Opinie Afropolitans

Lagos is hét centrum voor ‘Afropolitans’, creatievelingen die een sleutelrol innemen in het veranderen van de Afrikaanse samenleving

Afrikablog

Ze worden Afropolitans genoemd: ondernemende, artistieke Afrikanen, net zo thuis in het Westen als in Afrika. Aan hen heb je meer dan aan de meeste politici, vindt Wim Bossema. In Lagos luisterde hij naar schrijvers.

Speedbootjes bij een duur hotel op Lagos’ Victoria Island, waar hippe jongeren het weekend vieren. Beeld Sanne De Wilde

Het is goed Afrika eens van een andere kant te zien. Het dominante nieuws van het continent is vaak om moedeloos van te worden: oorlog, terreur, honger, natuurrampen, migranten in de woestijn en op zee. Er is economische groei, de armoede neemt af, maar het schiet niet erg op. Veel landen zijn politiek democratisch geworden, maar ik zie weinig aansprekende leiders met een onbesmet blazoen. Inspirerende debatten moet je elders zoeken: in de Nigeriaanse metropool Lagos waren onlangs schrijvers bijeen op het jaarlijkse Aké Arts and Book Festival. Tegelijkertijd opende LagosPhoto, toonaangevend voor de fotografie.

Het zijn ontmoetingsplaatsen voor de ‘Afropolitans’, een losvaste groep kunstenaars, academici, schrijvers, sociale ondernemers en activisten. Ze zijn te vinden in de Afrikaanse metropolen, maar evenzeer in de ‘diaspora’: migranten in de VS en Europa, vaak verbonden aan een universiteit. In de praktijk is het een komen en gaan tussen de continenten, een kosmopolitische levensstijl. De sociale media hebben communiceren eenvoudig gemaakt. De trend van de afgelopen tien jaar is een terugkeer naar de Afrikaanse steden, een groep die wel als de ‘re-pats’ wordt aangeduid.

Lagos is een centrum voor de ‘Afropolitans’. De stad heeft een slechte reputatie door criminaliteit, het chaotische verkeer, de haperende voorziening van elektriciteit en drinkwater, de armoede van de niet aflatende stroom nieuwkomers uit de provincies. Maar de stad bruist ook van energie. De culturele sector speelt daarbij een belangrijke rol. De zoons van de legendarische Fela Kuti houden diens muziek, de Afrobeat, levend. En deze maand zijn er ook internationale mode-evenementen.

Vermaaksindustrie

Bolanle Austen-Peters is een typisch voorbeeld van zo’n Afropolitan. Ze kwam 15 jaar geleden terug naar Lagos, na een carrière als jurist bij VN-organisaties in Zwitserland. Ze had een ideaal voor ogen: ‘een ontmoetingsplaats voor gezinnen opzetten’. ‘Er bestond nauwelijks iets als een vermaaksindustrie. Mogelijke investeerders lachten me uit: kunst werd niet serieus genomen.’ Ze bouwde een groot cultureel centrum op, TerraKulture, met een beeldende-kunstgalerie, een gerenommeerd restaurant, een boek- en souvenirwinkel in een architectonisch interessant gebouw. Onlangs opende ze pal ernaast een grote theaterzaal. En ze is druk met het regisseren en produceren van een speelfilm – we spreken tijdens een opname in de glazen toonzaal van Mercedes-Benz. Haar grote passie is de musical, ‘dat had je tot voor kort helemaal niet in Nigeria’. Ze ziet musicals als tegengif voor wat zij ziet als het grootste maatschappelijke probleem: de groeiende generatiekloof. ‘Jongeren en ouderen gaan naar hun eigen feesten, maar bij de musicals zie ik alle generaties – van grootouders tot kleinkinderen’. (zie het hele interview hier)

Ze vindt het een manier ‘iets terug te geven aan de samenleving’. Dat is de motivatie van de meeste ‘terugkeerders’, die in het buitenland carrière hebben gemaakt, zegt ze. ‘Die hebben een fantastische invloed op Nigeria, het beste van beide werelden. Ze brengen ervaring en kennis uit het Westen maar kennen ook de Nigeriaanse manier van doen.’

‘Afropolitan’ is geen onbetwist begrip. Op het Aké-boekenfestival wordt er heftig over gediscussieerd in een panel. De jonge Zimbabwaanse schrijfster Panashe Chigumadzi vindt het elitair. ‘Het is het echt iets voor Afrikanen die in het Westen leven, die geen zin meer hebben over kolonialisme en armoede te praten.’ Ze krijgt veel bijval. De Nigeriaans-Duitse musicus Ade Bantu zit er wat ongemakkelijk bij: hij organiseert muziekoptredens in het Freedom Park van Lagos onder de pakkende titel ‘Afropolitan vibes’. Dat elitaire ziet hij helemaal niet in zijn publiek, zegt hij. Het is gewoon een pakkend woord, dus misschien moeten we er niet al te moeilijk over doen. Vanuit de zaal reageert de Oegandese schrijfster Jennifer Makumbi minder laconiek: ‘Ik word er emotioneel van: waarom geven jullie af op mensen zoals mijn landgenoten die ooit voor de dictatuur van Idi Amin naar Londen zijn gevlucht en nu hun nieuwe identiteit vinden als ‘Afropolitan’?’

Lola Shoneyin, schrijfster en drijvende kracht achter het Aké-festival, vindt ‘Afropolitan’ als etiket niet zo nodig, ze loopt dan ook al langer mee: ‘Wat is er mis met Afrikaans, of zoals we vroeger zeiden pan-Afrikaans?’ Dat neemt niet weg dat de invloed van de diaspora op de debatten in Nigeria heel vruchtbaar is, zegt ze. Een flink deel van de honderd sprekers en panelleden komt uit Groot-Brittannië of de VS gevlogen. Ze delen hun ervaringen als Afrikanen in het Westen met een Nigeriaans publiek. Ze brengen thema’s zoals homoseksualiteit en lhbt-rechten onomwonden naar voren. ‘Dat gebeurt eigenlijk nergens zo in Nigeria, door de vijandigheid van de religieuze leiders en politici.’

Ze koos Fantastical Futures als thema van dit jaar: een fantasierijke blik in de toekomst. Dat sluit aan op de nieuwste trend: de explosieve populariteit van Afrikaanse fantasy-literatuur en sciencefiction. Mede dankzij de Hollywood-hit Black Panther over het machtige, verborgen Afrikaanse staatje Wakanda. De succesvolle Nigeriaans-Amerikaanse fantasy-auteur Nnedi Okorafor (Who Fears Death, Binti) schrijft vervolgstrips voor Marvel. Ze was een hoofdgast op Aké. (Lees hier over het panel met haar over Black Panther

Shoneyin, zelf auteur van het tragi-komische The Secret Lives of Baba Segi’s Wives moest wennen aan de avonturenromans, zegt ze in haar kantoor boven haar nieuwe boekwinkel in de wijk Ikeja. Maar bij Okorafor gaat het niet alleen om futuristische fantasieën, merkte ze: ‘Het is behoorlijk politiek, ik zie dezelfde kwesties terug als die van de oudere schrijvers.’ Ze denkt aan emancipatie van vrouwen, strijd tegen religieus fanatisme en politieke onderdrukking. Maar nu is er een miljoenenpubliek van jonge lezers.

Fotografie is een populair medium onder jonge kunstenaars en activisten en LagosPhoto biedt hun al sinds 2010 een podium. Oprichter Azu Nwagbogu zegt het zo: ‘Vroeger moest je als Afrikaanse fotograaf naar de Europese exposities om erkenning te krijgen, nu kan het hier in Lagos.’ De fotografen die exposeren op LagosPhoto komen uit heel Afrika, maar evengoed uit Europa of de VS. Nwagbogu heeft het curatorschap dit jaar zelfs overgedragen aan de Duitse Charlotte Langhorst; hij gaat zelf als interim een jaar lang het prestigieuze museum Zeitz MOCAA in Kaapstad leiden. De inwoners van Lagos kunnen op de exposities van LagosPhoto bekijken wat er internationaal speelt in de fotografie, is de gedachte.

‘Ik krijg hier wel kritiek; er zijn kunstenaars die vinden dat het festival alleen voor Nigerianen of Afrikanen moet zijn. Maar ik wil daar juist uitbreken, voor het publiek dat zo meer te zien krijgt. We hebben een trouw publiek. Bovendien is ons principe dat de exposities gratis voor iedereen zijn. Nu worden de debatten over ons in de westerse metropolen gevoerd en op zijn best zijn we er daar bij. Maar we moeten dat wereldje letterlijk naar ons toe halen. Hier in Nigeria is het perspectief anders.’

Hij merkte hoe zijn blik was vervormd toen hij uit de VS terugkwam en de African Artists Foundation (AAF) oprichtte: ‘In de VS vroeg iedereen me wanneer ik weer zou vertrekken. Dat vreet aan je. De afgelopen jaren is het in het Westen alleen maar erger geworden. In de media gaat het alleen nog over migratie uit Afrika en wat daartegen te doen. Het is een vorm van verbaal geweld. Dan ben je terug in Nigeria en stel je je weer vragen als: hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze kinderen een gelukkiger jeugd hebben?’

Foto’s in vervallen gebouw

De zeven exposities van LagosPhoto zijn verspreid over de stad, de meeste op Lagos Island en Victoria Island, dure wijken met veel bedrijven en kantoren. Het nieuwe gebouw van de Alliance Française (half af) biedt onderdak, de zalen van de AAF zelf eveneens. Sommige expositieruimten zijn nauwelijks te vinden, maar er is ook een tentoonstelling in het oude, vervallen gebouw van de staatsdrukkerij, vlakbij Freedom Park in een buurt waar meer ‘gewone’ Nigerianen rondlopen. In het park zelf worden ook foto’s getoond.

Het is moeilijk te zeggen of dit de speeltuin van een artistieke elite is of een broedplaats voor een nieuwe tegencultuur, die uiteindelijk het politieke domein zal binnendringen. Vooralsnog houden de ‘Afropolitans’ of ‘nieuwe pan-Afrikanisten’, zoals Shoneyin en ook Nwagbogu zich liever noemen, zich wijselijk buiten de Nigeriaanse partijpolitiek. Maar deze groeiende groep zelfbewuste, internationaal gerichte, goed opgeleide en ook economisch ondernemende creatievelingen speelt al een sleutelrol in de veranderende samenleving. Ik kreeg in Lagos ook een toekomstvisioen: over een eeuw zullen schrijvers op het Aké Festival terugblikkend vaststellen dat de weg uit de armoede door deze groep is gevonden. 

Lees meer op het Afrikablog van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.