Column Bert Wagendorp

Kunnen we het Songfestival nog wel serieus nemen?

Beeld de Volkskrant

Vanavond is de finale van het Songfestival. Met Waylon. De kans dat hij gaat winnen met Outlaw In ’Em lijkt verwaarloosbaar en wie er anders over denkt moet nog snel even een fors bedrag op Waylon inzetten bij de bookies. Die schatten hem in op de twintigste plaats, dus de uitbetaling bij winst is hoog. Je mag Waylon natuurlijk niet onderschatten, want in 2014 werd hij tot ieders verrassing tweede. Samen met Ilse DeLange, oké, maar zonder Waylon was het Ilse zeker niet gelukt.

Het Songfestival is alomtegenwoordig. Op de radio waren er deze week steeds actuele repo’s uit Lissabon en de kranten stonden er vol mee. Het Songfestival is van een zogenaamd belangrijke gebeurtenis (wink, wink) een gewone belangrijke gebeurtenis geworden. Tot een jaar of wat geleden was het nog camp. Het was de bedoeling dat je ironisch enthousiast voor de televisie ging zitten en je ironisch leuke commentaar deelde op Twitter. Het Songfestival was wat ganzenborden was in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Eigenlijk stomvervelend, maar je kwam er de tijd mee door.

Dat is nu niet meer zo. De camp gaat er langzaam maar zeker van af. Bij de commentatoren Jan Smit en Cornald Maas klinkt er soms nog iets van door; dat is vreemd, want het leven van Jan en Cornald is het Songfestival. Aanstaande maandag gaan ze onmiddellijk weer in conclaaf over de artiest die ons land volgend jaar moet vertegenwoordigen. De oude Franse wielrenner Geminiani zei ooit over de Tour de France: ‘Als de Tour is afgelopen, ga ik altijd elf maanden slapen. En als ik dan wakker word, begint hij alweer bijna.’ Zo is het met Jan en Cornald ook, het hele jaar merk je weinig van ze, maar opeens zijn ze weer wakker en zitten ze vals te kraaien in hun commentaarhokje over het rokje van een zangeres uit Kirgizië.

Waylon legde op de radio uit waar zijn liedje over gaat. ‘Iedereen heeft een kleine badass in zich die af en toe z’n poot stijf houdt.’ Die zat ook in Waylon zelf, zo bleek.

Bij het Songfestival hoort altijd een soort van ‘affaire’ de meestgebruikte hashtag, zeg maar. Toen Trijntje Oosterhuis voor haar optreden een paar jaar geleden een opmerkelijke jurk had uitgekozen, was de affaire #jurkgate geboren. Die kon je nog onder de camp scharen. Maar dit jaar hadden we plotseling een affaire die raakte aan de journalistieke vrijheid. Waylon had namelijk besloten niet meer met de journalisten van De Telegraaf en het Algemeen Dagblad te praten. Die hadden zich in zijn ogen te kritisch uitgelaten waarover precies is mij ontgaan. De affaire kreeg meer aandacht dan de persbreidel van Victor Orbán.

Bij de Volkskrant heerst nog twijfel over de juiste houding tegenover het Songfestival. Jarenlang voldeed de campbenadering. Van de journalist die werd uitgezonden naar het evenement werd verwacht dat hij tongue incheek over het evenement berichtte, zodat eventuele aanvallen op het feit dat de Volkskrant zich inliet met zoiets ordinairs eenvoudig konden worden gepareerd met de opmerking dat we er alleen maar heen gingen om de aanstellers belachelijk te maken.

Afgelopen week schreef een selectie van ons beste journalistieke talent een voorbeschouwing op het Songfestival, met een beoordeling van de liedjes. Deze krant verwacht dat Duitsland hoge ogen gooit met het liedje You Let Me Walk Alone (8,5). In de begeleidende commentaren zat nog menige knipoog, maar zo vol-ironisch als vroeger waren ze niet meer.

Camp is aan slijtage onderhevig. Na een jaar of wat is het niet meer te harden en krijg je de aandrang wild om je heen te gaan slaan. Dan sta je voor de keuze: we nemen het serieus, of we nemen het niet serieus.

Maar valt het Songfestival wel serieus te nemen? Ik hoor opeens iedereen zeggen dat Waylon de beste zanger is die we in dit land ooit hebben gehad. Hij raakt alle noten. Goed, mij best. Maar voor het overgrote deel zijn de Songfestivalliedjes niet te harden en de artiesten van de vierde rang. De ensceneringen lijken bedacht door waanzinnig geworden variétéartiesten met maar één boodschap: smaak bestaat niet.

Dus wat mij betreft houden we er na deze keer mee op. Genoeg gelachen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.