Laat kinderen met rust

Kinderen hebben het zelfs te druk om zich te vervelen. Ze zouden weer eens gewoon moeten lummelen. Of zijn het de ouders die eens moeten ophouden met al dat gejakker?

Neem Sam, een 4-jarig jongetje dat ‘rusteloos en agressief’ was, niet goed leerde praten en maar weinig fantasie in zijn spel wist te brengen. De diagnose: een overkill aan elektronisch, educatief speelgoed dat zijn ontwikkeling moest stimuleren met woordjes, dierengeluiden en muziekjes. Het effect was verlammend.

De oplossing: de deur uit, die troep. Sam kreeg slechts wat houten blokken om mee te rommelen, graaide er zelf nog een haarborstel en een paar pennen bij en kijk – hij bloeide helemaal op. Hele verhalen begon hij te verzinnen, en minder prikkelbaar werd hij ook.

Vrije tijd
Of neem het gezin Givens, met drie kinderen van 16, 14 en 12 jaar. Hun vrije tijd was zo volgepropt met creatieve cursussen en tennis, softball, padvinderij en literatuur, dat er ‘nauwelijks tijd overbleef om te eten, slapen of praten’. Maar het gezin wist te ontsnappen uit de ‘hyperagenda-hel’. Het eerste weekend dat ze niet méér deden dan chocoladekoekjes bakken en samen een bordspel doen, werd een ‘geweldige openbaring’. ‘Die avond werd er heel wat afgelachen en geknuffeld.’

De Canadese Carl Honoré, auteur van het boek Slow Kids, grossiert in dit soort anekdotes. We hebben het tegenwoordig allemaal veel te druk, is zijn stokpaardje. Eerder schreef hij het boek Slow, dat in dertig talen verscheen en ‘de levens van talloze drukbezette volwassenen veranderde’, volgens het persbericht van zijn uitgeverij.

\\In de opvolger richt hij zijn pijlen op het ‘met activiteiten overladen’ kind van nu. En op de ‘overambitieuze ouders’ die alles uit de kast trekken om hun kinderen maar optimaal te laten presteren.

Luie ouders
Honoré’s boek past in een reeks van publicaties die de laatste zijn jaren is verschenen om zulke ouders tot kalmte te manen, zoals Pressured parents, stressed-out kids van Wendy Grolnick en The idle parent (Luie ouders hebben gelijk) van Tom Hodg-kinson. In Nederland schreef Gerrit Breeuwsma, ontwikkelingspsycholoog aan de universiteit van Groningen, het boek Het vreemde kind. Het heeft een vergelijkbare strekking: laat kinderen toch met rust.
Want daar ontbreekt het aan, is de gemeenschappelijke boodschap.

Kinderen krijgen van alles veel – spullen, aandacht, stimulans, etiketten als ADHD en dyslexie – maar van één ding steeds minder: tijd. Tijd om niks te doen, voor zich uit te staren, te lummelen en zich te vervelen.

Waarmee verveling opeens een opmerkelijk positieve lading heeft gekregen, na decennialang verguisd te zijn geweest als oorzaak van lamlendigheid, depressies en jeugdcriminaliteit. En verspilling van talent – een schande was het op zijn minst, als je hoogbegaafde kind zich in de klas zat te vervelen.

‘We zijn gefixeerd geraakt op de ontwikkeling van kinderen’, zegt Gerrit Breeuwsma. ‘Het kind wordt gezien als een vat vol mogelijkheden en de ouders mogen geen steek laten vallen om het optimale eruit te halen. Er zijn zelfs al vóórschoolse educatieprogramma’s voor kinderen in de crècheleeftijd.

Motor
Maar het is gebleken dat dat helemaal niet werkt. Soms zelfs averechts. Het kind is zélf de motor achter zijn eigen ontwikkeling. Soms gaat het wat sneller, soms wat langzamer, maar als het goed is, gaat het redelijk vanzelf.’

Niks doen, zegt Breeuwsma, staat die ontwikkeling helemaal niet in de weg. Integendeel, verveling kan een bron van creativiteit zijn. ‘Veel kunstenaars en wetenschappers melden dat aan hun grootste ontdekkingen een periode van leegte voorafging, en zo werkt het ook bij kinderen.

De ene activiteit is afgelopen, de andere heeft zich nog niet aangediend en dan moeten ze dus bedenken: wat zal ik nu eens gaan doen? Als je ze de ruimte laat, komen ze vanzelf wel met een oplossing.’

Meppen
Dat klinkt makkelijker dan het is, geeft Breeuwsma toe, want kinderen die elkaar thuis van de bank gaan meppen van pure verveling, geven nu niet bepaald de indruk daarmee aan hun creatieve ontwikkeling te werken. En dus zijn veel ouders geneigd ze dan maar snel een activiteit aan te bieden. Al was het maar voor de rust in de tent.

Breeuwsma: ‘Dat is een valkuil. Het is net als overmatige suikerconsumptie; het energieniveau krijgt er een korte piek van, maar des te sneller volgt de dip. Zo leren ze nooit zichzelf te vermaken. Geef ze tijd om zelf op gang te komen. Een spel dat door kinderen zelf wordt bedacht, is langduriger, uitgebreider en bevat meer verhaallijnen dan wanneer het door ouders wordt aangedragen.’

Niks doen als bron van creativiteit voor het kind is een tamelijk nieuw uitgangspunt in de opvoeding, zegt historisch pedagoog Janneke Wubs. ‘Lang was het uit den boze. In de jaren vijftig van de vorige eeuw moest aan ouders nog worden uitgelegd dat spelen belangrijk was voor een kind, naast al het werk op school en in huis.

Poppen
Door met autootjes en poppen de dagelijkse werkelijkheid na te spelen, zouden kinderen hun indrukken verwerken, een nogal Freudiaanse gedachte. Hoe dan ook: spelen had nut. De nadruk op spelend leren en stimuleren is daarna alleen maar groter geworden. Voorlezen moet, net als educatieve spelletjes, kijk maar naar al het educatieve materiaal dat al voor baby’s bij Prénatal te koop is.

Het zou best kunnen dat al die nadruk op het stimuleren van het kind nu tot een tegenbeweging leidt.’ Een tegenbeweging die geneigd is niks doen nogal te romantiseren, zegt Yolanda te Poel, lector sociale studies aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven. ‘Het beeld is dat kinderen het tegenwoordig zo druk hebben dat ze niet eens de kans krijgen om zich te vervelen.’

Maar in werkelijkheid valt dat zogenaamde gejakker van hockey- naar balletles reuze mee. Te Poel was betrokken bij onderzoek naar kinderen tussen 10 en 15 jaar en hun vrijetijdsbesteding.

Daaruit bleek dat er inderdaad een groepje is van 5 procent dat vijf of meer georganiseerde activiteiten (sport, hobbyclubs) per week heeft, maar dat de groep die helemaal niets te doen heeft, veel groter is, namelijk 28 procent. De rest bestaat uit een heel grote middengroep van kinderen die een of twee keer in de week naar zwem- of balletles gaan, en dat, zegt ze, neemt niet buitensporig veel tijd in beslag.

Er is dus voor het gemiddelde kind van nu genoeg tijd om, na school of in het weekend, te lummelen of op de bank te hangen; het ‘overprikkeld-zijn’ van kinderen wordt schromelijk overdreven.

Te Poel: ‘Het probleem zit veel eerder bij de ouders. Díe hebben de overvolle agenda’s, al was het alleen maar doordat steeds meer vrouwen zijn gaan werken. Maar ook de globalisering, de technologie, de financiële crisis en de dreiging van ontslag zorgt voor steeds meer stress.

'Daar heeft die slow-beweging alles mee te maken. Omdat de ouders zo druk zijn, ligt het voor de hand verveling te idealiseren. Het is voornamelijk projectie: wíj zouden wel eens even helemaal niets willen doen. Maar de maatschappij is veranderd. We kunnen wel dat leuke plaatje voor ogen hebben van jongetjes die aan de slootrand uren naar de kikkertjes te liggen te kijken, maar dat is nostalgie. Als je alleen maar een stoep in een grauwe stadswijk hebt om op rond te hangen, is niks doen opeens een stuk minder ideaal.’

'Ik verveel me zo'
Hij komt geheid: de eerste regenachtige vakantiedag waarop de kinderen jengelen ‘Ik vervéél me zo…’ Pedagoge Emmeliek Boost van de Opvoeddesk geeft tips.
• Draag niet meteen allerlei plannen en/of speelgoed aan; zo leert een kind nooit zichzelf te vermaken. Wat ook niet helpt: op verwijtende toon dingen zeggen als: ‘Je hebt een kast vol speelgoed.’ Dat weet het kind zelf ook wel. Blijf neutraal en onverstoorbaar en laat het kind zelf een oplossing bedenken voor zijn probleem.
• De tv of spelcomputer biedt makkelijk uitkomst, maar stel een limiet: in totaal ongeveer een uur per dag voor kinderen tot een jaar of 12.
• Geef een compliment zodra het kind een stripboek pakt of een hut begint te bouwen: ‘Wat goed dat je zelf iets bedacht hebt.’ Toon interesse in het spel.
• Verwacht niet te veel. En: een half uur alleen spelen is voor de gemiddelde 6-jarige al heel wat; voor een 11-jarige een uurtje.

Evelien van Veen is redacteur van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden