Opinie

Laat Erdogan niet langer zijn gang gaan

De Aramese Beweging voor Mensenrechten vindt het onbegrijpelijk dat de Tweede Kamer de Turkse regering niet krachtig aanspreekt op de buitenproportionele maatregelen van Erdogan.

Duizenden demonstreren in Istanboel tegen het harde overheidsoptreden tegen politici van de pro-Koerdische HDP en de seculiere CHP met borden waarop staat: Wij geven niet op, 20 november. Foto afp

Deze week debatteert de Tweede Kamer met de regering over de begroting van Buitenlandse Zaken. Daarbij zullen ongetwijfeld de almaar verslechterende mensenrechtensituatie in Turkije en het diverse grenzen overschrijdende optreden van het Turkse leger in Turkije en in de buurlanden aan de orde komen.

De inmiddels volstrekt buitenproportionele maatregelen die de regering Erdogan onder de dekmantel van de na de couppoging van 15 juli uitgeroepen noodtoestand treft, en die niet alleen gericht zijn tegen de Gülen-beweging die volgens de Turkse regering verantwoordelijk voor deze coup gehouden moet worden, maar tegen alle (vermeende) tegenstanders van de regerende AKP, zijn de Kamer genoegzaam bekend. Dat geldt ook voor de enorme geweldsgolf die het zuidoosten van Turkije al langer overspoelt en waarbij enorme verwoestingen worden aangericht in hier gelegen steden inclusief de veelal cultuurhistorisch belangrijke stadscentra. Hierop is de Turkse regering direct aanspreekbaar en het blijft voor ons als Aramese Beweging voor Mensenrechten onbegrijpelijk waarom dit niet met meer overtuiging gebeurt en met sanctiemaatregelen kracht bij wordt gezet.

Normverschuiving

Inmiddels gaat het niet meer alleen om het optreden van de Turkse regering en het Turkse leger, maar ook om de normverschuivingen in de Turkse samenleving die hiervan het gevolg zijn en waarvan, zoals gebruikelijk, minderheden in de Turkse samenleving de dupe zijn. Minderheden zoals de Aramese, maar ook andere.

We noemen slechts enkele recente voorbeelden:

Op 17 november werd de enige Aramese co-burgemeester in Turkije, mevrouw Februniye Akyol, uit haar ambt gezet. Zij zou banden met de PKK onderhouden. De loze beschuldiging, die aan het adres van alle democratisch gekozen burgemeesters in Zuidoost-Turkije wordt geuit, leidt ertoe dat in de ogen van de aanhangers van Erdogan niet alleen alle Koerdische maar ook alle Aramese politici of andere notabelen niet minder dan terroristen zouden zijn. Februniye Akyol was tot 17 november co-burgemeester van Mardin en lid van de progressieve BDP, de Partij voor Vrede en Democratie.

Al eerder, op 7 oktober, werd Andrew Brunson, lid van de Turkse associatie van protestantse kerken, in Izmir opgepakt omdat hij zogenaamd bezig was de Turkse nationale veiligheid te ondermijnen. De protestantse kerk van Antakya (het oude Antiochië, waar het christendom zijn naam kreeg) werd diezelfde dag door de Turkse overheid gesloten omdat een daar plaatsvindende, reguliere bijbelstudie eveneens als staatsveiligheidondermijnend werd gezien. Ook de protestantse predikant Patrick Jansen mocht niet terugkeren naar zijn standplaats Gaziantep, terwijl twee andere protestantse theologen het land niet meer binnen mochten komen hoewel ze daar werkzaam waren en hun gezinnen hier nog steeds verbleven. Eén van hen, Ryan Keating, is verantwoordelijk voor het Ankara Refugee Ministry (ARM), dat zesduizend vluchtelingengezinnen van eten, onderdak en kleding voorziet.

Op 16 november werd anti-Armeense graffiti met de tekst 'Eens zullen wij in Karabag zijn' aangetroffen op de muren van de Armeense school Bononti Mkhitarian in Istanboel. Dit was de derde Armeense school in drie maanden die van haatgraffiti werd voorzien.

Op 1 november werd een Aramese historische begraafplaats in het centrum van Adiyaman in Zuidoost-Turkije door onbekenden onder handen genomen waarbij tenminste tien graven zijn vernield. Een duidelijk geval van door overheidsoptreden veroorzaakte volkswoede die zich niet tegen daadwerkelijke terroristen richt maar tegen een bevolkingsgroep die daar feitelijk part noch deel aan heeft maar er wel mee in verband is gebracht.

Geest uit de fles

Het is een korte selectie van incidenten die verspreid over heel Turkije voorkomen en die getuigen van een geest die uit de fles komt en daar moeilijk weer in terug te krijgen zal zijn. Een fles die geopend is door de hetze van de regering Erdogan tegen haar vele (vermeende) tegenstanders. Waar de maatregelen van de regering Erdogan zelf nog een halt toegeroepen zouden kunnen worden, zullen dit soort incidenten waarbij de daders onder de opgezweepte sympathisanten van Erdogan gezocht moeten worden langer blijven naijlen. Genoeg reden om dit niet
langer op z'n beloop te laten, maar er nu paal en perk aan te stellen om te voorkomen dat ook dit soort ongecontroleerde incidenten van kwaad tot erger gaan.

Er zijn in de Europese geschiedenis meer gevallen bekend waarin autoritaire regeringsleiders ongebreideld hun gang konden gaan tegen al hun politieke tegenstanders en door hen gebrandmerkte bevolkingsgroepen omdat West-Europese landen in deze regeringsleiders een bondgenoot zagen in de strijd tegen een nog groter kwaad. Dat bleek achteraf een kostbare misrekening te zijn geweest. Voor henzelf, maar vooral voor de politieke tegenstanders en bevolkingsgroepen waar de betreffende regeringsleider zich op kon uitleven zonder noemenswaardig protest.

We doen een klemmend beroep op de Nederlandse politiek om de geschiedenis zich niet te laten herhalen en mensenrechten te laten prevaleren boven het eigenbelang op korte termijn.

Aziz Beth Aho, voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten.

Meer over