Reportage Plasticdieet

Kun je leven zonder plastic? V-vlogger Lisa Koetsenruijter deed een poging

Plastic vervuilt de oceanen en bedreigt de gezondheid van dier en mens. Goed idee dus: leven met zo min mogelijk plastic afval. Hoe pak je dat aan? V-vlogger Lisa Koetsenruijter deed een week haar best. 

Kunstenares Thirza Schaap maakt kunst van plastic dat ze vindt aan de kust bij Kaapstad, waar ze woont. Deze beelden maakte ze voor bij dit stuk. Foto Thirza Schaap

Een schildpad verstrikt in een plastic net, een zeepaardje dat zich vastklampt aan een plastic wattenstaafje, een duiker die zwemt tussen flarden bont­gekleurd plastic: schrijnende beelden. Maar hoezeer ze me ook aangrijpen, het volgende moment reken ik bij de supermarkt gewoon weer in wegwerpplastic verpakte boodschappen af.

Een eeuw geleden deed kunststof zijn intrede; na de Tweede Wereld­oorlog nam het plasticgebruik een hoge vlucht. In 1950 werd wereldwijd 2 miljoen ton plastic geproduceerd, vorig jaar 8,3 miljard ton (volgens ­opgave van de Plastic Soup Foundation). Plastic is stukken lichter dan glas of aardewerk, sterker, waterdicht, in vele vormen te gieten, goedkoop om te produceren en ­omdat het nauwelijks reageert met andere stoffen zijn de toepassingen eindeloos.

Het materiaal heeft alleen één gigantisch nadeel: het vergaat niet. Elk stuk plastic dat ooit is gemaakt, ­bevindt zich in wat voor vorm dan ook nog ergens op de wereld. Plastic afval inzamelen en recyclen helpt, maar is niet ideaal: zo’n 15 procent van de plastic verpakkingen wordt niet gerecycled maar verbrand, en de verwerking levert een zeer beperkte milieuwinst op, berekende het Centraal Planbureau. De steeds ­verder uitdijende plasticsoep, in 2010 op 8 miljard kilo geschat, vervuilt de oceanen en bedreigt zeedieren. Plastic en de kleine deeltjes waarin het uiteen valt (micro- en zelfs nano­plastics) zouden ook een gevaar voor de gezondheid vormen: toegevoegde chemische stoffen kunnen via voedsel terechtkomen in het lichaam, de hormoonhuishouding verstoren en het risico op kanker verhogen, al staat het onderzoek hiernaar nog in de kinderschoenen. De beste oplossing, kortom: plastic links laten liggen, en vooral die vormen die we na één keer gebruiken afdanken.

Wie dat nastreeft, krijgt in september een vriendelijk duwtje in de rug tijdens de vierde editie van het Plasticdieet, een initiatief van de zussen Jessie (24) en Nicky (27) Kroon. Zij ­leven sinds 2014 ‘zero waste’ (afvalvrij) en houden er een blog over bij: het Zero Waste Project. Jessie Kroon: ‘Het Plasticdieet is een aansporing om een maand zonder plastic te ­leven. Uiteindelijk hopen we dat mensen hun gedrag blijvend veranderen. De helft van het plastic in de oceanen bestaat uit wegwerpproducten. Als mensen die niet meer ­zouden gebruiken, zou dat al veel ­oplossen.’

De actie begon in 2011 in Australië als Plastic Free July en wordt sinds 2014 in Nederland georganiseerd; zie plasticdieet.nl. Ik nam een voorschot en probeerde het dieet een week uit. Hieronder mijn strub­belingen, lessen en conclusies.

Les één: in de supermarkt is plastic haast onvermijdelijk

Mijn dieet begint op zaterdag. Op ­vrijdag doe ik nog boodschappen. Blauwe bessen in plastic, een yoghurtpak met een plastic dop, een zak snoep: het voelt als valsspelen. En het maakt nog eens pijnlijk duidelijk hoeveel van mijn aankopen omhuld zijn door plastic. Had ik al gezegd dat bij ons thuis, in de prullenbak met twee compartimenten, het grote vak gebruikt wordt voor plastic? Precies.

Tijdens die laatste pre-dieetboodschappen besef ik: alleen voor onverpakte groente en broodjes (in een eigen zakje) kan ik straks nog bij de super terecht. Waar ik normaal vaak ‘s avonds pas boodschappen doe voor het avondeten, weet ik dat die vlieger de komende week niet ­opgaat. De kans is immers groter dat ik bij de bakker, kaas- en groenteboer dingen onverpakt kan krijgen, en die zijn alleen overdag open. Gelukkig heb ik als freelancer flexibele tijden en werk ik veel vanuit huis.

Les twee: je kunt maar het best meteen veganist worden

Op dag één draai ik heerlijk om de hete brij heen: ik begin in te teren op de voorraad vergeten snacks die al tijden in de kast liggen en op het menu staat pasta met tomatensaus. De tomaten halen we ­gratis op (weet u nog, die zes miljoen snacktomaatjes die anders weggegooid zouden worden?), de Parmezaanse kaas hadden we nog in huis, de knoflook koop ik onverpakt bij de Turk.

De mozzarella die in de saus gaat, neemt onze gast mee. Mijn vriend en huisgenoot, tijdens het ­k­oken: ‘En nu wil je zeker dat ik de hele week boodschappen ga doen?’ Voor een veganist is plasticvrij leven waarschijnlijk eenvoudiger: groente en granen kun je relatief makkelijk onverpakt krijgen, om zuivel en vlees zit bijna altijd een (plastic) verpakking. Maar vandaag ben ik er nog even niet klaar voor om kaas vaarwel te ­zeggen.

Les drie: plastic staat gelijk aan gemak, plasticvrij vergt planning

Dag drie: het is heet, ik wil een ijsje. Bijna koop ik een bakje, maar dan denk ik: plastic lepeltje! IJs in een hoorntje blijkt de ­ultieme afvalvrije hitteplansnack. 
’s Avonds giet ik het laatste beetje pasta uit plastic zak in de pan. Vaarwel gemak, dat wordt morgen toch echt boodschappen doen. En dan niet bij de Jumbo op vijf minuten lopen, maar bij de enige verpakkingsarme winkel van Amsterdam, op 20 minuten fietsen. Wie plastic links laat liggen, moet meer nadenken over en tijd uittrekken voor boodschappen.

Les vier: vraag altijd expliciet of het zonder mag (en ja, dat voelt onwennig)

Op dag vier ­– de boodschappen stel ik nog steeds uit – neem ik mijn eigen zakjes mee naar de bakker. Na wat vreemde blikken krijg ik daarin mijn bolletjes en croissant mee. Ik bestel een belegd broodje, dat voor ik het weet in een papieren zakje belandt. Oké, het is geen plastic, maar wel overbodig afval. Memo voor mezelf: altijd vragen of je het zonder ­verpakking mag. Het blijkt een dag vol ­falen te worden: als ik ’s middags een drankje bestel, ­zitten er voor ik het weet twee rietjes in. Als ik zeg dat ik ze niet wil, belanden ze ongebruikt in de prullenbak. Au. Kroon: ‘In het begin voelt het onwennig om alles zonder rietje en zakje te ­vragen, en bij ons gaat het ook nog niet altijd goed, maar hoe vaker je het doet, hoe minder raar het voelt.’

Les vijf: je kunt niet te veel verwachten van grote ketens

En dan was er nog de mislukking in de Starbucks. Vol goede moed toog ik erheen met mijn eigen meeneembeker voor een ijskoffie –want tropische temperaturen. Bij de kassa overhandig ik hem aan de barista. Na het afrekenen zie ik tot mijn ontsteltenis dat hij in mijn ­eigen beker een ­plastic exemplaar zet. Snapt hij dan niet dat ik dat juist wil vermijden? Jawel, maar ‘koude dranken moeten we in plastic bekers maken, want daar staan de precieze afmetingen op’. Ik drink mijn bitterzoete ­ijskoffie dan maar ­­in het plastic exemplaar, en laat om me niet nóg slechter te voelen het rietje en de deksel achterwege. Al slurpend probeer ik te genieten van deze mislukking.

Les zes: houd niet vast aan recepten

Op dag zes waag ik me eindelijk aan de boodschappen. Eerste stop: de enige ­verpakkingsarme winkel van Amsterdam – volgens het kaartje op het Zero Waste Project is er alleen in Amersfoort nog zo’n winkel. ­Cruesli, pasta, rijst, noten, chocolaatjes: ik krijg alles mee in mijn eigen zakjes, bakjes en potjes. Het duurt drie keer zo lang, want de caissière moet eerst mijn lege verpakkingen wegen zodat ze weet hoeveel gewicht ze straks moet aftrekken, maar het voelt wel alsof ik winkeltje speel; rijst kopen is in tijden niet zo leuk geweest. En waarempel: ik vind ook nog yoghurt in een statiegeldfles. Kost een piek meer dan normaal, maar is wel plasticvrij.

Tot zover het goede nieuws: als ik besluit dat het vanavond Vietnamese noedelsoep wordt, slaat de frustratie toe. Tofu hebben ze bij de toko onverpakt, maar ik heb geen bakje mee in de goede maat. En die Thaise basilicum die in het recept staat, is volgens mijn huisgenoot onmisbaar en zit natuurlijk in plastic. Weer pasta of risotto dan maar? Ik heb geen zin meer om naar een zesde winkel te fietsen en capituleer. Van de goede moed is weinig meer over. Kroon: ‘Al vrij snel leerden we dat als je zero waste wilt leven, je recepten maar beter kunt laten varen. Er is altijd iets dat je nodig hebt dat in plastic zit. Wij kijken nu: wat hebben we in huis en wat is er onverpakt beschikbaar? Vaak zijn dat seizoensgroenten. Die eten we in een soep of curry, met pasta of rijst.’

De belangrijkste les: houd het haalbaar

Op dag zeven gaan we uit eten. En ja hoor, weer een rietje in mijn drankje. Weer vergeten te vragen. Ik ben eerlijk gezegd blij dat het erop zit, en dat ik weer dropjes, rijstwafels en falafelballetjes mag kopen. Wat ik vooral heb geleerd, is dat in een week overschakelen naar plasticvrij niet haalbaar is. Kroon: ‘Voor ons begon het ooit als een experiment: een maand lang geen afval produceren. Al snel kwamen we erachter dat je hele mentaliteit en manier van eten dan anders moet, en dat bereik je niet in één dag. Wil je geen wegwerpplastic meer gebruiken, dan kun je het best klein beginnen. Bijvoorbeeld met het afzweren van plastic tasjes en wegwerpflesjes. Ben je toe aan een volgende stap, probeer dan eens je fles douchegel als-ie op is te vervangen door een stuk zeep en ga koffie halen met een eigen beker. Op een gegeven moment worden dit routines waar je niet eens meer bij nadenkt. Duurzame gewoonten hebben vooral zin als ze vol te houden zijn.’

WC-papier

Voor de zussen Kroon was wc-papier misschien wel het moeilijkste product om verpakkingsvrij te vinden. ‘Sommige zero-wasters gebruiken helemaal geen wc-papier, maar een bidet of wasbare doeken. Dat vinden wij te ver gaan, ook voor ons bezoek. Uiteindelijk hebben we een biologische supermarkt gevonden, 100% Eco, waar we wc-papier in papier verpakt online kunnen bestellen. Het gaat met  de vracht mee en dan halen we het op in de winkel. Ook het Nederlandse The Good Roll verkoopt wc-papier zonder plastic.’ Op 18 september verschijnt het boek van de zussen Kroon, Het Zero Waste Project, bij uitgeverij Lev.

Drie plasticvrije tips

1) Ga voorbereid de deur uit. Weet je dat je straks koffie wilt? Meeneembeker in je tas. Lange treinreis? Vergeet het flesje water en een snack niet, anders ben je aangewezen op een kiosk vol plastic. Ga je boodschappen doen? Vergeet geen potjes, bakjes en zakjes. Op bag-again.nl koop je bijvoorbeeld groente- en fruitnetjes en bijenwasdoeken, waarin je kaas kunt verpakken.

2) Kies voor een grootverpakking. Is een product - bijvoorbeeld meel - niet verpakkingsvrij te krijgen? Koop dan een zo groot mogelijke verpakking. Dat scheelt al verpakkingsmateriaal. Nog beter als die verpakking glas of papier is en geen plastic.

3) Maak het zelf. Dingen als wraps en cruesli zijn relatief makkelijk zelf te maken. Wie tijd en zin heeft, kan eigen brood en koekjes bakken. Dit geldt ook voor verzorgingsproducten: een keer googelen op ‘diy deodorant’ en je stuit op tal van doehetzelfrecepten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.