Kunst is vogelvrij; kunstenaars keer het tij

De geschiedenis leert dat het een misverstand is dat componisten zich met hun muziek in de markt een inkomen kunnen verwerven.

Met de uitspraken van Geert Wilders over kunst en cultuur als ‘linkse hobby’, ‘tromboneclubjes voor de grachtengordelelite’, en een regeerakkoord waar met één kort droog zinnetje het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) werd afgeschaft, leek een voorlopig dieptepunt bereikt in de wijze waarop het publieke debat over de kunstsector wordt gevoerd. Maar het kan nog erger, getuige de bijdrage van duoraadslid Diederik Boomsma (CDA) op 19 oktober in Opinie en Debat.
‘Het Fonds voor de Scheppende Toonkunst [...] subsidieerde een klein groepje componisten van modernistische klassieke muziek voor bedragen van enkele honderden tot duizenden euro’s per minuut afgeleverde muziek. Zo ontving één componist volgens de jaarverslagen van het Fonds 88 duizend euro, voor 12 minuten muziek die hij in 2003 schreef. Terwijl een in het buitenland erkende componist als John Borstlap nooit een cent heeft ontvangen, omdat hij in ‘gewone’ klassieke stijl componeert.’
Waarheid
Hier wordt de waarheid wel heel erg geweld aangedaan: de œuvrelijst van Borstlap vermeldt minstens drie werken die in opdracht van het FST zijn gecomponeerd en er is geen componist in Nederland die ooit voor 12 minuten muziek 88.000 euro heeft ontvangen. Dat zou volstrekt absurd en onwenselijk zijn. Boomsma baseert zich op een overzicht van Borstlap dat uitging van foutieve informatie, zoals inmiddels ook door Borstlap zelf is erkend.
De geschiedenis leert dat het een misverstand is dat componisten zich met hun muziek in de markt een inkomen kunnen verwerven. Bach was in dienst van de kerk, Haydn werkte voor graaf Eszterházy, aristocraten verdrongen elkaar om Beethoven financieel te ondersteunen (waarbij Beethoven er overigens niet voor terugdeinsde om een mecenas die zich inhoudelijk met zijn muziek bemoeide zonder pardon de laan uit te sturen). Met het wegvallen van de invloed van kerk en adel was het een logische ontwikkeling dat de rol van kunstmecenas werd overgenomen door de overheid, enerzijds om een evenwichtig en betaalbaar kunstaanbod te genereren, anderzijds om scheppend kunstenaars de ruimte te bieden in betrekkelijke rust te kunnen werken.
Oprichting
Voor moderne muziekcomposities in Nederland leidde dit in de jaren tachtig van de vorige eeuw tot de oprichting van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Dit Fonds stelde componisten in staat om nieuw werk te componeren in opdracht van solisten, ensembles of orkesten, die zelf doorgaans niet over budget beschikken om een componist te betalen. Het Fonds voor de Scheppende Toonkunst is inmiddels opgegaan in het Fonds Podiumkunsten, maar het principe van de driehoek componist– uitvoerder–fonds is gehandhaafd. Het heeft geleid tot een bloeiend muziekleven, een vruchtbare samenwerking tussen uitvoerende musici en componisten, en een stimulerend muziekklimaat dat ook in het buitenland respect afdwingt. Het honorarium voor de componisten is bescheiden; het merendeel is daarnaast werkzaam als uitvoerend musicus of in het onderwijs.
Onaangenaam
Het debat over de sector heeft inmiddels een buitengewoon onaangename toon aangenomen. De kunst is vogelvrij verklaard. Alles wat ook maar iets ingewikkelder is dan een gemiddeld gedoogakkoord wordt afgedaan als ‘speeltje voor de elite’. In dat beeld past het stuk van Boomsma die – zonder hoor en wederhoor – afrekent met die arrogante kunstenaars die voor een opgestoken middelvinger exorbitante subsidiebedragen zouden incasseren. Maar ook de tekst van het regeerakkoord is in dit verband veelzeggend: de botheid waarmee de podiumkunsten zonder valide argumenten nagenoeg worden gehalveerd, het opheffen van het MCO als wisselgeld aan de onderhandelingstafel zonder kennis van zaken of een idee omtrent de gevolgen. De beleidsmakers gaan ervan uit dat ze hiermee wegkomen, en precies dat is het zorgelijke van de situatie.
Ergens gedurende de afgelopen decennia is het besef van het belang van kunst voor de samenleving verloren gegaan. Aan de kunstenaars de schone taak om deze ontwikkeling ten goede te keren. De discussie moet niet over, maar mét kunstenaars gevoerd worden. Ze moeten op voortvarende wijze voor hun werk een plaats in de maatschappij opeisen. Kunst moet een zaak van nationaal belang worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden