Laat juf of meester zelf ’ns een boek lezen

Een leerkracht voor de klas die zelf niet leest, zal van de kinderen in de klas ook geen lezers kunnen ­maken, betoogt Janneke Schotveld.

Premier Mark Rutte leest tijdens Het Nationale Voorleesontbijt voor in de klas bij de Haagse Schoolvereninging. Beeld ANP

Wat een tenenkrommend pleidooi van Arjan van den Haak (Opinie, 30 oktober) voor de terugkeer van het jongensboek als oplossing van de ontlezing onder ­kinderen en jongeren. Waren we niet juist bezig om de kinder- en jeugd­literatuur te ontdoen van stereotypen en hokjes? Bovendien, de ontlezing onder kinderen en jongeren is veel breder dan alleen een jongensprobleem. Het geldt voor jongens én meisjes dat er minder wordt gelezen.

In een maatschappij waar boeken moeten concurreren met YouTube en Fortnite is er wel een heel ­belangrijke taak weggelegd voor leerkrachten, zoals de terechte conclusie van het onlangs verschenen adviesrapport Lees! luidde. De ­terugkeer van de Kameleon gaat dat echt niet oplossen. Het probleem ligt aan de basis: leerkrachten worden niet opgeleid tot lezers. Een leerkracht voor de klas die zelf niet leest, zal van de kinderen in de klas ook geen lezers kunnen ­maken.

Minder lezen, hoera

Als kinderboekenauteur en ex-juf word ik regelmatig uitgenodigd op basisscholen en pabo’s. Vlak voor de Kinderboekenweek mocht ik vijftig toekomstige leerkrachten toespreken op een pabo. De studenten ­kwamen vrijwillig naar mijn gastles, ze kregen daarvoor geen studiepunten, of, wat ik ooit eerder meemaakte, de beloning dat ze vijf boeken mínder mochten lezen, hoera! Dat had op deze pabo ook niet gekund, want ze hoefden namelijk helemaal niet te ­lezen. Een avond over kinderboeken was een curiositeit.

Over waarom het nuttig is dat een leerkracht zelf leest wat zijn leerlingen lezen, hadden ze nog nooit nagedacht. Ze hadden nog nooit van Aidan Chambers gehoord, noch van Astrid Lindgren Memorial Award (ALMA)-winnaar Bart Moeyaert, wiens ietwat uit de context gehaalde uitspraak ik gebruikte om ze te prikkelen. (‘Een leerkracht die niet leest is een slechte leerkracht’). Ze wisten aan de vooravond van de Kinderboekenweek niet wie het Kinderboekenweekgeschenk van dit jaar schreef.

Gretig en leergierig

Ze waren desalniettemin gretig en leergierig en de avond was bovendien door studenten zelf georganiseerd. Een enkeling noemde zich een lezer, een dikke 90 procent las zelf niet of nauwelijks en vond dat ook volkomen normaal. Er was geen literatuurlijst, niet eens een niet-verplichte, ter stimulering of ter hulp. Ze waren niet op de hoogte van wat er te krijgen is en waar je dat kunt vinden. Ze waren niet vol van boeken, niet hebberig en hongerig naar nieuwe verhalen, maar dat kon hen niet aangerekend worden. Ze hoorden wel vaag de klok luiden, maar wisten de klepel niet te vinden. En ik had maar drie kwartier.

De bovengeschetste situatie is helaas regel, geen uitzondering. We hebben al een heel rijk en gevarieerd aanbod van kinder- en jeugd­literatuur in Nederland, iets om trots op te zijn en om te koesteren. Maak van toekomstige leerkrachten lezers, dát brengt meisjes en jongens aan het lezen. Investeer in goed en verplicht literatuuronderwijs op de pabo.

Janneke Schotveld  is kinderboekenauteur en ex-juf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden