ColumnCasper Albers

Kwantiteit staat niet gelijk aan kwaliteit: daar is Promenade een duidelijk bewijs van

Angela de Jong heeft de afgelopen maanden een ware kijkcijferoorlog ontketend. We krijgen dagelijks updates over de battle tussen Op1 en Jinek. Als de kijkcijfers één ding echt laten zien, is het vooral dat zo’n 90 procent van de Nederlanders niet kijkt naar beide programma’s. Zoals Ionica Smeets afgelopen weekend al schreef, zijn er eigenlijk maar weinig conclusies te trekken uit kijkcijfers. Toch blijven de kranten erover berichten.

Ik ben gek op cijfers en zelfs ik word moe van de berichten. Maar het is wel een mooie aanleiding om naar de statistiek achter de cijfers te kijken. Om maar meteen met een compliment te beginnen: van de transparantie waarmee de Stichting KijkOnderzoek op haar website de onderliggende methodologie uitlegt, zouden veel andere instituten nog wat kunnen leren.

Middels kijkcijferkastjes wordt van 2.750 Nederlanders (1.250 huishoudens) op de seconde precies gekeken waar ze naar kijken. Nu klinkt dat aantal niet als veel, maar in principe kan het genoeg zijn voor vrij accurate cijfers: er zit een foutenmarge van ongeveer 1 procentpunt op de kijkpercentages. Dit geldt echter alleen als deze huishoudens een representatieve afspiegeling van de bevolking vormen. SKO heeft erg veel moeite gestoken in representativiteit, maar het feit alleen al dat deze personen weten dat ze gemeten worden, kan hun kijkgedrag beïnvloeden.

Wat wel jammer is, is dat nergens foutenmarges gerapporteerd worden. Na jarenlange kritiek vanuit methodologen is het de (meeste) journalisten gelukt om rekening te houden met foutenmarges in berichten over politieke peilingen. Voordat die ene zetel stijging van het CDA uitgebreid geduid wordt, komt een keurige disclaimer om de onzinnigheid van die duiding aan te stippen.

Bij de kijkcijferberichten blijft deze nuancering achterwege en wordt doodleuk gerapporteerd dat Op1 van Jinek gewonnen heeft terwijl de kijkpercentages vlak bij elkaar liggen. Afgelopen week keken gemiddeld 791 duizend mensen naar Op1 en 786 duizend naar Jinek. Het verschil van vijfduizend kijkers ligt ruim binnen de foutenmarge. Die kijkcijferbattle is dus niet alleen oersaai, maar ook nog eens non-nieuws.

Hoewel het methodologisch allemaal best in orde is, doet deze manier van kijkcijferverzameling wat oubollig aan. Ruim 80 procent van de Nederlanders kijkt tv via Ziggo of KPN. Die providers weten precies waarnaar gekeken is, of de reclame is weggezapt, en al het andere dat mogelijk interessant is. Een steekproef van miljoenen is beter dan eentje ter grootte van 1.250.

Los van de vraag over de accuraatheid van de cijfers kan je je afvragen waarom je überhaupt wil weten hoeveel mensen kijken. Wellicht dat het nuttige informatie is voor bedrijven die advertentieruimte willen kopen, maar val daar de krantenlezer niet mee lastig.

De ui is de meestverkochte groente in Nederland, maar als je Nederlanders om hun favoriete groente vraagt, zeggen ze zelden ui. Uien zijn gewoon handige groenten die je veel kan gebruiken, net als dat bijvoorbeeld Lingo en GTST luchtige achtergrondvulling zijn. Kwantiteit staat niet gelijk aan kwaliteit. Dat Promenade, ondanks bescheiden kijkcijfers, een van de meest geprezen programma’s is van de afgelopen tijd, is daar een duidelijk bewijs van.

Casper Albers is hoogleraar statistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden