Opinie

Laat 2016 het jaar zijn waarin we cannabisteelt reguleren

Het gedoogbeleid is failliet. De overheid verspilt jaarlijks miljoenen aan het vervolgen van de achterdeur van de coffeeshop terwijl iedereen weet dat die bestaat. Laten we het in 2016 over een andere boeg gooien en de teelt eindelijk eens reguleren, stellen advocaat Gerard Spong en oud-rechter Frits Lauwaars.

Beeld anp

Terwijl we aan de voordeur van de coffeeshop een goed functionerend systeem hebben van veilige en verantwoorde verkoop van cannabis, is en blijft de achterdeur het terrein van schimmigheid. Iets waar we overigens zelf schuldig aan zijn. Want het is toch wat vreemd dat we een systeem hebben ontwikkeld dat tot doel heeft de volksgezondheid te beschermen door een duidelijke scheiding te maken tussen hard- en softdrugs, maar dat we dat systeem ondertussen al bijna 25 jaar in de couveuse laten worstelen, zonder het de mogelijkheid te geven op eigen benen te staan.

Wie kan het anno 2016 nog uitleggen dat de verkoop van softdrugs goed gereguleerd wordt, terwijl de overheid zijn ogen sluit voor de productie van diezelfde softdrugs en de aanvoer aan de coffeeshops? Het antwoord is dat niemand dat kan. In Nederland niet, maar in het buitenland al helemaal niet. Er zijn dan ook geen andere landen aan te wijzen waar men zo'n systeem hanteert. In het buitenland kiest men voor duidelijkheid: ofwel het is integraal verboden of -en dat gebeurt meer en meer- de hele keten wordt gereguleerd, zoals zelfs in de Verenigde Staten. Niet zo gek, want reguleren heeft uitsluitend voordelen.

Hennepplanten bij een inval in een hennepkwekkerij in Duitsland.Beeld anp

Onwerkelijke situatie

Reguleren maakt in eerste plaats een einde aan de onwerkelijke situatie. We zien het dagelijks in Nederlandse rechtbanken, waar coffeeshophouders zich moeten verantwoorden voor het aanhouden van een voorraad softdrugs. Iedereen weet natuurlijk dat die voorraad handelswaar er is, en er is geen zichzelf respecterende rechter die er nog straf voor oplegt. Maar het openbaar ministerie blijft, met oogkleppen op, stug vervolgen. Daarmee worden tientallen miljoenen euro's gemeenschapsgeld, gelet op de enorme kosten van opsporing en het mislopen van belastingen, over de balk gesmeten. Uit een recent onderzoek van Motivaction bleek verder dat ruim de helft van de Nederlanders wil dat de hennepteelt gereguleerd wordt. Een maatschappelijke wil die in een democratische rechtsstaat niet genegeerd kan worden.

Misschien nog wel schrijnender is dat de onbegrijpelijkheid van het gedoogbeleid in het buitenland. Zo kreeg een voormalig coffeeshophouder onlangs in Thailand 103-jaar een gevangenisstraf opgelegd wegens het witwassen van 'drugsgeld' dat hij verdiende via gedoogde coffeeshops in Nederland. Een shop die nog geen week later door het gerechtshof in Den Bosch werden geprezen vanwege hun transparante boekhouding.

In de gemeenten van ons land hopen de problemen zich ondertussen rondom de achterdeur op. De overlast van illegale, onveilige kwekerijen is niet langer te hanteren. Deze kwekerijen zijn een doorn in het oog van zowel lokale bestuurders als coffeeshopondernemers. Reguleren maakt een einde aan die brandgevaarlijke zolderkamers waar illegaal stroom wordt afgetapt. Dat deze aanpak werkt zien we bij alcohol. Hoeveel illegale jeneverstokerijen zijn er in 2015 in brand gevlogen?

Garantie kwaliteit

Maar politiek Den Haag weigert gemeenten de ruimte te geven het probleem op te lossen. Met een nipte Kamermeerderheid wist het CDA experimenten met regulering te voorkomen, terwijl uit het vorige maand verschenen rapport van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten naar voren komt dat een ruime meerderheid van de Nederlandse burgemeesters, ook die van CDA-huize, juist wil dat er ademruimte komt aan de achterdeur.

Tot slot, een niet onbelangrijk argument: de consument krijgt eindelijk waar hij recht op heeft: een garantie dat het product dat hij in de coffeeshop koopt van goede kwaliteit is. Want door de teelt te reguleren, kan de veiligheid van het product worden gegarandeerd.

Tegenstanders werpen tegen dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse wietproductie bestemd is voor het buitenland. Dat is nog nooit aangetoond, maar los daarvan is het geen argument. Dat deel dat voor de Nederlandse markt bestemd is, pakken we in ieder geval aan.

Een ander veelgehoord argument is dat het internationaalrechtelijk niet mogelijk zou zijn. Dat is echter, wat ons betreft, een politieke keuze. Andere landen doen het ook, en men kan toch moeilijk volhouden dat de Verenigde Staten een soort bananenrepubliek zijn. Daar komt nog bij dat strikt genomen het door Den Haag bewierookte gedoogbeleid al met internationale verdragen in strijd ís.

Kortom, zij die zich tegen het reguleren van de achterdeur verzetten, lopen hopeloos achter en spelen een riskant spel met de gezondheid van de Nederlandse cannabisconsument, de veiligheid in de gemeenten en last but not least met de moraliteit van het recht. Tijd om het in 2016 over een andere boeg te gooien.

Gerard Spong is advocaat in Amsterdam en Frits Lauwaars is oud-rechter in de rechtbank Amsterdam. Spong en Lauwaars gaan vrijdag met de Bredase burgemeester Paul Depla in debat over de toekomst van het gedoogbeleid.

Kweekplanten in een growshop.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden