Langzaamaan beseffen we dat China het mondiale spel niet bedot, maar beter beheerst

Heleen Mees

Ik heb nog een weddenschap ­lopen met de decaan van de Erasmus School of Economics, Philip Hans Franses, die er in 2010 wel een fles Veuve Clicquot op wilde verwedden dat het met de snelle groei van China gauw gedaan zou zijn. Die fles champagne heb ik nooit gekregen, hoewel de Chinese economie nog steeds met bijna 7 procent per jaar groeit, ruimschoots het dubbele van de groei in de Verenigde Staten en het driedubbele van de groei in de Europese Unie.

In 1980 was de Amerikaanse economie tien keer zo groot als de Chinese, hoewel China vier keer zoveel inwoners telde. In 2014 is de Chinese economie de Amerikaanse economie al voorbijgestreefd, gemeten in lokale prijzen. Over tien jaar zal de Chinese economie de Amerikaanse ook voorbij zijn gestreefd gemeten op basis van officiële wisselkoersen.

Wat verklaart het Chinese groeiwonder? Franses is ervan overtuigd dat de Chinezen simpelweg met de statistieken lopen te knoeien. Volgens Arnout Brouwers is het een ‘dirty little secret’ dat China, sinds zijn entree in de Wereldhandelsorganisatie in 2001, het spel niet volgens de spelregels speelt, zo schreef hij in de Volkskrant. En collega-columnist René Cuperus betichtte China twee weken geleden op deze plek ervan met de Nieuwe Zijderoute een eigen wereldomspannend handels- en infrastructuurstelsel te bouwen.

Aanvankelijk werd China vooral verweten dat het de koers van de renminbi kunstmatig laag hield. Maar zolang China met een arbeidsoverschot kampte, zou een koersstijging weinig verschil hebben gemaakt voor China’s concurrentie-kracht. Ga maar na. In de eerste jaren na China’s toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie hoefden bedrijven hun arbeiders alleen maar datgene te betalen wat nodig was om ze in leven te houden, zeg maar een baal rijst en een jerrycan olie.

Omdat de prijzen van rijst en olie op de wereldmarkt worden bepaald, en niet op de binnenlandse Chinese markt, zou een stijging van de koers van de renminbi er alleen maar toe hebben geleid dat bedrijven hun ­arbeiders minder renminbi hoefden te betalen. Per saldo zouden Chinese producten net zo voordelig zijn gebleven als voorheen en de concurrentiekracht onverminderd groot.

Tegenwoordig wordt China vooral verweten dat het zich bezondigt aan technologiediefstal en minachting van intellectuele eigendomsrechten. In het westerse superioriteitsdenken is het namelijk niet mogelijk dat hun vooruitgang aan het vernuft van de Chinezen zelf te danken is. Maar China is door de industriële revolutie gegaan in de tijd die het kost om een gloeilamp te verwisselen. Waarom zou het de technologische revolutie niet net zo snel beheersen?

Bovendien, als China werkelijk alleen maar westerse technologie zou inpikken, hoe kan het dan dat China ons op allerhande terreinen, zoals AI, gentechnologie en mobiele communicatie, allang is voorbijgestreefd? Of ziet Cuperus in de Chinese studenten die aan de Universiteit van Wageningen studeren ook een vorm van technologiediefstal?

President Trump dreigt een handelsoorlog te ontketenen omdat hij de regering in Beijing wil dwingen haar investeringen in geavanceerde technologieën als halfgeleiders, elektrische auto’s en commerciële vliegtuigen in het kader van het beleidsprogramma Made in China 2025 terug te schroeven. Maar hoe zit het dan met Silicon Valley, dat zijn bestaan grotendeels te danken heeft aan het Amerikaanse ministerie van Defensie? Daar is namelijk het geld vandaan gekomen om de technologie te ontwikkelen waar Silicon Valley nu om bekend staat. Gaat Trump de Amerikaanse defensieuitgaven soms ook verlagen?

Dat wij hier in het Westen niet verder kunnen kijken dan onze neus lang is, kun je de Chinezen niet verwijten. Wie de geheime dagboeken van de Chinese premier Zhao Ziyang, Prisoner of the State, heeft gelezen, weet al langer dat de Chinese leider Deng Xiaoping niet per se een liberale democratie voor ogen stond. Volgens Zhao, die de grondlegger was van de economische hervormingen en premier toen de studentenprotesten in 1989 uitbraken, streefden de hardliners binnen het Chinese politburo juist een vogelkooi-economie na. Daarin was de centrale planeconomie de kooi en waren de vogels de markteconomie.

Het Westen begint er langzamerhand van doordrongen te raken dat de groei van China geen laughing matter is maar een serieuze bedreiging voor onze levensstandaard. Wat nog ontbreekt is het inzicht dat China niet vals speelt, maar gewoon het spel beter beheerst. 

Heleen Mees is econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.