Opinie Tweede wereldoorlog

Laat de omvang van collaboratie in de Tweede Wereldoorlog zien

Open de oorlogsgerelateerde dossiers en laat zien waartoe haat, antisemitisme en opportunisme leiden, betoogt publicist Maarten van Voorst tot Voorst.

'In 1989 werden uiteindelijk Franz Fischer en Ferdinand aus der Fünten vrijgelaten; een beslissing die nog steeds omstreden is.' Beeld ANP

Afgelopen donderdag poogde de Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden via een proces de Nederlandse staat te dwingen om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) te openen. De stichting hoopt zo de laatste oorlogsmisdadigers op te sporen. Het archief bewaart tienduizenden dossiers die aangelegd werden over personen die verdacht werden van collaboratie. Gezien de hoeveelheid gevallen werd destijds slechts een fractie daadwerkelijk vervolgd. Enkele kopstukken, zoals Anton Mussert, werden geëxecuteerd. Daders die aanvankelijk tot lange gevangenisstraffen waren veroordeeld, kregen meestal vervroegd gratie verleend.

Een grote groep van Nederlanders en Duitsers wist zich compleet aan strafvervolging te onttrekken, onder wie Friedrich Frank, een Duitse ­Sicherheitsdienst-officier die in het bezette Den Haag dood en verderf zaaide. Reeds in 1967 beklaagde de Volkskrant zich erover dat hij niet vervolgd werd. Uit documenten die de Frankfurter Allgemeine Zeitung in 2010 openbaar maakte, blijkt dat Frank vanaf 1953 voor de Duitse inlichtingendienst BND werkte.

 ‘Alte ­Kameraden’

In zijn net verschenen proefschrift Die Kriegsverbrecherlobby beschrijft journalist Felix Bohr hoe de Duitse ­regering tot ver in de jaren negentig haar staatsburgers die als oorlogsmisdadigers in buitenlandse gevangenissen vastzaten juridisch bijstond en probeerde hen vrij te krijgen. Dit lobbywerk werd gesteund door ‘Alte ­Kameraden’-veteranennetwerken, maar ook door kerkelijke instanties. Men oefende ook druk uit op Nederland. Vanaf de jaren zestig waren de Duitse gedetineerden in de koepel­gevangenis van Breda een fel bediscussieerd onderwerp. In 1989 werden uiteindelijk Franz Fischer en Ferdinand aus der Fünften vrijgelaten; een beslissing die nog steeds omstreden is.

Bij de Duitse justitie is inmiddels – en veel te laat – het tij gekeerd: wegens medeplichtigheid aan de moord op 300 duizend mensen werd de hoogbejaarde ‘boekhouder van Auschwitz’ Oskar Gröning in 2015 veroordeeld tot vier jaar celstraf. De 96-jarige ex-SS’er stierf afgelopen maart. Momenteel worden nog meer rechtszaken tegen voormalig kamppersoneel voorbereid. Waarom neemt ­Nederland geen voorbeeld aan deze proactieve aanpak?

Volgens een opiniestuk van Arnold Karskens in Trouw (9 oktober) zou ­officier van justitie Johan Klunder het opsporen van oorlogsmisdadigers ‘geen prioriteit’ vinden, omdat de ‘maatschappelijke belangstelling’ ­afgenomen zou zijn. Terecht wijst Karskens erop dat dit een verkeerd signaal zendt naar huidige oorlogsmisdadigers, bijvoorbeeld Nederlandse Syriëgangers. Dat soort halfslachtig optreden ondermijnt de ­geloofwaardigheid van de rechtsstaat. De Nederlandse staat heeft de morele plicht om de daders van de ­naziterreur resoluut en met alle ­instrumenten die justitie tot haar ­beschikking heeft te vervolgen, al was het maar omdat er nog mensen leven die na meer dan 70 jaar de oorlogslittekens nog met zich meedragen.

Confrontatie met het verleden

Er schuilt echter meer achter deze nalatige houding. Ongetwijfeld zullen de kosten van dergelijke onderzoeken een rol spelen, maar het is ook een symptoom van een breder gedragen verlangen eindelijk een streep onder dit hoofdstuk te zetten. De tienduizenden mappen die in het Centraal Archief liggen te verstoffen, zouden namelijk wel eens een nog duisterder beeld kunnen schetsen van de collaboratie dan wat nu in de geschiedenisboeken helaas nog te vaak met een zekere terughoudendheid wordt vermeld. De regeringen van Luxemburg en Frankrijk boden hun excuses aan de Joodse gemeenschappen aan, maar in Nederland durft men blijkbaar dergelijke confrontaties met het verleden niet aan te gaan.

Het toegangsbeleid van het CABR is nu nog restrictief. Voorbeeld: om de dossiers in te zien van mannen die voor de eerder genoemde Frank werkten en die hun ondergedoken ouders arresteerden, moesten schrijfster Chaja Polak en haar broer Hans Fels zich eerst door een omslachtige ­aanvraag heen worstelen. Eenmaal in de archiefzaal mochten zij slechts ­onder toezicht en met een potloodje en een schrift werken. (Haar bevindingen heeft Polak in het binnenkort te verschijnen boek De man die geen hekel had aan Joden beschreven.) Voor anderen is dit een te hoge drempel.

Het openen van het CABR zou niet alleen het vervolgen van de laatste nog levende oorlogsmisdadigers kunnen faciliteren, maar het zou ook een stap richting Vergangenheits­bewältigung kunnen zijn. Open de oorlogsgerelateerde dossiers en laat de volle omvang van de collaboratie eindelijk zien. Laat zien waartoe haat, antisemitisme, opportunisme en meeloperschap leiden.

Maarten van Voorst tot Voorst is publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.