ESSAY

Laat Nederland niet (nog verder) barsten

null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

Eenvijfde van de kiezers stemde deze week radicaal-rechts en ja, dat is echt het belangrijkste aan deze verkiezingen, schrijft Kustaw Bessems, want dat rechts wordt steeds extremer. Politieke partijen mogen Nederland niet verder laten scheuren.

Op vrijwel elke voorpagina stond het dansje op tafel van Sigrid Kaag. Alleen De Telegraaf koos voor Mark Rutte die op anderhalve meter proostte met een glas wijn.

Toeval speelt bij zoiets een rol. De eerste exitpoll dichtte Kaags partij D66 een grotere winst toe dan uiteindelijk zou beklijven. En het plaatje was natuurlijk mooi. Maar wanneer historici die voorpagina’s er ooit bij pakken, zullen ze daarin dan zien hoe een belangrijke ontwikkeling uit onze tijd werd vastgelegd?

Of zich afvragen waarom de aandacht uitging naar een bijkomstigheid? D66 kreeg er vier zetels bij, afkomstig van linkse partijen en dus zeer waarschijnlijk te danken aan strategische kiezers die uit arren moede op de grootste, niet al te rechtse partij hebben gestemd.

Voor de proostende Rutte geldt iets dergelijks. Dat een geliefde premier in crisistijd twee zetels meer haalt dan de vorige keer, daarin kan de bijzonderheid van deze verkiezingen niet zitten.

Terwijl er intussen wel degelijk dingen schuiven die mogelijk nooit meer op hun plek terechtkomen. Zaken scheuren, waarvan het de vraag is of ze nog zijn te herstellen. Dat de verzameling van populistisch en radicaal rechtse partijen – Ja21, PVV en Forum voor Democratie – met 28 zetels pieken, lijkt me de nieuwsgebeurtenis die alle andere in de schaduw plaatst.

Nu wordt deze hoge score uiteraard heus alom vastgesteld, maar vaak met forse kanttekeningen. Eén is dat er nu eenmaal al een kleine twintig jaar een vaste groep kiezers is voor dit type partijen, die niet verder groeit. Immers, in 2002 haalden de Lijst Pim Fortuyn en Leefbaar Nederland samen ook 28 zetels.

Om te beginnen miskent zo’n vergelijking de unieke omstandigheden van die verkiezingen toen. Pim Fortuyn was negen dagen vóór de verkiezingen vermoord door een linkse activist, waarna een golf van rouw en sympathie door het land ging. Veel van de andere lijsttrekkers werd verweten dat zij hem in de aanloop naar de moord hadden gedemoniseerd.

Maar laten we ook eens kijken naar het verkiezingsprogramma van Leefbaar Nederland, waarmee de latere VVD-coryfee Fred Teeven destijds de boer op ging: ‘Straffen voor het begaan van racisme, discriminatie en geweld worden verhoogd. Bij ernstige vormen wordt, na een veroordeling door de rechter, het passief kiesrecht tijdelijk ontnomen.’

Klinkt het al een beetje als Wilders? Nee, hè.

Leefbaar had met Fortuyn gebroken nadat die in een Volkskrant-interview had gezegd dat hij van het discriminatieverbod in de Grondwet af wilde en dat hij geen islamitische immigranten meer had willen toelaten als hij dat juridisch rond had kunnen krijgen. Maar hij zei nog meer: ‘Iedereen die hier binnen is, blijft hier binnen. (...) Als je hier geboren en getogen bent, heb je burgerrechten, punt.’ En in het programma van zijn nieuwe partij stond: ‘In een democratische samenleving als de onze hebben alle burgers dezelfde rechten en plichten, ongeacht ras, geslacht, geloof en geaardheid.’ Weliswaar moest van ‘grote groepen in de samenleving met een sociaal-culturele achterstand’ worden ‘geëist dat zij zich tot het uiterste inspannen’, zij verdienden volgens Fortuyn ook ‘extra zorg inzake huisvesting, scholing en culturele vorming’.

Betere huisvesting voor Nederlanders uit migrantengemeenschappen, ziet u het Baudet al bepleiten?

Het gaat mij hier nu niet om een positieve – of negatieve – waardering van Fortuyn en Leefbaar toen. Het gaat erom dat er meer is veranderd dan hetzelfde gebleven.

Bas Heijne betoogde afgelopen week in NRC Handelsblad dat deze verkiezingen business as usual waren. Hij benadrukte de verdeeldheid op uiterst rechts: tussen Forum en de Forum-afsplitsing Ja21 bestaat vijandigheid. En hij wees erop dat de PVV van Wilders zetels verloor en zich ogenschijnlijk wentelt in zijn buitenspelpositie. ‘Je zou het stabiel kunnen noemen’, aldus Heijne.

Maar de opvattingen van deze partijen zijn niet stabiel. Die worden extremer. Wilders bepleit een ministerie voor ‘De-islamisering’. Bij Forum druipen het racisme en de complottheorieën inmiddels van de wanden. De verdeeldheid die door Heijne schijnbaar als geruststelling wordt aangedragen is nota bene een gevolg van die radicalisering. Ja21 laat zich er in zijn programma wél op voorstaan dat vrijheden en rechten voor iedereen in gelijke mate gelden, maar gezien de voorgeschiedenis is het afwachten wat dat waard is. De politici van Ja21 voelden zich nog thuis bij Forum toen Baudet immigranten al beschreef als ziekmakers waarmee expres onze gezonde gemeenschap werd geïnfecteerd. Lijsttrekker Joost Eerdmans sloot zich zelfs nog bij Baudet aan nadat racistische teksten in WhatsAppgroepen naar buiten waren gekomen. De breuk kwam pas toen ego’s botsten, publicitaire problemen te groot werden, Baudet naar de smaak van zijn critici te dicht tegen virusontkenners aanschurkte en toen binnen Forum het antisemitisme te tastbaar werd, een vorm van racisme waarop in Nederland historisch een groter taboe ligt.

En inderdaad, zowel de PVV als Forum werden vóór de verkiezingen uitgesloten door andere partijen en misschien vindt Wilders dat best. Maar ook daarin zit dan juist een belangrijke verandering sinds 2010, toen de PVV met 24 zetels in een gedoogkabinet terechtkwam. En dat zo veel mensen ditmaal stemden op partijen waarvan ze wisten dat die niet zouden mogen meeregeren, lijkt me geen vooruitgang.

Dat rechtstreekse bestuurlijke invloed van deze partijen de komende jaren beperkt is, doet niets af aan de maatschappelijke beweging die achter hun winst zit: eenvijfde van de kiezers steunt dit extremisme of ziet er in elk geval geen bezwaar in.

Daarbij is besturen ook niet de enige manier om de samenleving vorm te geven. In heel Europa zijn middenpartijen in sociaal-cultureel opzicht naar rechts opgeschoven. Ze zijn nationalistischer geworden, strenger op immigratie, kritischer op de multiculturele samenleving en harder op veiligheid. Dat is al een halve eeuw aan de gang en komt dus niet uitsluitend door de successen van uiterst rechts. Die partijen zijn een teken van de verrechtsing én dragen er verder aan bij door de marges van het aanvaardbare op te rekken.

Want ze zijn niet alleen steeds radicaler, hun radicalisme is ook steeds normaler. In een verkiezingsdebat zei Rutte tegen Wilders: ‘U komt met de goede analyses, heel vaak ben ik het dan ook met u eens.’ Welke analyses zou hij bedoelen? Dat ‘onze geschiedenis wordt uitgewist, onze tradities geridiculiseerd en onze identiteit verkwanseld’? Dat ‘de politiek-correcte elite partij heeft gekozen tegen Nederland’? Tijdens een ander debat met Rutte weigerde Wilders zijn verontschuldigingen aan te bieden voor diens belofte om ‘minder Marokkanen te regelen’. Vlak daarna keuvelden de beide kandidaten over huisdieren.

Thierry Baudet mocht als iedere andere politicus aan gezellige talkshowtafels zitten en daar leeglopen met trumpiaanse leugens. Of gasthoofdredacteur spelen. Of vertellen van welke broodjes en koffie hij houdt.

In een analyse van de verkiezingsuitslag constateerde deze krant dat zowel binnen het links-progressieve blok als binnen het rechts-conservatieve blok de kiezers naar rechtsere partijen zijn geschoven. Maar de verhouding tussen die blokken, zo was te lezen, is al decennia min of meer hetzelfde: rechts-conservatief iets groter dan links-progressief.

Het is de vraag of deze indeling in twee blokken niet meer verhult dan verduidelijkt. Want heeft een stem op VVD-leider Ed ‘gewoon jezelf zijn’ Nijpels in 1982 nog iets te maken met een stem op Thierry ‘homeopathische verdunning’ Baudet nu, alleen omdat beide stemmen binnen hetzelfde ‘blok’ worden uitgebracht? In dit model kan bij wijze van spreken een nieuwe NSB tachtig zetels halen en zolang ze die maar van CDA en VVD wegsnoepen, wijzigt er grofweg niets aan de links-rechtsverdeling in het land.

Daar wringt iets. En dat komt doordat zulke radicale partijen niet binnen de normale orde passen. Een orde waarin elke burger gelijk wordt behandeld. Waarin de rechtsstaat en de basale menselijke waardigheid uitgangspunt zijn. In NRC legden opiniepeiler Peter Kanne en politicoloog Sarah de Lange uit dat radicaal-rechts inmiddels een heel eigen electoraat heeft. Met grote achterdocht tegen de overheid en nauwelijks terug te winnen door andere partijen.

Sommigen zullen erop wijzen dat niet al die kiezers alle ideeën onderschrijven van de politici op wie ze stemmen. Zo dankte Baudet zijn sprong van twee naar acht zetels vermoedelijk deels aan de vermoeidheid over de coronamaatregelen waartegen hij op grond van verzinsels te hoop liep. Je ziet dat altijd bij elke politieke stroming: fanatiekelingen, aanhangers en meelopers. Dat maakt niet minder urgent wat zich hier aftekent: een groep die bulkt van het wantrouwen, die discriminatie en haatzaaien steunt, die bestuurlijk grotendeels buiten spel staat, die afdrijft en die groeit.

Dit is de scheuring waarvan ik me afvraag of die nog is te repareren. Het moet wel. Zo kunnen we niet als één land verder.

We kunnen zo niet verder, omdat deze mate van verwijdering en bitterheid uiteindelijk altijd leidt tot intimidatie en geweld. Het afgelopen jaar hebben we daar al wat van gezien: de stortvloed van online haat, 5G-masten die in brand zijn gestoken, toegenomen dreigementen tegen politici en een deel van de boeren- en avondklokrellen. In reactie daarop wordt de staat onderdrukkender en zo gaat het van kwaad tot erger.

Maar ik vind niet dat deze groep kiezers louter als dreiging moet worden gezien. Ook al is iedereen zelf verantwoordelijk voor het aanhangen van kwalijke denkbeelden, ik zie hier toch vooral mensen die niet worden bereikt, niet worden meegenomen door de regenten van Nederland.

Ooit legde ik Kaags voorganger als D66-partijleider, Alexander Pechtold, voor dat eenvijfde van het land achterbleef in de vaart der volken. Dat was dan maar even zo, was zijn houding, die zouden heus wel volgen. Welnu, ze zijn niet gevolgd, mogen we vaststellen. De kloof tussen kosmopoliet en nationalist, stad en platteland, hoog- en laagopgeleid wordt steeds groter.

null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

Zowel de verklaring hiervoor als de mogelijke oplossing zien we in twee andere wezenlijke ontwikkelingen van deze verkiezingen. De eerste is dat geen linkse partij groter dan negen zetels is. Samen hebben de PvdA, SP en GroenLinks er maar 26. De tweede is het recordaantal van zeventien partijen in de Tweede Kamer.

Die uitdunning van links heeft er simpelweg mee te maken dat partijen samenklonteren in een hoekje van het politieke veld waar zich weinig kiezers bevinden. De partijen zijn sociaal-economisch links en progressief op terreinen als immigratie, klimaat en de Europese Unie, zij het dat de SP op het laatste terrein meer gematigd is. Dit profiel, blijkt steeds weer uit onderzoek van politicologen, heeft slechts 10 procent van de kiezers.

De grootste kiezersgroep die er is, 30 procent, is daarentegen sociaal-economisch links en sociaal-cultureel conservatief en daarmee komt geen enkele partij overeen. De PVV is sociaal-economisch te rechts, de SP sociaal-cultureel te progressief.

Moeten linkse partijen zichzelf dan omtoveren in klimaatontkenners, xenofoben en Nexit-bepleiters? Nee, maar er kan best meer recht worden gedaan aan die opvattingen onder de bevolking zonder in dat soort extremen te vervallen. En natuurlijk kunnen mensen vervolgens ook worden overtuigd en meegenomen in een wereldser verhaal. Maar daarvoor moeten ze wel eerst het gevoel hebben dat je er voor ze bent, dat ze bij je horen. De linkse partijen zijn generaals zonder troepen.

En dat raakt aan de versplintering. Het heeft iets moois dat in Nederland een nieuwe politieke partij betrekkelijk makkelijk in de Kamer kan komen. Maar de mate waarin dat nu gebeurt, bewijst vooral hoe slecht bestaande partijen werken. Waarom kon de Partij voor de Dieren ontstaan naast GroenLinks? Waarom de BoerenBurgerBeweging naast het CDA? Waarom Bij1 naast de andere linkse partijen? De oudere partijen zijn onvoldoende in staat om nieuwe maatschappelijke bewegingen in zich op te nemen en verder te helpen. En dat is geen wonder, want er is bijna niemand lid van. Het zijn naar binnen gekeerde netwerken met veel te veel mensen die een politieke functie willen.

Gevolg: elk belang, elke groepering krijgt een eigen partijtje. En bij de kiezer wordt de verwachting gewekt dat wat een partij voorstaat een-op-een moet overeenkomen met zijn opvattingen. Het hele verloop waarbij je bínnen een breed gedragen partij probeert om je ideeën in een programma te krijgen en stemt op een partij die in grote trekken dezelfde kijk op de maatschappij heeft, ontbreekt.

Op links gaat het nu veel over een gewenste fusie om weer een machtsfactor van betekenis te worden. Dat is een slechte reden. Er zijn wel grotere partijen nodig, maar dan om een betere band met burgers te krijgen en een gezonde uitwisseling van denkbeelden mogelijk te maken. Dat moet in die partijen dan ook wel worden beloond in plaats van afgestraft als ongewenst ‘gedoe’.

Partijen zijn nu ook te zeer reservaten van hoogopgeleiden. Het kader sowieso, maar kijk ook naar de kiezers. Slechts eenderde van de Nederlanders is hoogopgeleid, 39 procent is middelbaar opgeleid, 28 procent is laagopgeleid. De enige partijen die onder hun aanhang géén oververtegenwoordiging van hoogopgeleiden hebben, zijn Forum, 50Plus, de SP en de PVV. Bij de laatste zijn ze dik ondervertegenwoordigd, net als onder niet-stemmers. Geen wonder dat de belangen van hoogopgeleiden aantoonbaar beter worden behartigd dan die van de rest van Nederland.

De les die werd geleerd na de opkomst van Fortuyn was zogenaamd: beter naar de boze autochtone burger luisteren. Dat werd in de praktijk: naar de mond praten, immigratie beperken en verder vooruit met de geit.

Er is iets anders nodig. Twee partijen kunnen daarbij in het bijzonder van betekenis zijn. Sigrid Kaag heeft beloofd dat bij haar type leiderschap het scheppen van draagvlak hoort. Die belofte is waardeloos als ze zich daarbij alleen maar blijft richten op de hoogopgeleide wereldburgers die zich al door haar aangesproken voelen. Als D66 alleen maar voor de fanfare uit blijft lopen, trekt die partij het land verder uit elkaar.

De SP zit van de rechtsstatelijke partijen het dichtst bij de grote groep burgers die zich nu het slechtst vertegenwoordigd weet. Én heeft een rijke traditie van rechtstreekse contacten. De wijken in, niet voor een leuke foto, maar om de mensen mee te krijgen die niet kunnen meekomen.

Kaag en Marijnissen kunnen misschien dus nog veel doen om te helen wat stuk is gegaan.

En u ook. Lid worden van een politieke partij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden