Opinie

Laat Nijntje blijven, maar Jip en Janneke niet

Het pronkstuk van Nederland

De door de makers van het tv-programma 'Het pronkstuk van Nederland' geraadpleegde experts hebben een te vage notie van de categorie Ontwerp.

Foto Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

Een van de weinige omroeporganisaties die programma's over kunst en cultuur uitzenden op de publieke omroep, Avrotros, slaat met Het pronkstuk van Nederland de plank mis als het gaat om Nederlandse vormgeving. Met Jort Kelder als presentator worden Nederlanders en, naar ik aanneem, ook hier wonende buitenlanders, opgeroepen hun stem uit te brengen op het object dat het beste de volksaard representeert en kan dienen als het ideale visitekaartje van Nederland.

Om de keuze te vergemakkelijken hebben deskundigen dertig objecten geselecteerd, die zijn ondergebracht in drie categorieën: Erfgoed, Kunst en Ontwerp. Hier stuiten we meteen op een probleem, want het begrip erfgoed omvat per definitie ook kunst en ontwerp.

En zo kan het gebeuren dat de Delfts Blauwe bloemenpiramide uit de 17de eeuw is ondergebracht in de categorie Ontwerp, terwijl het Delfts Blauw al een van de tien genomineerden in de categorie Erfgoed is.

Vincent van Gogh komt zelfs drie keer voor in de nominaties, met twee schilderijen en met zijn brieven. Een schilderij minder was beter geweest, want dan had men Piet Mondriaan kunnen nomineren. Hij ontbreekt, net als Rietveld, Berlage en Cuypers.

Architectuur mag in het geheel niet meedoen aan de verkiezing van het pronkstuk. Ballet, toneel, nieuwe media en film zijn ook uitgesloten en Nederlands trots, de waterbouwkundige werken zijn niet genomineerd. Het suffe Wilhelmus is de enige muzikale nominatie.

De door de programmamakers geraadpleegde experts die de objecten hebben geselecteerd, lijken een vage notie te hebben van wat er in de categorie Ontwerp zou moeten vallen. De microscoop die Antoni van Leeuwenhoek in de 17de eeuw ontwikkelde, is een uitvinding, maar zit in de categorie Ontwerp. Deze microscoop is technologisch erfgoed, waarbij vormgevingsaspecten geen of slechts een kleine rol spelen. Ontwerpers komen pas kijken als een technologie enigermate is gerijpt. Pas dan is er ruimte voor aspecten die de identiteit van een product bepalen of het gebruiksgemak.

De microscoop en de bloemenpiramide kunnen er dus uit. Blijven er nog acht objecten over in de categorie Ontwerp. De bijna honderd jaar oude ANWB-paddenstoel is wel aardig, maar als het om innovatieve bewegwijzering gaat heeft Nederland een veel betere kandidaat, namelijk die van luchthaven Schiphol. Hiermee werd in de jaren zestig een internationale standaard gezet.

Dick Bruna's Nijntje heeft dit op zijn manier ook gedaan en mag wat mij betreft genomineerd blijven. De Jip en Janneke-illustraties van Fiep Westendorp kunnen eruit, want aardig maar nauwelijks buiten Nederland bekend. Dat zou je ook van het door Bruno Ninaber van Eyben ontworpen Nederlandse muntgeld kunnen zeggen, maar dat was in 1980 zo revolutionair dat het terecht genomineerd is.

Revolutionair was ook het door Hub van Doorne bedachte Variomatic-transmissiesysteem, dat als technologische innovatie een nominatie zou verdiend hebben in de categorie Erfgoed.

Het ontwerp van de wel genomineerde Daf 600 - waarin de Variomatic zit - is op zijn best koddig te noemen. Zet hem naast de bijna even oude Mini en je ziet waarom de ene een designklassieker is en de andere een voetnoot in de autogeschiedenis. Voor de Spyker 60 HP uit 1903 geldt hetzelfde als voor de Daf; hij heeft zijn nominatie te danken aan een paar technologische innovaties.

Blijven over het Droste cacaoblik en de klomp. Het cacaoblik is hoogstens een curiositeit met wat sentimentele waarde en had niet eens een plaats verdiend op de long list van Het pronkstuk van Nederland. Van de klomp staat niet vast of het wel een Nederlandse vinding is.

Hiervoor in de plaats zou de Fokker F27 Friendship kunnen komen. Dit vliegtuig werd in 2006 verkozen tot Het Beste Nederlandse Design.

Marc Vlemmings is design thinker & writer.