ColumnSander Schimmelpenninck

Laat de Europese revolutie in het voetbal beginnen

Sander Schimmelpenninck Beeld de Volkskrant
Sander SchimmelpenninckBeeld de Volkskrant

De timing leek zo gunstig voor de voorzitters van de twaalf grootste voetbalclubs van Europa. Dankzij corona zijn de stadions leeg, zitten de supporters thuis achter de buis en zijn de tribale driften die de volkssport juist zo leuk maken niet meer hoor- en zichtbaar. Het ideale moment dus, zo dachten de met schulden behangen voetbalmonarchen, om de concurrentie definitief de nek om te draaien.

De in een gouden Fiat geboren Juventus-voorzitter Andrea Agnelli presenteerde vorige week zijn onzalige plan voor een Super League, waarin de deelnemende clubs voor eeuwig tegen elkaar zouden voetballen, zonder degradatie- of promotiemogelijkheden. De motivatie was vanzelfsprekend egoïstisch; de deelnemende clubs zouden astronomische startgelden krijgen en een miljardenomzet werd gegarandeerd, vooral gebaseerd op televisiegelden.

Het bleek een geweldige misrekening. Het hele Europese continent (de Britten incluis) voelde een verbroederende weerzin tegen het plan en sprak er schande van. Toen ook spelers en supporters van de deelnemende clubs zich uitspraken tegen de Super League stortte de boel als een kaartenhuis ineen.

De initiatiefnemers ontkenden met hun plan het Europese karakter van de sport, die vervlochten is met regionalisme en diepgewortelde tradities, soms gewelddadig, maar meestal een prachtige kanalisatie van de mallotige primitiviteit die mannen nu eenmaal eigen is. Agnelli verwachtte in al zijn wereldvreemdheid dat er een nieuw soort ‘fan’ zou ontstaan, op Amerikaanse leest geschoeid, die het niet uitmaakt als een club opeens naar een andere stad verhuist. Dat is geen toeval: zijn club Juventus is altijd al een uitzondering op de Europese regel geweest, met meer aanhang buiten Turijn dan daarbinnen.

Die flater was niet het enige dat vrolijk stemde aan dit voetbaloproer. Want de Europese voetballiefhebber verwierp vooral het idee van een afgesloten klasse. Dankzij de onmogelijkheid van degradatie en promotie riep het plan een diep gevoel van onrechtvaardigheid op: hoe weet je zeker dat de beste wint, als niet iedereen mag meedoen?

De parallel met onze maatschappij, waarin vermogensverschillen steeds vaker als onveranderlijk natuurverschijnsel worden gezien, is overduidelijk; ook de voetbalelite blijkt gericht op risico-uitsluiting en hegemonie. Net als overal probeert zij treden uit de sociale ladder te zagen om zo de opwaartse mobiliteit te saboteren. De competitie dient om zeep te worden geholpen, want winnen of verliezen is te belangrijk om over te laten aan oncontroleerbare zaken als talent, toeval of inzet.

Natuurlijk hebben zo’n beetje alle criticasters van de Super League boter op hun hoofd. Voetbalbestuurders hebben zelf de ongelijkheid en minachting voor de fan gevoed, met hun laissez-faire eigendomsregels en voortrekkerij. Van de belastingontwijkende diva’s zelf valt ook weinig te verwachten. Door hun patserigheid en ongeïnteresseerde gestamel in de camera hebben we zulke lage verwachtingen van voetballers, dat we tegenwoordig massaal verliefd worden wanneer er ééntje wél een volzin uit zijn mond krijgt. Maar hun egoïsme evenaart die van bestuurders met gemak.

Dat duurt zolang de fans het accepteren. Nederlandse voetbalfans zouden zich eens moeten afvragen hoe het komt dat Nederlandse clubs al twintig jaar geen Europacups meer winnen. Zou de groeiende ongelijkheid in het voetbal wellicht verband houden met de geëxplodeerde vermogensongelijkheid in de échte wereld? Zou de manier waarop de Uefa de televisiegelden steeds oneerlijker verdeelt, misschien een afspiegeling zijn van de manier waarop wij (vermogens)winsten en erfenissen steeds vriendelijker zijn gaan belasten?

De sportieve erfenis waarmee Real Madrid en Juventus hun uitzonderingspositie rechtvaardigen, is gestoeld op hetzelfde egoïsme waarmee rijken belasting ontwijken en hun kinderen met privéonderwijs en trust funds op onoverbrugbare voorsprong zetten. Allen zijn doodsbang hun dominantie kwijt te raken en hebben een diepe behoefte om resultaten uit het verleden naar een gegarandeerde toekomst te vertalen.

De massa leeft dankzij de succesvolle marketing van de rijken al een paar decennia in de waan dat vermogen altijd gerelateerd is aan verdienste, en vertelt elkaar sprookjes over een meritocratische wereld van selfmade mannen en jongensdromen. Deze week leerde het theater van het voetbal hoe achterhaald dat idee is.

Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden