Opinie Roofkunst

Laat musea koloniale roofkunst leasen – dat is een goede, tijdelijke oplossing

Musea moeten gaan betalen voor het tonen van geroofd erfgoed, betoogt Volkskrant-redacteur Wim Bossema.

Benin-brons uit Nigeria in het British Museum te Londen. Beeld Print Collector/Getty Images

Het bezoeken van musea in Afrikaanse landen is een van mijn tegenstrijdige genoegens. Het heeft vaak iets treurigs. Het onderhoud laat nog al eens te wensen over. Het stoffige, zanderige geeft ook een speciale sfeer, die aansluit bij die buiten op straat. Het is vooral leuk als er net een schoolklasje op bezoek is. De collectie lijkt soms nauwelijks aangepast sinds de onafhankelijkheidsdag. Er staan in de nationale musea soms opmerkelijke dingen, maar altijd valt vooral de afwezigheid op van de echt grote, traditionele kunst. De stukken die velen van ons hebben gezien in Nederlandse musea, het British Museum in Londen of het Museé du quai Branly in Parijs.

De gezamenlijke volkenkundige musea in Nederland hebben nu eindelijk richtlijnen opgesteld voor een ruimhartige teruggave van in de koloniale tijd geroofde kunstvoorwerpen. Een speciale commissie zal claims onder de loep nemen. De directeur van de koepel, het Nationaal Museum van Wereldculturen, Stijn Schoonderwoerd, maakte dat begin deze maand bekend. Hoe goed is dat nieuws eigenlijk voor de landen van herkomst?

Teruggave

De discussie sleept zich al decennia voort. De Franse president Macron brak na zijn aantreden met de afwijzende Franse houding en beloofde teruggave. Ook in Groot-Brittannië kentert de sfeer: er zou beter gekeken moeten worden naar het uitlenen van kunstschatten in het British Museum aan de landen van herkomst. Ze willen tegemoet komen aan de wens van bijvoorbeeld Nigeria om de beroemde bronzen Benin-beelden in het land van herkomst te kunnen tonen. Maar om die nu terug te geven? Eerst maar eens uitlenen misschien, denken de Britten. Ook Nederlandse musea bekijken of koloniale roofkunst tijdelijk naar exposities in landen van herkomst kunnen worden gebracht.

Maar dat is de omgekeerde wereld. Alsof je je gestolen fiets van de dief mag lenen. De westerse musea en regeringen zouden juist moeten betalen voor het ‘lenen’ van de ooit geroofde kunstvoorwerpen in hun collecties. Zie het zo: Nigeria heeft onvrijwillig eigen kunstschatten ‘uitgeleend’ aan Europese mogendheden. Een uitweg uit de slepende kwestie zou daarom zijn: de Europese musea moeten contracten sluiten met de overheden in de landen van herkomst om de kunstschatten in hun collecties te leasen, te huren voor een bepaalde tijd.

Dat zal gaan om behoorlijk hoge huurbedragen aan de rechtmatige eigenaren. Zeker bij kunstrijke naties als Nigeria en Congo. Dat die musea de kunst soms een eeuw gratis hebben getoond, kan in de af te spreken huurprijs worden meegenomen. Willen de musea dat niet, of komt er geen huurakkoord, dan moeten de voorwerpen terug. Dat is een stuk duidelijker dan het moeten beoordelen van lastig te documenteren claims; jarenlange slepende kwesties liggen dan in het verschiet, ook voor de nieuwe beoordelingscommissie.

Vertragen

Eerst moeten we vaststellen dat die voorwerpen eigendom zijn van de huidige regeringen in de gebieden van herkomst. Het feit dat de huidige landen vaak nog niet bestonden toen kolonialen de kunstvoorwerpen ontvreemden, mag geen probleem zijn. Dat argument wordt vaak gebruikt voor een eindeloze vertragingstactiek, maar gaat niet op: bij de onafhankelijkheid van de ex-koloniën gingen alle ‘bezittingen’ van de koloniale overheid over naar de nieuwe, jonge regeringen. Binnenlandse eigendomsgeschillen horen de huidige soevereine staten op te lossen. Zo willen de bronssmeden van de Nigeriaanse regio Benin de bronzen uit het British Museum en andere musea in hun eigen streek tentoon kunnen stellen. Maar over het specifieke eigendom zou de Nigeriaanse overheid of rechter moeten oordelen. Het is een debat voor Nigerianen over hun nationale erfgoed, waar wij in het Westen eigenlijk niets mee te maken hebben.

De vrees van liefhebbers van de kunst uit de honderden culturen in Afrika, zoals ik, dat de voorwerpen in de regio’s van herkomst niet goed geconserveerd zullen worden, misschien worden gestolen en dan als moderne roofkunst terugkomen op de westerse markt, of verdwijnen door corruptie, is helaas gegrond, maar dat kan geen reden zijn om diefstal dan maar te legitimeren. Leasen is dan een heel goede, tijdelijke oplossing.

Voor veel landen zal het verhuren aantrekkelijk zijn: met de inkomsten kan aan een eigen infrastructuur van moderne musea worden gebouwd – het onder tropische omstandigheden conserveren van fragiele kunstvoorwerpen (vaak hout en stof) vergt veel geld en inventiviteit. Met lease-inkomsten is geen vernederende ontwikkelingshulp nodig. Afrikaanse architecten zijn er genoeg om die klus te klaren – kijk naar het prachtige Smithsonian Museum of African American History and Culture in Washington, ontworpen door de Tanzaniaans-Britse architect David Adjaye.

Wim Bossema is redacteur van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden