Opinie

Laat iedereen profiteren van de globalisering

De globalisering is onomkeerbaar, maar moet verzacht worden door herverdeling en geborgenheid.

Processiegangers in Volendams kostuum op de Boeddhadag in Amsterdam, 19 mei 2012.Beeld Berlinda van Dam / HH

We zitten in een spagaat tussen globalisering en nationaal sentiment. Maar dat hoeft nog niet het einde van de politiek te betekenen. Twintig jaar geleden schreef ik voor de Volkskrant een opinieartikel met die titel: 'Het einde van de politiek'. Veel is er sindsdien veranderd en de val van het communisme, die toen vers was, is voor weinigen nog een referentiepunt. Wilders was beleidsmedewerker bij de VVD en Trump nog gewoon vastgoedmagnaat. Maar de analyse en bijbehorende waarschuwing staan - helaas - nog als een huis. Globalisering en wegvallende grenzen leiden tot steeds smallere marges voor de nationale politiek. Een kleine kosmopolitische elite heeft daar geen probleem mee, maar de affiniteit van de meeste burgers ligt bij de nationale staat.

De discrepantie tussen nationale affiniteit en ongrijpbare macht op internationaal niveau is niet opgelost. Sterker: met het Brexit-referendum, ons eigen Oekraïne-referendum, de presidentsverkiezingen in Oostenrijk en de opkomst van Trump, Le Pen en Wilders lijkt 'het einde van de politiek' inderdaad een formidabele tegenkracht te hebben gebaard. Is die nog te stoppen of is dit de nieuwe politieke realiteit? En wordt die tegenkracht gevoed door emotie, zoals Arnon Grunberg stelt (Voetnoot, 1 juli) of is die rationeel ingegeven, zoals Heleen Mees betoogt (O&D, 29 juni).

De globalisering is de afgelopen twintig jaar in een ongelooflijk tempo voortgedenderd. Via smartphones is iedereen 24/7 in contact met de rest van de wereld; China is een leidende economie geworden; ondernemingen vestigen zich waar ze willen; in elke stad leunen jonge ondernemers met hun Mac in een espressobar of microbrewery tegen een bakstenen muur; via Airbnb logeren we in elkaars appartementen. De keerzijde globaliseert ook: hevige overstromingen en droogtes geven aan dat klimaatverandering reëel is; terroristen in Istanbul, Orlando, Dhaka en Brussel inspireren elkaar; een failliete bank in de VS veroorzaakt een wereldwijde financiële crisis; door oorlog of vervolging zijn 25 miljoen mensen op de vlucht buiten hun landsgrenzen.

Het probleem ligt in deze onstuitbare globalisering. Want economie, technologie, kunst en terrorisme mogen zijn geglobaliseerd, mensen zelf blijken nog nationaal te zijn geprogrammeerd. Nederlands meest geciteerde econoom, Geert Hofstede, heeft onderzoek gedaan naar culturele waardepatronen over de hele wereld. Die waarden worden met de paplepel ingegoten, zo ongeveer tot het 10de levensjaar. Daarna valt er weinig meer aan te veranderen. Culturele waarden liggen diep verankerd. Het gaat om zaken als de mate waarin we machtsafstand accepteren (zeggen we 'je' tegen de baas?), onzekerheidsvermijding (wijken we niet af van de agenda?), steunen we de zwakkere of juist de sterkere (medewerker van de maand) en collectivisme versus individualisme.

Velen denken dat er verschillen zijn tussen provincies of individuen of dat godsdiensten bepalend zijn, maar Hofstede heeft aangetoond dat culturele waardepatronen strikt nationale grenzen volgen. Een gedeelde nationale geschiedenis is bepalend. Als die nationale culturele waarden zo belangrijk - en volgens Hofstede zelfs 'niet te veranderen' - zijn, is het dan gek dat Europese en andere kiezers zich primair door nationale gevoelens laten leiden? Daarvoor hoeven we niet eens naar het EK voetbal te kijken. Voor de Tweede Kamer stemt driekwart van de Nederlanders; voor het Europees Parlement krap de helft daarvan (37 procent).

Serv Wiemers, internationaal jurist, schrijver en voormalig diplomaat.

Tegelijkertijd wordt wél van onze politici verwacht dat ze de werkgelegenheid bevorderen, de handel in goede banen leiden, innovatie aantrekken, terrorisme aanpakken en de welvaart vergroten; allemaal onderwerpen die nauwelijks meer op nationaal niveau geregeld kunnen worden. De politiek verkeert in een spagaat tussen globalisering en internationale samenwerking aan de ene kant en nationale vereenzelviging aan de andere kant. De marges van de politiek zijn uiterst smal geworden. Zo smal dat de roep om het allemaal weer in eigen hand te nemen (Brexit) of lekker concreet een muur te bouwen (Trump) aanlokkelijk zijn geworden voor veel kiezers.

Een andere toonaangevende econoom, de Turks-Amerikaanse Dani Rodrik, stelt in The Globalization Paradox dat economische globalisering, nationale zelfbeschikking en democratie niet samengaan. Rodrik erkent de positieve welvaartseffecten van internationale handel en samenwerking, maar stelt dat de nationale staat daarin juist een rol heeft en dat ongebreidelde liberalisering schadelijk kan zijn voor de democratie en sociale verhoudingen in een land. Met het laatste doelt Rodrik op de ook in de Volkskrant besproken constatering dat de welvaartseffecten van globalisering ongelijk worden verdeeld (laagopgeleiden kunnen zich minder makkelijk aanpassen en zien de voordelen aan zich voorbijgaan).

Het gaat dus om zowel nationale sentimenten als bewust eigenbelang, en zo bezien hebben Grunberg ('nationaal populisme wordt ingegeven door emoties') en Mees ('het is een rationele keuze van de arbeidersklasse') allebei een punt.

Moeten we dan de grenzen maar weer optrekken? Nee, er valt wel degelijk uit de spagaat tussen nationale affiniteit en globalisering te komen. Daarbij moeten we niet verdwalen in een discussie over wel of niet een referendum. Want dat is slechts een uitingsvorm. In de VS en Oostenrijk is nationalistisch populisme ook reëel zonder referendum. De discussie moet juist gaan over de echte voordelen en de echte zorgen.

Aan de ene kant is het belangrijk te erkennen dat globalisering en internationale samenwerking ons voordelen hebben gebracht waar we niet meer zonder kunnen of willen. Europa is nog nooit zo stabiel en welvarend geweest als met de EU. In algemene zin zijn open, multiculturele maatschappijen sterker en welvarender; kijk maar naar Nederland in de Gouden Eeuw, of vergelijk Noord- en Zuid-Korea. Dit beeld is niet een droomwereld van een kosmopolitische elite. Ondanks de populaire kritiek op Brussel wil een ruime meerderheid van de EU-burgers juist meer actie van de EU op belangrijke politieke terreinen van vandaag: immigratie (74 procent), terrorisme (82 procent), belastingontduiking (67 procent), klimaat (67 procent) en werkloosheid (77 procent).

Aan de andere kant moet er voldoende nationale ruimte blijven. Niet alle economische recepten hebben op alle landen een positieve uitwerking. Liberalisering moet gepaard gaan met versterking van het sociale vangnet voor diegenen die de vruchten niet kunnen plukken. Oftewel: globalisering maakt de noodzaak voor herverdeling niet kleiner maar groter.

Bovendien moeten internationale organisaties als de EU meer erkenning geven aan nationale identiteit en de geborgenheid die veel burgers daarbij voelen. Een mooi symbolisch begin zou de invoering van de Europese vlag zijn die Rem Koolhaas ontwierp: door alle nationale vlaggen te integreren zien we een gemeenschappelijk geheel met herkenbare unieke culturele identiteiten. Misschien is de politiek nog niet ten einde.

Serv Wiemers is internationaal jurist, schrijver en voormalig diplomaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden