OpinieVan der Leeuw-lezing

Lang leve die fantastische verhalenmachine in ons hoofd

In haar Van der Leeuw-lezing vertelt de Britse schrijver Hilary Mantel hoe het geheugen het verleden reconstrueert. Coreferent Annejet van der Zijl merkte als biograaf hoezeer het geheugen zich ook laat manipuleren. Ze zingt de lof van ons geheugen, dat de mogelijkheid biedt ons levensverhaal te herschrijven en de verhalen te maken waarmee wij kunnen doorleven.

Beeld Senne Trip

Iets meer dan een jaar geleden overkwam mij iets verschrikkelijks. Iemand van wie ik veel hield en met wie ik al decennialang optrok, viel letterlijk uit mijn leven. Altijd hadden we gedacht dat we minstens nog tientallen jaren zouden hebben om elkaar aan te horen, met elkaar mee te denken, elkaar aan te moedigen en elkaar aan het lachen te maken. Dat wij dat allemaal als oude dametjes samen op een cruiseschip nog precies zo zouden doen als we deden als jonge studentes in de Amsterdamse sloopwoning waar onze vriendschap begon.

Maar nee.

Opeens, van het ene op het andere moment was ze weg, voorgoed buiten bereik.

Ongeluk. Dood.

Toen ik een aantal maanden later nog even verbijsterd rondliep als toen ik het net had gehoord, toen ik ’s ochtends nog steeds huilend wakker werd omdat ze er in mijn dromen wel was en in mijn leven niet meer, toen ik me zelfs niet meer kon concentreren op het boek dat ik onder handen had, besloot ik te doen wat ik altijd had gedaan als ik ergens geen raad mee wist: erover schrijven.

Dat laatste begon in mijn geval al jong – gewoon, met dagelijkse aantekeningen die ik maakte om het leven op een rijtje en rust in mijn hoofd te krijgen. Teruglezen deed ik al die notities nooit, weggooien overwoog ik vaak. Wat zou ik ook moeten met met al die oude ‘ikken’, met al die oude emoties en gebeurtenissen die in de tussentijd - en niet zelden tot mijn opluchting - allang weer verbleekt of uit mijn hoofd verdwenen waren?

Maar nu twijfelde ik. Hoeveel sporen van degene die ik verloren was zouden er wellicht nog verborgen liggen in die stapels vergeelde oude schriften? Hoeveel details, hoeveel waardevolle momenten zou ik daarin misschien nog terug kunnen vinden?

Ik besloot de proef op de som te nemen en voor de allereerste keer te gaan schrijven met die dagelijkse aantekeningen als uitgangspunt. Als ik nou alles wat ik neergekrabbeld had vanaf het moment dat ik hoorde dat ze was verongelukt, gewoon letterlijk zou uittikken, zou ik, dacht ik, op z’n minst alvast de essentie van mijn rouw op papier hebben. De meest directe, de meest rauwe, de meest wérkelijke waarheid.

Maar toen ik mijn de aantekeningen aan het overtikken was, merkte ik iets vreemds. Wat ik van dag tot dag had opgeschreven, bleek slechts een fletse versie van hoe het in mijn herinnering was. Misschien waren er een paar machteloze zinnen hier en daar, een tragische droom, een verzuchting of een jammerklacht die een beetje raakten aan dat allesoverheersende gevoel uit het lood geslagen te zijn dat ik me herinnerde. Maar het was geen fractie van de enorme impact die deze gebeurtenis op me had.

Misschien was dat wel het moment dat ik voor het eerst bewust begon na te denken over wat ons geheugen eigenlijk doet met alles wat wij dagelijks mee- en doormaken. Dat geheugen registreert kennelijk niet alleen - nee, het geeft er ook meteen een betekenis aan en slaat alleen die op. Wat we ons herinneren is niet een simpele optelsom van onze belevenissen. Nee, het geheugen filtert en maakt meteen al een groter verhaal van de op zich betekenisloze kluwen van dagelijkse gevoelens en gebeurtenissen. In feite, concludeerde ik, is ons geheugen dus een verre van objectieve verhalenverteller, een soort regisseur, die bepaalt hoe we ons leven ervaren en het ons vervolgens herinneren.

Ik ben biograaf. Als zodanig was het verschijnsel dat mensen zich dingen later totaal anders zeiden te herinneren dan hoe ze in werkelijkheid waren gebeurd, mij natuurlijk verre van onbekend. Al sinds ik als jonge journalist geschreven portretten van mensen was gaan maken, besefte ik dat mijn vak meer is dan het zo objectief mogelijk uitzoeken en vertellen van andersmans leven. Het is ook het maken van een onderscheid tussen dat wat er werkelijk gebeurd was en het soms totaal andere verhaal wat het onderwerp ervan maakte. En niet zelden bleek juist in die vertekeningen en verkleuringen die mijn hoofdpersoon in zijn eigen biografie aanbracht, het antwoord te schuilen op die vraag die aan elke goede biografie ten grondslag ligt: What makes Sammy run? Wat zijn de drijfveren, wat zijn de thema’s van een mens?

Ondertussen had ik altijd als vanzelfsprekend aangenomen dat de zelfmythologistering waar mijn onderwerpen zich bijna zonder uitzondering aan bezondigden, een min of meer bewuste keuze was geweest. Dat ze actief een ander verhaal verzonnen, ter zelfbescherming en zelfbehoud.

Neem nou wijlen onze prinsgemaal, prins Bernhard. Natuurlijk had deze in 1936, als 24-jarige Duitse jongeman zijn eerdere lidmaatschappen van nationaal-socialistische organisaties niet van de daken geroepen. Het nazi-regime was toen al omstreden en een alliantie ermee had een belemmering kunnen zijn voor zijn beoogde huwelijk met onze toenmalige kroonprinses Juliana. Logisch was ook dat hij er niet alsnog mee op de proppen kwam toen datzelfde regime een paar jaar jaar Nederland binnenviel - het had hem politiek en persoonlijk in een onmogelijk pakket gebracht, al was het maar omdat hij inmiddels zijn Duitse nationaliteit had opgegeven.

Even vanzelfsprekend biechtte Bernhard die lidmaatschappen niet alsnóg op toen zijn schoonmoeder in 1944 besloot hem te bombarderen tot leider van het anti-Duitse verzet. Wat had hij anders moeten doen - alsnog teruggaan naar Berlijn om daar als landverrader opgepakt te worden? En wat de situatie na de oorlog betreft - toen was het al helemaal logisch om die lidmaatschappen voorgoed in de doofpot te houden. De waarheid had het Nederlands koningshuis opgeblazen en zijn leven compleet verwoest. Daarbij had hij inmiddels al zo vaak over het onderwerp gezwegen en gelogen dat alleen dat al hem maakte tot een levenslange gevangene van zijn eerdere keuzes.

Nu ik zelf echter aan den lijve had ondervonden hoezeer mijn dagelijkse ervaringen verschilden van de herinnering eraan, begon ik vraagtekens te zetten bij mijn eerdere aanname dat Bernhard vanaf het begin willens en wetens niet de waarheid had verteld. Zou het misschien mogelijk zijn dat hij die lidmaatschappen aanvankelijk écht vergeten was? Dat zijn geheugen ze niet had opgeslagen, omdat ze simpelweg op dat moment niet belangrijk genoeg waren geweest? Lid worden van dat soort clubs was iets wat je in zijn milieu in het Duitsland anno 1933 gewoon deed en het is dus best mogelijk dat hij tussen de bedrijven even snel zijn handtekening had gezet, zoals we allemaal wel eens lid zijn geworden van een club die we inmiddels al lang vergeten zijn.

Dat zou betekenen dat het verzwijgen van die lidmaatschappen voor hem persoonlijk veel minder als liegen voelde dan hoe wij, als buitenwereld, het later interpreteerden. Het had er in zijn ogen destijds immers écht niet toe gedaan - de regisseur in zijn hoofd had het niet eens eens belangrijk genoeg gevonden om het op te slaan. De momenten die daarentegen ongetwijfeld wél in zijn geheugen gegrift stonden, waren die waarop hij besefte dat die onbetekenende handtekeningen de macht hadden gekregen hem te maken of te breken. Zoals in 1946, toen een Amerikaanse majoor in Oost-Berlijn lucht had gekregen van het verhaal en Bernhard hem maar met de grootste moeite wist weg te werken. En in 1989, toen de Berlijnse Muur waarachter Bernards jonge jaren na de Tweede Wereldoorlog zo handig waren verdwenen, omviel en het ene na het andere oude archief weer beschikbaar kwam. Díe momenten - dát werden de trauma’s die hem tot aan het eind van zijn leven hebben achtervolgd en veel van zijn acties in zijn laatste jaren verklaarden.

In ons taalgebruik heeft de uitdrukking ‘een selectief geheugen hebben’ een ietwat negatieve bijklank. Het suggereert onbetrouwbaarheid en kwade opzet. Maar in feite is het een zegen dat ons geheugen selectief is - als we ons alles zouden herinneren werden we stapelgek. En het is dus niet meer dan vanzelfsprekend dat, zoals Hilary Mantel daarnet ook al stelde in haar boeiende voordracht, het geheugen het verleden reconstrueert, zoals ook zijzelf haar verleden reconstrueerde in haar memoires.

De enige kanttekening die ik bij haar betoog zou willen maken is waar ze stelt dat het geheugen zich niet laat manipuleren. Ik geloof, ook vanuit mijn professionele ervaring als biograaf, dat het wel degelijk mogelijk is om dat te doen. Ik denk hierbij meteen aan de schrijfster Annie M.G. Schmidt, wier biografie ik schreef. Wat ik uitvond over de eerste decennia van haar leven was eigenlijk ronduit treurig. Annie was eerst een raar, gepest kind en later een eenzame jonge vrouw die veel te krampachtig zocht naar liefde en dus keer op keer haar neus stootte. Ook nadat ze later min of meer per ongeluk was uitgegroeid tot een van de populairste schrijvers van Nederland en alom werd gelauwerd en bejubeld, bleef ze last houden van de vernederende ervaringen in haar jonge jaren. Op de meest ongelegen momenten staken ze hun lelijke kop op, in de vorm van plotseling opkomend minderwaardigheidsgevoelens en een verlammende schaamte die haar alle plezier in haar succes ontnam.

Gelukkig werd Annie oud. En gelukkig kwam ze, inmiddels zelf ook een succesvol schrijfster van musicals, op een dag op het briljante idee om de regisseur in haar hoofd de opdracht te geven eens te proberen een komische film van al die rottige herinneringen te maken. En zowaar, dat werkte. En hoe. Haar memoires, getiteld Wat ik nog weet barstten werkelijk van de biografische aantoonbare onjuistheden en verzinsels, maar zíj kon met deze nieuwe versie van haar leven uitstekend leven. En wij, als lezers ook - al was het maar omdat het resultaat zo overtuigend en geestig was.

In feite deed Annie hiermee gewoon aan een soort zelftherapie: de hele psychoanalyse is gebaseerd op het idee dat je een opening geboden krijgt om ervaringen waar je ongelukkig van wordt vanuit een ander perspectief te bezien. Dat je de naald die vastloopt op de grammofoonplaat in een andere groef kunt zetten, zodat de muziek van je leven wél ongestoord kan doorspelen. En dat je inziet dat er met het basismateriaal in je hoofd ook een andere film te maken valt - eentje waarmee je prettiger doorleeft en die je misschien wel sterk maakt, in plaats van zwak.

Het is onweerlegbaar waar dat het een zekere kwetsbaarheid vereist om vastgeroeste meningen en overtuigingen los te laten. Maar voor hen die de moed hebben om dat te doen, is er, zoals Annie Schmidt ons liet zien, een wereld te winnen. Overigens denk ik dat we ons geheugen - als het goed is - allemaal wel eens laten manipuleren. Wie kent niet dat ietwat schaapachtige gevoel dat je overvalt als je - meestal in grote boosheid of verontwaardiging, want dat zijn nou eenmaal de momenten dat een mens ieder gevoel voor relativiteit verliest - een verhaal vertelt en die persoon tegen wie je het vertelt zegt heel kalmpjes: o, maar dat kun je natuurlijk ook héél anders bekijken. En het dringt tot je door: verdorie, hij of zij heeft nog gelijk ook.

Enerzijds sta je daar dan nog een beetje na te zieden - laten we wel zijn, jezelf tot steeds grotere boosheid opwerken heeft ook iets heel verslavends - maar als het goed is dringt er met die wegsijpelende woede tegelijkertijd ook een vorm van opluchting door in je brein. Gelukkig: je chef heeft het niet speciaal op jou gemunt, hij kan ook gewoon een slecht humeur gehad hebben. En die asociale medeweggebruikster evenmin - misschien had ze net gehoord dat ze een nare ziekte had en was ze er met haar hoofd gewoon niet bij.

Dus alles overziend zou ik zou zeggen, lang leve ons geheugen, die fantastische verhalenmachine in ons hoofd. Niet alleen geeft hij vorm aan wat we meemaken, ook biedt hij ons de mogelijkheid om daar later nog een heel ander verhaal van te maken dan we op grond van ons karakter en geschiedenis geneigd zijn te doen.

En ook: lang leve ons geheugen, omdat het met de tijd uiteindelijk uit zichzelf de essentie van een bepaald verhaal boven laat drijven. Zo merk ik dat nu er meer dan een jaar verstreken is, de grootste schok en pijn van het verlies van mijn vriendin beginnen te vervagen. En de regisseur in mijn hoofd heeft groot gelijk: de omstandigheden van haar dood, schokkend als ze waren, doen er in feite ook niet echt toe. Wat er wel toe doet zijn de beelden van wie ze was en ons plezier in elkaar, van alles wat we in al onze tijd samen voor elkaar betekenden. En die worden juist steeds sterker en levendiger - die doen me glimlachen, die reizen met me mee en die zijn veilig, in mijn hart en in de wonderbaarlijke machine die mijn geheugen heet.

Is mijn kijk op mijn vak door deze recente ervaringen veranderd? Niet wezenlijk - als biograaf had ik altijd al meer de neiging om te willen begrijpen dan om te veroordelen. Maar misschien ben ik nog wat vergevingsgezinder dan ik was en begrijp ik beter dat mensen zich dingen soms werkelijk niet of anders kunnen herinneren dan ze waren.

En hoe liep het af met mijn eigen grief memoir - mijn poging om mijn verdriet te beheersen door er een geschreven vorm aan te geven? Wel, de eerste tienduizend woorden liggen nog ergens, maar terwijl ik er mee bezig was, wurmde het echte leven zich er al weer tussen en hervond ik tot mijn grote opluchting het plezier in verhalen die niet de mijne waren. En kon ik me dus weer gerust overgeven aan datgene wat ik altijd als dé grote luxe van het schrijverschap heb beschouwd - dat je twee levens tegelijkertijd kunt leiden en dat je geschreven leven als vakantie van dat van je zelf voelt.

Wel heb ik inmiddels maar besloten al die schriften met aantekeningen voorlopig te bewaren. Niet alleen omdat mijn uitgeefster zo wit om haar neus werd toen ik een keer terloops aankondigde dat ik van plan was ze weg te gooien, maar ook omdat de grote wereld om me heen misschien ooit zo onbereikbaar wordt, dat ik zin krijg te proberen er alsnog een verhaal uit te distilleren.

Dat gezegd hebbende zou ik er ook geen traan om laten als mijn huis zou afbranden en al die schriften zouden tot as vergaan. Wat afgelopen jaar me immers bovenal heeft geleerd is dat ik geen oude aantekeningen nodig heb om mijn vriendin in terug te vinden. Ze is immers nog steeds onder handbereik, ook al geeft haar mobiele nummer al langer dan een jaar geen gehoor meer. Zolang ze nog zo aanwezig is in mij en zoveel bijdraagt aan wie ik ben, zolang ze veilig is in mijn herinnering, is ze er gewoon en bestaat ze nog.

Dus nogmaals, en daarmee wil ik graag afsluiten: lang leve de verhalenmachine in ons hoofd - lang leven ons geheugen.

Van der Leeuw-lezing
In haar Van der Leeuw-lezing, die de Britse schrijver Hilary Mantel 16 november hield in Groningen, vertelde ze over de curieuze manieren waarop een historisch personage met boek en schrijver op de loop kan gaan en over hoe het geheugen het verleden reconstrueert, zoals ook zijzelf haar verleden reconstrueerde in haar memoires. Hier is de tekst te lezen ze uitsprak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden