie zo onder curatele stelt als het gerechtshof doet, is nog niet eens de onmogelijkheid om ook maar iets concreets te bevelen dat zich zou lenen voor rechterlijke handhaving.

Het grootste probleem is dat de rechter zich hier ook vertilt. Uiteindelijk heeft een rechter altijd alleen maar gelijk op papier. Geld en draagvlak voor de maatregelen levert hij er niet bij. Daar mag minister Wiebes voor zorgen, maar zijn lot ligt in handen van de kiezers. Wat als die hem de deur wijzen? Richt het bevel van de rechter – om de CO2-uitstoot voor 2020 met 25 procent te verminderen – zich dan ook tot de kiezer om iemand te kiezen die deze enorme uitspraak uitvoert? Is dat nog curatele of is dit gewoon het afschaffen van de democratie?

De trias politica werkt alleen als de staatsmachten over en weer ook rekening houden met elkaars functioneren. Rechters die zich door elk praktisch probleem dat de staat opwerpt uit het veld laten slaan, deugen natuurlijk niet voor hun functie. In concrete gevallen mag de staat wel degelijk bevolen worden om in actie te komen. Maar een bevel van deze omvang opleggen en dan geen aandacht besteden aan de constitutionele taakverdeling omdat het doel de middelen heiligt, dat is dan wel weer het andere uiterste.

Tussen de Franse Revolutie en de klimaatrevolutie moet ergens het juiste midden van een machtsevenwicht worden gevonden. Het valt te hopen dat de Hoge Raad dit evenwicht alsnog herstelt. Dat zou kunnen door het bevel van het gerechtshof weg te strepen. Dan blijft over wat de rechter wel prima kan: de enkele vaststelling dat het klimaatbeleid van de staat inhoudelijk onvoldoende is. Zo’n uitspraak laat het oordeel verder aan de kiezer, zoals dat in een volwaardige democratie betaamt. 

Geerten Boogaard is docent staatsrecht aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.