ColumnMerel van Vroonhoven

Laat de kwetsbaarste leerlingen niet het kind van de rekening worden

Merel van Vroonhoven artikel ColumnBeeld .

Een mooi ideaal: ‘passend onderwijs’. Minder kinderen in het speciaal onderwijs, meer kinderen op een gewone school in de buurt. Ook diegenen die extra of andere zorg nodig hebben. De praktijk blijkt helaas een stuk minder mooi.

In een hoek van de klas zit een jongen ijverig te werken. Hij is een jaar of 14, schat ik. Tenger, met blond, vlassig haar en een voor pubers zo typerende, net iets te grote neus, vol pukkeltjes. Zijn opvallend blauwe ogen staren geconcentreerd naar een computerscherm. Hij heeft een koptelefoon op. Zo kan hij zich beter concentreren.

‘Perry zit hier nu een half jaar’, vertelt schooldirecteur Ank van de middelbare school voor kinderen met een gedragsstoornis of psychiatrische problematiek waar ik een dagje meeloop. ‘Eindelijk gaat het weer wat beter met hem, maar toen hij hier kwam, was het een kwetsbaar, angstig vogeltje, dat je niet aankeek. Jarenlang is hij gepest, al op de lagere school, waar hij niet kon meekomen.’

Toch werd Perry naar een reguliere middelbare school gestuurd. ‘Zo’n enorme opleidingsfabriek. Hoe kon dat gebeuren?’, vraagt Ank zich retorisch af. ‘Zijn ouders, eenvoudige, aardige mensen, vertrouwden de school. En het werd daar natuurlijk alleen maar erger. Het pesten. De afzondering. Net zo lang tot hij thuis kwam te zitten. Geen school die hem wilde opnemen. Ook bij ons was geen plek. Maar je kan zo’n jongen toch niet aan zijn lot overlaten?’ Ingehouden woede klinkt door in haar stem: ‘Was hij maar veel eerder naar ons gestuurd. Nu moesten we hem eerst weer helemaal oplappen. Maar sommige littekens blijven, vrees ik, voor altijd.’

Ik moet denken aan mijn gesprek met 23-jarige Roos. Nog geen twee jaar geleden afgestudeerd en nu leerkracht van een groep 5 van een gewone basisschool in het Westland. Ze vertelde hoe ze met haar handen in het haar zat, omdat ze in haar klas wel vijf zorgleerlingen had, onder wie een meisje dat uit huis geplaatst moest worden. De ouders kwamen ten einde raad bij haar om hulp. ‘Maar hoe had ik dat dan moeten doen?’, vroeg Roos. De tranen stonden in haar ogen. ‘Ik was zelf net afgestudeerd en had hierover op de pabo niets geleerd. Ik wilde hun dochtertje heel graag helpen, maar ik wist niet hoe. En doordat zij al mijn aandacht opslokte, kwam ik altijd tijd tekort. Hoe kon ik zorgen dat ik ook mijn andere 25 leerlingen het onderwijs kon geven dat ze verdienden?’

Dat was een vraag waarop ook ik geen antwoord had. Behalve de weinig troostrijke woorden dat onderwijs zo inderdaad voor geen van de kinderen passend is. Ver weg van het oorspronkelijke ideaal.

Dan tikt iemand me op de schouder. Het is Perry. Hij heeft zijn koptelefoon afgezet. ‘Wat leuk dat u langskomt’, zegt hij verlegen, terwijl hij naar zijn schoenen staart. Ik vraag hem hoe hij het vindt op school. Waarop hij me met zijn grote blauwe ogen aankijkt en stralend zegt: ‘Het is hier echt heel fijn, want hier heb ik vrienden, eindelijk.’

Samen kijken Ank en ik glimlachend naar hem. En we denken allebei hetzelfde. Nu maar hopen dat politiek Den Haag zich het lot van kinderen als Perry aantrekt. Zodat passend onderwijs niet verwordt tot een verkapte bezuinigingsactie met louter verliezers. Eentje waarvan de meest kwetsbaren het kind van de rekening zijn.

Twaalfde aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs. Lees hier de vorige aflevering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden