Column Elma Drayer

Laat het identiteitsdenken dat de letteren in de Angelsaksische wereld vergiftigt, daar lekker blijven

Een maand geleden mopperde ik in dit hoekje op de identiteitsdenkers die menen dat sekse, pardon gender, nog steeds onze literaire waardering bepaalt. Ongetwijfeld was dit eeuwenlang het geval, maar anno 2018? Valt reuze mee, vond ik.

In de tussentijd laaide de kwestie hoog op – met dank aan propagandaorganisatie CPNB. Amper had zij vorige week bekendgemaakt dat ‘De moeder de vrouw’ het Boekenweekthema van volgend jaar zal zijn én dat Murat Isik het begeleidende essay zal schrijven of de verontwaardiging barstte los. Bijna 300 auteurs ondertekenden een open brief waarin ze de CPNB op de vingers tikten.

Pikant: hun oproep maakte zoveel indruk dat zelfs het Reformatorisch Dagblad er deze week een commentaar aan wijdde. ‘Men hoeft geen feminist te zijn’, schreef de hoofdredactie, ‘om te vinden dat het een reële vraag is of er niet ten minste één vrouw over dit thema had mogen schrijven.’ Een zin op eieren, maar tot voor kort ondenkbaar in de mannenbroederskrant.

Natuurlijk, dat de CPNB twéé mannelijke auteurs aanwees voor 2019 (Jan Siebelink schrijft het Boekenweekgeschenk) getuigt niet van tijdgeestgevoeligheid. Ook aan de Herengracht hadden ze kunnen weten dat zo’n keuze heden ten dage slecht zou vallen. Maar om daaruit, zoals de open brief doet, op te maken dat de CPNB ‘de feitelijke genderongelijkheid in het literaire veld en de maatschappij’ naast zich neerlegt gaat me wat ver.

Stel dat die genderongelijkheid al zo’n spijkerhard feit is: niet achter alles schuilt een patriarchaal complot. Er is ook zoiets als onnozelheid – zie de verbijstering waarmee de CPNB op de ophef reageerde. Mij leek die oprecht.

Andere zinnetjes van de openbriefschrijvers vind ik al even lastig te volgen. ‘Waarom’, zo vragen ze zich hardop af, ‘koos de CPNB voor dit thema waarin de vrouw wordt geïdentificeerd met de moeder (en niet met bijvoorbeeld de huisarts of de postbode)?’ Beitske Bouwman, een van de initiatiefneemsters, schreef in de Volkskrant dat de CPNB de vrouw aldus ‘terugbrengt naar het aanrecht’.

Collega Jannah Loontjens zei tegen dagblad Trouw dat de ergernis voortkomt uit een optelsom van factoren. ‘Het zijn de mannelijke auteurs in combinatie met het thema, dat ontleend is aan een gedicht van Martinus Nijhoff, een man die er een gedateerd vrouwbeeld op nahield. Zo ga je terug naar de jaren vijftig.’

Even flauw doen: het hele woord ‘aanrecht’ komt in het gewraakte sonnet niet voor. Het gáát niet over de huisvrouw. En Martinus Nijhoff publiceerde dit in 1934. Dus als we al teruggaan in de tijd, dan naar de jaren dertig. Dat de man er een gedateerd vrouwbeeld op nahield, klopt wél. Alleen ken ik nauwelijks generatiegenoten (m/v) die er geen belegen vrouwbeeld op nahielden. Als elke dooie schrijver voortaan moet voldoen aan de gendercorrecte eisen van 2018 kan zo’n beetje het complete literaire erfgoed bij het grofvuil gezet.

Trouwens, het vrouwbeeld van Jannah Loontjens, van u en van mij, zal over pakweg tachtig jaar ook gedateerd zijn. Het is nu eenmaal weinigen gegeven om géén kinderen van hun tijd te zijn.

Maakt dit alles ‘De moeder de vrouw’ als Boekenweekmotto oubollig? ‘Duf’, zoals Xandra Schutte schreef in NRC Handelsblad? Welnee. Daarvoor is het te onuitputtelijk. En bovenal: te universeel.

Net zo onzinnig vind ik de verzuchting van de openbriefschrijvers dat de keuze van de CPNB voor twee mannelijke auteurs bij dit thema ‘naadloos’ aansluit ‘op de pijnlijke traditie die de woorden van vrouwen negeert, en anderen voor hen laat spreken’. Daarachter schemert de armoedige opvatting dat literatuur pas werkelijk de moeite waard is als die stoelt op eigen ervaring. Ofwel: de vrouw van kleur moet schrijven over de vrouw van kleur, de witte man moet zich beperken tot wittemannenzaken. En wee je gebeente als je je waagt op een terrein dat je niet uit ondervinding kent.

Het is dit identiteitsdenken dat de letteren in de Angelsaksische wereld al een tijdje vergiftigt. Laat het daar maar lekker blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.