Laat 2018 het jaar worden van een radicaal optimisme

Het wordt tijd dat ook de optimist zich weer vertegenwoordigd weet in de politiek

Het groeiende onbehagen in de maatschappij uit zich in pessimisme en dat biedt weer een voedingsbodem voor 'vroeger was alle beter'-populisme. Optimist Bert Wagendorp roept de politiek op de burger weer hoop en perspectief te geven.

Foto Zeloot

Ik ben echt een rasoptimist. Als ik een pakje sigaretten koop en 'Roken is dodelijk' zie staan, denk ik: 'Voor anderen ja, maar niet voor mij.' Ik ben mogelijk iets te zwaar, maar de kans dat ik over een maand of twee zeker 7 kilo lichter zal zijn, schat ik zeer hoog in, en dat al zeker vijf jaar. Ook mijn heilige overtuiging dat ik nog eens de Mont Ventoux zal beklimmen binnen de 1.45 uur is ongebroken.

Ik kamp met wat de Engelse neuropsycholoog Tali Sharot de 'optimism bias' noemt: ik heb de neiging de kans op voorspoed in de toekomst te overschatten en het risico van rampen te minimaliseren. Daar is niet zoveel aan te doen, de optimism bias zit volgens Sharot in ons brein ingebakken, ook bij mensen die zichzelf pessimistisch noemen. Met de optimism bias houden we de moed erin - we kunnen weinig andere kanten op dan richting toekomst en het is fijner je daarbij een land van melk en honing voor te stellen dan een zandbak vol cactussen en ratelslangen.

Over onszelf zijn we meestal optimistisch - extreme omstandigheden daargelaten - maar dat geldt minder voor het land waar we wonen, of de wereld. Volgens het laatste kwartaalonderzoek Burgerperspectieven van het SCP vindt 57 procent van de Nederlanders dat het 'de verkeerde kant' op gaat met dit land (een stijging van 9 procent ten opzichte van het derde kwartaal - wat is er gebeurd?)

Optimisme betreft het individu en zijn directe omgeving, pessimisme het collectief, het land, de wereld; dat is de situatie. In veel westerse landen is een meerderheid van de burgers pessimistisch over de toekomst. Dat komt deels voort uit desinformatie. Terwijl wereldwijd de misdaadcijfers afnemen, is de perceptie van veel burgers juist tegenovergesteld. Geconfronteerd met hun foute inschatting wijt meer dan 50 procent van de ondervraagden dat aan de nadrukkelijke aandacht op tv voor criminaliteit. Iets minder dan de helft wijst naar de kranten.

De pessimist heeft de neiging te geloven dat de wereld zich in een niet te stoppen neerwaartse spiraal bevindt en staat minder stil bij de onmiskenbare tekenen van vooruitgang op talloze gebieden. We kunnen bijvoorbeeld kijken naar de ontwikkelingen op het gebied van extreme armoede over een wat langere periode: tussen 1820 en 2015, gemeten in dollars en door de onderzoekers van de Wereldbank gecorrigeerd voor tijd en locatie. Van de 1,08 miljard aardbewoners van 1820 waren er 60,6 miljoen niet extreem arm, 94,4 procent van de mensen was dat wel. Nu moet van de 7,35 miljard mensen nog 9,6 procent (705,5 miljoen) het doen met minder dan 1,90 international dollar per dag. Een schitterend staaltje van vooruitgang.

Hetzelfde verhaal met de democratisering. In 1817 leefden 9,42 miljoen mensen (van de 1,07 miljard) in een democratie. In 2014 gold dat voor 3,85 van de 7,27 miljard mensen. Sinds 1965 verdrievoudigde het aantal mensen dat woont in een democratie. Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat de wereld een steeds betere plek wordt: meer veiligheid, minder oorlogen, minder terrorisme, minder honger, betere gezondheid, hogere levensverwachting et cetera.

Met de duurzaamheid ging het decennialang bergafwaarts, maar ook op dat terrein zijn we bezig met een imponerende inhaalslag. Dat moet trouwens ook wel, anders krijgen de pessimisten alsnog hun grote gelijk: dat we de aarde en onszelf vernietigen.

Vanwaar dat pessimisme? Vooral in landen met de hoogste welvaart, godbetert?

In 2016 verscheen Societal Pessimism, a study of its conceptualization, causes, correlates and consequences van Eefje Steenvoorden. Zij deed onderzoek naar het pessimisme in de samenleving, naar wat in Nederland het 'maatschappelijk onbehagen' heet, in Frankrijk malaise, in Groot-Brittannië unease en in Duitsland Unbehagen. Steenvoorden vond bij haar respondenten een 'gepercipieerde achteruitgang' op vijf aspecten van de samenleving. Er bleek sprake van een groeiend wantrouwen in het menselijk kunnen, van een gevoel van verlies van ideologie, politieke macht en gemeenschapszin en er werd een toenemende sociaal-economische kwetsbaarheid ervaren.

Foto Zeloot

Onbehagen uit zich in pessimisme. Of de gevoelde achteruitgang zich ook daadwerkelijk voordoet of louter bestaat in de perceptie van een deel van de bevolking, is nu even van minder belang. Hier komt namelijk het 'Thomas Theorema' om de hoek kijken, genoemd naar de Amerikaanse socioloog William Thomas (1863-1947), die in 1928 het volgende vaststelde: 'If men define situations as real, they are real in their consequences.' Vrij vertaald: als mensen iets ervaren, heeft het consequenties, ongeacht de realiteit van die ervaring.

Dat is een belangrijke waarneming. Premier Mark Rutte kan nog zo vaak herhalen dat dit een fantastisch, gaaf en geweldig land is - daar valt ook veel voor te zeggen - maar hij zal er het maatschappelijk onbehagen niet mee dempen. De pessimist heeft een andere perceptie van de werkelijkheid en die is minder rooskleurig. En waar of niet, die heeft consequenties: onvrede, boosheid, stemgedrag.

Steenvoorden laat zien dat de burger die ten prooi is aan maatschappelijk onbehagen, de pessimistische kiezer, sterker geneigd is te stemmen op wat zij 'PRR' noemt, Populistisch Radicaal Rechts: in Nederland PVV en Forum voor Democratie. Die partijen doen wat ze uit electoraal oogpunt móéten doen: het pessimisme aanwakkeren en versterken. Pessimisme is hun voedingsbodem, het einde van het pessimisme is het einde van Wilders en Baudet. Zonder pessimisme geen radicalisering.

Thierry Baudets declinism (we gaan naar de ratsmodee) en zijn nostalgisch verlangen naar lang vervlogen tijden toen alles beter was, versterken, voor wie er gevoelig voor is, de idee in de verkeerde tijd te leven en het voedt pessimisme. Van de kiezers die in november 2016 op Donald Trump stemden vond 81 procent dat het leven in 1966 beter was. Onder de Clintonstemmers was dat 20 procent. Baudet gaat nog honderd jaar verder terug, in zijn bizarre verheerlijking van een denkbeeldig verleden.

'Een existentiële crisis bedreigt het voortbestaan van de Nederlandse samenleving', 'de kwaliteit van het onderwijs holt achteruit', 'onze veiligheid op straat wordt in hoog tempo minder', 'we leven op de rand van de totale ineenstorting': het zijn Baudets zwartgallige en amper onderbouwde percepties van de werkelijkheid die er bij de pessimist niettemin ingaan als gods woord in een ouderling.

'Een existentiële crisis bedreigt het voortbestaan van de Nederlandse samenleving', 'de kwaliteit van het onderwijs holt achteruit', 'onze veiligheid op straat wordt in hoog tempo minder', 'we leven op de rand van de totale ineenstorting': het zijn Baudets zwartgallige en amper onderbouwde percepties van de werkelijkheid die er bij de pessimist niettemin ingaan als gods woord in een ouderling.

Maar niet alleen de populisten versterken het gevoel van een samenleving die uit elkaar valt, een land dat voor de afgrond staat en een wereld waar het van kwaad tot erger gaat. Het lijkt alsof niet-populistische politici denken dat het pessimisme homeopathisch moet worden bestreden, namelijk door toediening van wat verdund pessimisme.

Voor de jaarwisseling gaf de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra een interview aan NRC Handelsblad. Een paar citaten: 'Het gaat heel goed met Nederland, maar heel slecht met de wereld.' 'Als je het huidige tijdsgewricht spiegelt met een eeuw geleden zie je wel dat er een zorgwekkend aantal overeenkomsten is.' 'Voor je het weet gaat ergens iemand echt op een knop drukken.'

In zijn tijd als VVD-fractievoorzitter deed Zijlstra zijn best het vaderlandse populisme de wind uit de zeilen te nemen door het binnenlandse pessimisme te voeden, nu gooit hij zich op het pessimisme in mondiaal perspectief.

In de kerstboodschap van koning Willem-Alexander kwam de volgende passage voor: 'Het valt niet altijd mee te blijven geloven in de gemeenschap die we samen vormen. Het lijkt steeds moeilijker te worden elkaar in het dagelijkse leven te blijven ontmoeten. De plaatsen waar heel uiteenlopende mensen elkaar van oudsher tegenkomen - kerk, kantoor, café, sportclub, school - verliezen die functie steeds meer. Misschien is alleen het ziekenhuis nog een plek waar je in contact komt met mensen met een andere achtergrond en levensstijl.'

Gezellig met z'n allen naar het ziekenhuis!

Terwijl dit land wat gemeenschapszin, vrijwilligerswerk en verenigingsleven betreft nog altijd hoog scoort in alle metingen, komt de koning ons hier, met onzintekst van de een of andere pessimistische lakei, vertellen dat de situatie alsmaar hopelozer wordt. Gefundenes Fressen voor de pessimist; die had het altijd al gedacht.

Sybrand Buma met zijn ridicule schets van 'de gewone Nederlander' die 'verweesd' zou zijn achtergebleven: het was een knieval en een steuntje in de rug voor de pessimisten die zich toch al verweesd voelden. Zelfs Jan Terlouws zo bejubelde betoog over de touwtjes uit de brievenbus was in werkelijkheid een bevestiging van de pessimistische levensvisie dat vroeger alles beter was.

De pessimist wordt in de politiek krachtig vertegenwoordigd, en niet alleen door PVV en FvD, de vaandeldragers van het radicale pessimisme.

Het Thomas Theorema geldt niet alleen voor pessimisten, maar ook voor optimisten. Ook optimisme heeft consequenties, of het reëel is of niet. Een optimistische samenleving staat meer dan een pessimistische open voor politieke, economische en sociale vernieuwing. Zij is innovatiever en meer naar buiten gericht. Optimisme is een vooruitstrevende kracht, pessimisme een blok aan het been.

Maar hoe ga je het pessimisme, en daarmee het populisme, te lijf? Niet door met een soort pessimisme-light mee te gaan in de pessimistische stemming. Ook niet door tegen de pessimist te zeggen dat hij niet zo moet klagen en dat het allemaal reuze meevalt. Wel door te kijken naar de oorzaken van het maatschappelijk onbehagen en het pessimisme - realistisch of niet.

Bernie Sanders nam tijdens de nominatiestrijd met Hillary Clinton het onbehagen serieus en kwam met een verhaal, een visie voor Amerika waarin rekening werd gehouden met wat mensen pessimistisch had gemaakt. Hij had er Clinton bijna mee te pakken. In Groot-Brittannië heeft Jeremy Corbyn de ideologie teruggebracht in de politiek, en met succes: goede kans dat hij de volgende premier van het land wordt. Je hoeft het niet met zijn visie en ideologie eens te zijn, om te zien dat hij een duidelijke visie en ideologie hééft - en dat dat aanspreekt.

De tragische ontideologisering van de PvdA, het karakterloze aanleunen tegen het populisme van het CDA, het visieloze pragmatisme van de VVD: ze hebben rampzalig uitgepakt en de rattenvangers vrij spel gegeven.

Geef de pessimist hoop, perspectief, een idee; counter het onbehagen met een verhaal waarin de burger kan geloven. Wees concreet: stop de belastingbevoordeling van multinationals, kortwiek de luchtvaartlobby, stel heldere immigratiequota vast, zet onderwijs boven aan de lijst, zorg voor eerlijke inkomensverdeling, hervorm de welvaartsstaat, versimpel de zorg, hak het bureaucratisch monster al zijn zeven koppen af, denk na over een nieuwe democratie. Stop met partijpolitieke spelletjes die ze alleen op het Binnenhof nog interessant vinden.

Het wordt tijd dat ook de optimist zich weer vertegenwoordigd weet in de politiek - als iemand 'verweesd' is achtergebleven, dan is hij het.

Laat 2018 het jaar worden van een radicaal optimisme.

Ik ben trouwens gestopt met roken. Ik ben wel optimistisch, maar niet gek.

Meer over