ColumnPeter Buwalda

Laat de stoelgang van André Hazes er gewoon buiten, joh

Peter Buwalda artikel ColumnBeeld .

Ik heb onze plee gepimpt. Tenminste, dat was de bedoeling. Al zeven jaar zag hij eruit alsof er vieze dingen op gedaan werden, of zo. Er hing bijvoorbeeld niks aan de muren, behalve platgeslagen muggen. Wel lagen overal lege kartonnen rolletjes. Ik telde ze altijd wanneer ik ze weer eens opruimde. Het record is tweeëndertig. Trots als een baasje kwam ik er de huiskamer mee binnen, kijk eens even, twee armen vol.

Hoort niet. Een wc moet eruit zien als een filiaal van Dille & Kamille. Tenminste, zo is het altijd bij ­andere mensen. Alsof er confetti in de spoelbak zit, weet je wel. Wat ze denken op die van ons, dat vraag ik me toch altijd even af.

Ik moet zeggen: mijn wc. We hebben er ten kastele namelijk twee, nota bene naast elkaar – goed hè, komt doordat het hier vroeger een kroeg was. André Hazes heeft nog staan zingen in onze woonkamer, ik schreef het al in mijn allereerste column, volgens ­velen mijn beste, maar nu pas besef ik dat Dré hier vrijwel zeker heeft staan pissen, en na z’n worsie en z’n kaasie misschien zelfs heeft zitten schij–

Nooit over poep en pies beginnen, een van mijn regels, ook niet over die van derden. Andere columnisten lees ik er ook niet graag over, er zijn altijd ­betere onderwerpen te verzinnen, dus laat de stoelgang van André Hazes er gewoon buiten, joh.

Maar wat ik zeggen wilde, een tijdje geleden hebben Jet en ik besloten dat de linker plee voortaan van haar is, en de rechter van mij. Blijkt op verschillende fronten een meesterzet. Het is nu mijn plee, bijvoorbeeld. Wanneer bezoek tot aan de enkels in de lege rolletjes staat, straalt dat af op mij, Peter. En hoewel er niets mooier is dan een platgeslagen mug, wil je toch laten zien dat je meer bent dan een Belgisch tankstation.

Er moest wat aan de muren. Ooit, toen ik nog bij dr. Arnie woonde, mijn lijfarts en jaarclubg’noot, hadden we kunst op het toilet, voor als onze moeders langs­kwamen, zei de dokter. Hiertoe had hij een affiche van het Groninger Museum bemachtigd, waarop een kunstwerk te zien was van de fotograaf Andres Serrano, te weten een vrouw die een jongen, zo te zien na twee literflessen Chaudfontaine, in z’n mond zeikt.

Zoiets moest ik dus hebben. In een kartonnen buis, eigenlijk een hele grote lege pleerol, vond ik iets geschikts, een uitvergrote cover van WAHWAH, ons literaire poptijdschrift van lang geleden. Voorop staat een geweldige foto van Johnny Cash en Elvis, maar eronder staat zeer leesbaar de naam van Jan Kuitenbrouwer (over de Beach Boys). Met Jan kreeg ik vreselijke mot toen we het nummer aan het maken waren. Echt historische mot. Mijn ergste mot ooit. En nu, jaren later, denk ik er steeds aan als ik sta te pissen. Niet leuk – maar ik sta in ieder geval wel te pissen.

Verder heb ik in Wenen een schilderijtje van Beethoven gekocht. Dat heb ik rechts naast de deur in de betonnen muur gespijkerd. Beethoven kijkt nors, natuurlijk. En het lijstje is van Oostenrijks nazi-hout. Ik vind het wel apart, zelf.

Gisteren was er voor het eerst iemand op bezoek – een vriendin van Jet. Toen ze van de plee kwam, de mijne, spannend, vroeg ze: ‘Wie is dat rare enge mannetje op jullie wc? Naast de deur?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden